Als ik zo op mijn leven terugkijk dan moet ik wel een gelukkig mens zijn geweest. Ik had echt alles, zoals een lieve vrouw, een schat van een zoon, een prachtig beroep, een goed salaris, een prachtig huis, een leuke hond, een leuke hobby als toetsenist in een band, ja, ik had helemaal niets te klagen en toch voelde ik mij onbewust alleen. Nu bleek ik een psychisch probleem te hebben in het niet onder controle hebben van mijn machteloosheid want dat schoot bij mij vaak door in agressie, ja, dat probleem was beslist een psychische worsteling. Die machteloosheid kwam voort uit een onbestemd gevoel iets te missen en dat te zoeken op de meest onzinnige plaatsen waarmee ik mijn eenzaamheid alleen maar groter maakte want ik kwam ook alleen te staan in mijn geheimzinnigheid, ik alleen tegen de wereld, een vorm van ongelijkheid want tegen de wereld kon ik niet op.

Sommige wijsneuzen zagen mijn eenzaamheid niet psychisch maar als een aaneenschakeling van momenten verbonden aan mijn moderne bestaan, want de moderniteit had mij veel gegeven, ja, mijn bestaan was niet langer alleen maar in de wieg bepaald, het ging om het individu en zijn talenten, niet om zijn afkomst, althans, zo leek de belofte maar de werkelijkheid was onbewuste eenzaamheid.

Op een gegeven moment kon mijn vrouw het niet meer aan, een echtscheiding was onvermijdelijk en ik belande in een psychotherapeutisch centrum waar ik drie jaar aan mezelf kon sleutelen, maar ook dat was niet afdoende.

Het gezinsleven in het gezin waarin ik geboren was had namelijk om liefde moeten draaien, maar vaak was dat niet het geval. Er was soms teveel ongeduld, gekibbel, geruzie, teveel gehuil en een Spartaanse vader die gewelddadig daar weer op zijn beurt korte metten mee maakte.

Uit die opvoeding wordt nu duidelijk hoe het kwam dat degenen die ik het meeste liefhad zo vaak het mikpunt werd van mijn hardvochtige woorden. Om het gebod elkaar lief te hebben te onderhouden, moest ik geleerd worden om elkaar vriendelijk en respectvol te behandelen. Natuurlijk is het wel eens nodig om iemand te disciplineren, maar laten we denken aan de raad in de Leer en Verbonden – namelijk dat we, als het nodig is om elkaar te vermanen, daarna een toename van liefde moeten tonen.

Nu ik lid ben geworden van ‘De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’ heb ik geleerd te zullen streven attent te zijn op de gevoelens, gedachten en omstandigheden van de mensen om mij heen. De leus is: “Laten we niemand vernederen of kleineren. Laten we liever medeleven en bemoediging geven. We moeten ervoor waken het zelfvertrouwen van de ander te schaden met achteloze woorden of daden.”

Vergevensgezindheid had ik in mijn jeugd ook niet geleerd. Als ik buiten ruzie kreeg met een ander kind mocht ik van mijn vader niet huilend thuiskomen maar desnoods met geweld mijn plek in de straat bevechten. In genoemde kerk dient vergevensgezindheid hand in hand te gaan met liefde. Zowel in onze familie als in onze vriendenkring kan het voorkomen dat er gevoelens gekwetst raken en dat men het oneens is. Het doet er eigenlijk niet toe hoe onbeduidend de kwestie is, maar we kunnen en mogen die niet laten doorwoekeren, etteren en uiteindelijk tot vernietiging laten leiden. Als we anderen ergens de schuld van geven, houden we wonden open. Alleen vergeving en liefde geneest.

Alleen liefde en vergeving geneest
Stem op deze column!