“Kan jij iets met het telefoonnummer van Adele?” vraagt een vriendelijke man die mij al eerder telefoonnummers heeft doorgespeeld van bekende en minder bekende sterren.

“Adele?” vraag ik, “de Adele, van ‘Hello’ en dat James Bond liedje?” Hij bevestigd dat het om precies die Adele gaat. “Ja, denk het wel” antwoord ik gespeeld onverschillig. Hij geeft mij het nummer, ik hem een biertje en daarna nog een paar en ik vertrek huiswaarts met het nummer brandend in mijn hand geklemd. Thuis gekomen pak ik een kop koffie, haal zes keer diep adem en daarna nog een keer, en draai haar nummer; 0044 345 026 ….;-).

De telefoon gaat een paar keer over voordat er wordt opgenomen. “Hallo” hoor ik aan de andere kant. Ik verwacht dat ze haar monsterhit in gaat zetten en dan past een respectvol zwijgen. “Hallo?” klinkt het nogmaals, maar nu meer zoals je ‘hallo’ zegt tegen een hijger. Ik schiet uit mijn trance en vraag of Adele thuis is. Jezus wat een stomme vraag. Alsof ik terug ga in de tijd en de moeder van een vriendje vraag of Henkie buiten mag komen spelen.

Adele is niet thuis. Ze kan dus niet buiten komen spelen. De menselijke telefoonbeantwoordster kan mij ook niet vertellen wanneer ze dan wél thuis is. Ik vraag heel brutaal of ‘Addy’ (er was mij verzekerd dat vrienden haar zo noemen) mij dan even terug kan bellen als ze weer thuis is. Ik zeg erbij dat ze mijn nummer zeker wel zal hebben (een beetje bluf kan nooit kwaad), maar voor de zekerheid geef ik het nog maar een keer. De vrouw aan de andere kant van de lijn schiet hierop in de lach. Ze beloofd het door te geven aan ‘Addy’ en hangt al lachend op.

Ik hou mijn telefoon zwijgend aan mijn oor. Die lach… zou het dan… nee, tuurlijk niet… maar toch… die typische, beetje ordinaire lach…

Jan van Oranje
www.janvanoranje.nl