Vandaag liep ik door het centrum van Apeldoorn en ik raakte in gedachte… Altijd dat gezeur dat Apeldoorn een dorp is omdat het geen stadsrechten heeft gehad.
Ik ben er klaar mee! 

Elke keer weer die mensen die uitstamelen dat Apeldoorn een dorp is op het moment dat je stad zegt.Ik word er een beetje boos om! Er is niks leuks aan om Apeldoorn te kleineren als dorp, omdat het toevallig nooit officieel stadsrechten hebben gekregen. Een graadmeter die sowieso al ruim 200 jaar niet meer geldt in Nederland. En dan nog… Dan zouden plaatsen als Apeldoorn, Den Haag en Almere dorpen zijn en plaatsen al Bronckhorst, met 1.000 inwoners, steden zijn.

Vorige week konden we lezen dat Apeldoorn weer gegroeid is. Gestaag weliswaar, maar we passeren langzamerhand de 158.000 inwoners en dat maakt ons volgens het Centraal Bureau voor Statistiek de 12e stad van Nederland. Daarmee laten we steden als Arnhem, Haarlem en Maastricht nog ruim achter ons. We kunnen klagen dat er weinig HBO en Universitair onderwijs is in Apeldoorn maar dat is inmiddels veranderd! Ook zijn er vanaf 2014 internationale ketens als MediaMarkt en Burger King in Apeldoorn te vinden!

Apeldoorn is niet meer het Apeldoorn van dertig jaar terug waar de mensen het over het ‘naar het dorp gaan’ hadden als ze gingen winkelen in het centrum van Apeldoorn. NEE. De nieuwe generatie gaat ‘naar de stad’!

Topattracties, een schitterende natuur die ons omsingelt, een lange winkelstraat met voldoende grote ketens en winkeltjes, een opgeknapt station met kleine voorstationnetjes, een sporttempel, sportclubs die op landelijk niveau presteren, een koninklijke omgeving met een paleis en prachtige tuinen, ruimte voor cultuur, maar misschien nog wel het meest bewonderenswaardig: een fatsoenlijke samenleving, waar we allemaal ons plekje in hebben gevonden.

Vandaag stond ik aan de kassa bij de Albert Heijn midden in het centrum van Apeldoorn. Ik keek om me heen, verdween in gedachten, kwam weer terug in de realiteit en zag dat alle kleuren en soorten om mij heen vertegenwoordigd waren. Iedereen deed zijn ding. Iedereen droeg zijn steentje bij aan de samenleving en aan de economie. Iedereen was vol in gesprek met elkaar, de kassa’s draaiden overuren, in deze stadswinkel werd geleefd. Precies daar! Daar aan die kassa zag ik de massa mensen en bedacht me één ding. Hier leeft het!

Apeldoorn is een stad!