In de afgelopen eeuw manifesteert de kloktijd zich steeds nadrukkelijker in mijn leven. Dat begon al ver voor mijn geboorte in 1884 toen de Greenwich Time als internationale standaardtijd ingeroepen werd, eigenlijk puur om het trein en handelsverkeer te kunnen regelen. Sindsdien is de kloktijd langzaam de boventoon gaan voeren, dat vanaf dat moment een eenheid ontstond waarbinnen een bepaalde hoeveelheid werk verricht moest worden, terwijl die hoeveelheid steeds groter werd.

Het economische denken heeft gezegevierd, en leuzen bedacht als “Tijd is geld” om ons steeds langer aan het werk te houden, om ons steeds meer te laten consumeren. Als je een nieuwe laptop hebt gekocht en daarmee de winkel verlaat zijn ‘in die zelfde tijd alweer een aantal nieuwe versies op de markt gebracht. Je mobieltje is binnen een paar maanden verouderd; van je videorecorder kan je al je banden weggooien omdat er dvd’s zijn gekomen, enz..

Producenten schroeven de tijd op want door technologische ontwikkelingen volgen de vernieuwingen elkaar steeds sneller op. Eigenlijk loop ik als consument voortdurend achter de feiten aan, waarmee bij mij het gevoel van tijdsversnelling wordt versterkt. Een tredmolen van steeds meer consumeren en produceren is het gevolg.

Geen tijd hebben is de meest fundamentele ervaring van onze tijd geworden. Burn-outs zijn aan de orde van de dag. De mens lijkt oververmoeid, psychisch gespannen waardoor er in Nederland jaarlijks 2 miljoen recepten voor antidepressiva, stressstoornissen en slaapmiddelen worden uitgeschreven. Het Centraal Bureau voor de Statistiek zegt dat bijna 90% van de Nederlanders pretendeert gelukkig te zijn. Ons land staat op de zesde plaats van gelukkigste landen van de wereld. Dat geeft te denken want met die 2 miljoen recepten kan naar mijn gevoel die 90% niet kloppen. Oké, er zijn inmiddels heel veel tijdsbesparende machines in ons huishouden gekomen maar ondanks dat hebben we het drukker dan ooit en zijn we moe.

Wanneer ik het over “stille tijd” heb, dan zou men kunnen denken aan momenten dat de kinderen naar bed zijn gegaan, maar voor mij is “stille tijd” veel meer dan rust en stilte. Met “stille tijd” bedoel ik mijn dagelijkse afspraak met God, waarin ik de invloeden van buitenaf zo veel mogelijk proberen buiten te sluiten. In mijn “stille tijd” kan ik Hem prijzen door lofzangen te zingen, tot Hem te bidden, Het Boek van Mormon of overdenkingen te lezen uit ons maandblad de “Liahona”, of gewoon stil te zijn en te luisteren naar de ingevingen van de Heilige Geest.

“Stille tijd” is een doel dat eenvoudig lijkt, maar heeft met grotere uitdagingen te maken want in die stilte ontstaan mijn geestelijk onderbouwde columns. Vooral hier in het Westen leven we in een drukke wereld vol storende geluiden die alleen in de avonduren tot rust lijken te komen, maar waar ik ook naar toe ga, zelfs in mijn eigen huis, ervaar ik wel een of ander bijgeluid, van telefoon tot televisie tot het rijden van een auto door de straat, die mij kan afleiden. Ja, tijd vrijmaken voor mijn dagelijkse tijd met God is cruciaal als ik Hem wil horen!

Satan, mijn belangrijkste vijand, wil niet dat ik in stilte tijd met God doorbreng. Sterker nog: zijn doel is om dit op alle mogelijke manieren tegen te gaan. Hij weet dat ik steeds meer op God zal gaan lijken en Gods doelen op deze aarde steeds meer vorm wil gaan geven, als ik meer tijd met God doorbreng.

Aardse tijd en de stille tijd van God
Stem op deze column!