Ze zijn inmiddels niet meer weg te denken uit het semi-culinaire landschap: restaurants waar je voor een vast, laag bedrag jezelf onbeperkt te goed kunt doen aan de meest uiteenlopende lekkernijen die onze aardkloot rijk is. En eerlijk is eerlijk: ik ben groot fan van het genre. Deels omdat ik een krenterige controlfreak ben die graag van tevoren weet dat hij aan het eind van de avond geen persoonlijk faillissement aan hoeft te vragen. Maar vooral omdat je er naar hartenlust kunt variëren en dingen kunt uitproberen die je nog nooit eerder hebt geproefd, al had je dat achteraf gezien meestal graag zo gehouden.

Een schaduwzijde van dit soort restaurants is dat ze, hoe kan het ook anders, een aanzuigende werking hebben op eetgrage mensen die als primair doel hebben zichzelf vol te proppen met zo veel mogelijk, liefst vleeshoudend voedsel. Onlangs heb ik dit aan den lijve ondervonden toen ik met een aantal mensen uit mijn vreemdenkring te gast was bij een van de betere wokrestaurants onder de rook van Rotterdam.

We hadden na binnenkomst nog maar amper een plek toegewezen gekregen nabij het buffetgedeelte, toen aan het tafeltje naast ons een gezin neerplofte dat klaarblijkelijk niet onbekend was met het ‘All you can vreet’ concept. Twee kolossale volwassenen die op het eerste gehoor niet leken te worden gehinderd door enige vorm van intelligentie, lieten de stoelen zuchten onder hun gewicht. Ze werden vergezeld door een jongen in de basisschoolleeftijd die er uitzag alsof hij zojuist een skippybal had ingeslikt en een pasgeborene van onbekend geslacht met ontluikende verschijnselen van obabytas.

Nog voordat de ober klaar was met het opnemen van hun drankbestelling, rees de zichtbaar ongeduldige pater familias op uit zijn stoel teneinde het door hem beoogde vreetfestijn te laten aanvangen. Terwijl de rest van mijn gezelschap gezellig zat te keuvelen over koetjes en kalfjes, keek ik gebiologeerd toe hoe meneer een dermate grote hoeveelheid ossenhaasreepjes op een bord schepte, dat hij er met gemak een nieuw rund van had kunnen construeren. Bij wijze van gezonde noot legde hij er een paar schijfjes champignon bovenop waarna hij het geheel overhandigde aan de chefwok, die al glinsterend van de zweetdruppels zijn lopendebandwerk ten uitvoer begon te brengen. Enkele minuten later kwam de man, deels verscholen achter een dampende vleesvulkaan teruglopen naar zijn tafeltje, waar hij een selfie maakte samen met zijn creatie als ware het een jachttrofee. Even had ik nog de illusie dat hij de inhoud van zijn bord zou gaan delen met zijn aanhang, totdat vrouw- en zoonlief zich op eigen gelegenheid naar het buffet begaven en meneer het op een ongegeneerd schransen zette onder toeziend oog van zijn jongste telg, die quasi tevreden op zijn of haar speentje sabbelde.

Het genoemde proces heeft zich in een tijdsbestek van anderhalf uur tenminste zes keer herhaald. Al met al was ik die avond zo ontsteld door de enorme hoeveelheid voedsel die aan de naburige tafel werd verstouwd, dat ik zelf bijna geen hap door mijn keel heb kunnen krijgen. Tegenover mijn disgenoten heb ik mijn gebrek aan eetlust maar afgedaan als symptoom van een beginnend griepje. Geenszins wilde ik hun eetlust ook laten bederven door dit schouwspel.

Volgende keer toch maar weer à la carte.

All you can vreet
Aantal stemmen:1 Gemiddeld: 5
Bruun

Bruun

Welkom in mijn bruniversum!

Meer Columns van mij - Website

Ik ben te vinden op:
TwitterFacebook