Wat is dat toch in Nederland? Ik ken geen land ter wereld
waar het verkeer zo agressief is als hier. Het lijkt wel alsof we al onze
opgekropte assertiviteit, zodra we veilig achter onze voorruit zitten, naar
boven laten borrelen om te kunnen botvieren op onze medewegpassagiers.

Zodra ik in mijn auto kruip, begint het. Hoewel ik totaal
geen slome slak ben, mijn snelheidsmeter standaard tien kilometer meer dan het
verkeersbord aanwijst en ik op de snelweg altijd op de linkerbaan rijd, denken
mijn assertieve achtervolgers daar toch anders over…

Is het soms omdat ik een vrouw ben? Want gek genoeg zijn het
altijd mannen die me ophaasten en me mateloos weten te irriteren door hun a-sociale
rijgedrag. Haantjes die thuis vaak niks te vertellen en van huis uit niet meer
mogen jagen. Alfa-mannetjes die in hun trots zijn gekrenkt omdat ze op de zaak
net hun promotie zijn misgelopen of een toekomstige vriendin langs hun neus aan
een vriend voorbij hebben zien gaan. Zoiets bedenk ik me dan maar om enig
empathisch vermogen bij mezelf op te roepen zodat ik volkomen begripvol de
ingeblikte rust zelve kan blijven.

Al denderend zie ik ze in mijn achteruitkijkspiegel al
naderbij komen. In grote, snelle ‘familycars’, opzichtige SUV’s of protserige
vertegenwoordigersbakken. Tot op het laatste moment en schampere meter tot mijn
bumper rijden ze door om – al zuchtend en scheldend onder luid protest – hun gas
los te laten. En dan begint het agressieve, intimiderende machtspelletje….

Wat begint met opgetrokken wenkbrauwen en opeengeklemde
lippen, worden onder invloed van mijn stoïcijnse struisvogelgedrag al snel weidse
armgebaren, gekrenkte gezichtsuitdrukkingen, onheilspellend gevaarlijk
zwaaiende vingers, toeterende salvo’s en nog dichter naderend plakgedrag.

Maar natuurlijk laat ik me niet zomaar de weg afdrukken. Ook
ik ben inmiddels een trotse bezitter van een weelderige haardos op mijn tanden
en ben nooit te beroerd om dit bevallig via mijn achteruitkijkspiegel te laten
zien. Dus nog zenner dan zen tuf ik vrolijk verder, net iets langzamer dan ik
zelf van plan ben, en zwaai nog eens vriendelijk naar mijn medewegpassagier, vlak
voordat ze me al gierend en hard doortrekkend via de andere baan van de dubbele
rotonde voorbijschieten.

Niet dat ze dat van me cadeau krijgen overigens, want ze
moeten er wel iets voor doen. Dus trek ook ik mijn bescheiden C1-tje door om ze
er pas op het allerlaatste nippertje toch door te laten. Omdat ik toch ergens
een punt wil maken. Om ze vervolgens bij het volgende verkeerslicht met een
hoop geluk en goed gegok in mijn wendbare stadsautootje voorbij te schieten.
Niet slecht voor een vrouw, toch? En ik trakteer hem nog één keertje op mijn domme
blondjeslach….