Sinds ik een prachtige stoefkeuken heb heb ik een nieuwe hobby: koken!  Nu, ik ben geen keukenprinses maar ik ga er hard aan werken om mijn gebrek aan kooktalent bij te schaven en mijn kookkunsten op een maatschappelijk aanvaardbaar niveau te brengen.  Oefening baart kunst en dus zit er niets anders op dan de schort voor te binden en aan het fornuis te gaan staan.  En ik moet zeggen… het loont.  Ik heb de voorbije week al verschillende complimenten gekregen dat het ‘ écht lekker’ was.  Helaas… ik ben niet rap tevreden en neem geen genoegen met een flauwe  ‘écht lekker’.  Het moet zálig zijn, hemels, een streling voor de tong…

Gisteren en vandaag ben ik met een projectje bezig geweest: verse kaaskroketten.  Ik gebruik alleen maar recepten van top-chefs omdat ik ten minste al zeker ben dat die weten waarmee ze bezig zijn. Met alle respect voor Luc Steeno maar waarom zou je nog zanglessen van hem nemen als Frank Sinatra je zou hebben leren zingen.  Same thing!

Kaaskrotten dus volgens het recept van een top-chef.  Ik heb al een paar dingen geleerd als het op koken aankomt.  Regel één: begin altijd met een propere keuken.  Dat is geen probleem.  Mijn keuken blinkt!  Regel twee: zorg dat je de juiste ingrediënten in huis hebt.  Ok!  Regel drie: neem je tijd om het goed te doen.  Enfin, ik dacht dus alle regels te kennen en begon naarstig aan mijn smeuiïge kaaskroketjes.  Ik was echter één heel belangrijke regel vergeten: check voor hoeveel personen het recept is.  Meestal is het voor vier personen en ik dacht zo van: “Elbers, jij eet héél graag kaaskroketten, so here we go!”  Ik ben er dus meteen ingevlogen en heb helemaal niet eens nagekeken voor hoeveel personen het receptje bedoeld was.

Bon, om een lang verhaal dus kort te maken, tijdens het kookproces begon mijn Euro toch precies te vallen dat ik met enorme hoeveelheden bezig was.  Een literke van dit… 250 gram van dat… Ik ben dus geïndigd met een kaasbrij die genoeg was om wel 40 kaaskroketten van te maken.  Amaai kroket!  Wat moest ik daar nu mee?  Gelukkig was die éne neuroon in mijn breintje aan het werken en ik kreeg een lumineus idee.  Ik ging een twaalftal gewone kaaskroketten maken en dan een hele hoop mini kroketjes die als aperitiefhapje kunnen gebruikt worden.  Twee uur later en na het afkuisen van mijn zeer plakkerige gepaneerde vingers kan ik hier nu met trots typen: ’t is gelukt!  Ik ben de trotse eigenares van een vriezer vol met kaaskroketten…

Ik ben de tel kwijtgeraakt maar een mens wil dus niet weten hoeveel aperitief-kroketjes ik hier nu in mijn vriesvak liggen heb.  Ga er nog een héél héél lange tijd mee kunnen stoefen als er vrienden over de vloer komen.  

AMAAI KROKET
Stem op deze column!