Bang voor het onbekende

Er zit een sprinkhaan in huis. Een felgroene met lange voelsprieten en bolletjes als voeten. Ik heb me eerst heel erg afgevraagd wát het nu precies voor een beestje was, dat zich daar in mijn gordijn warm hield bij het raam. En op Facebook kwam het verlossende antwoord: dit is nu een sprinkhaan. Eerlijk is eerlijk: ik houd niet zo van beestjes. Ook niet echt van dieren. Baby-lief gaat altijd met zijn vader naar de kinderboerderij, omdat ie anders alleen maar gras en een tafel met zijn moeder eraan ziet, in plaats van de dieren. Ik heb er geen hekel aan, maar het ligt me gewoon niet zo.

Dus… een vreemd beest in huis vraagt om moeilijkheden. En wat blijkt: die ga ik graag uit de weg! Gister zat ie nog in het gordijn, veilig, boven, waar ik in elk geval niet bij kon. Blijf daar maar zitten, zo heb ik geen last van je, dacht ik nog. Vanmiddag zat ie brutaal op mijn plek aan tafel. Toen ben ik ergens anders gaan zitten en heb Baby-lief van een afstand brood gegeven en melk laten drinken op schoot. Ja, ik ga liever een blokje om dan dat ik door de blubber naar huis moet, zo blijkt.

En toen opeens dacht: Fabrina, kom op zeg! Waar sláát dit op? Bang voor een sprinkhaan? Blokkie om in plaats van door de modder? Je laat je plek aan tafel bepalen DOOR EEN SPRINKHAAN! Straks bepaalt ie nog de rest van je leven! Ik zag het helemaal voor me. Baby-lief over 2 jaar: ‘Mam, mag ik gaan kleuren?’ ‘Nee, schat. Je ziet toch dat meneer Sprinkhaan de krant aan het lezen is?’. Of: ‘Mam, wat eten we vanavond?’ ‘Dat weet ik nog niet, lieverd. Ligt eraan wat meneer Sprinkhaan voor ons heeft overgelaten’. Nee, nee, nee. Geen power to the grashopper. I’m in charge of my life.

Oké, hoe pakken we dit aan? Een glas met daarachter een stuk karton? Hm, dat heb ik eerder geprobeerd met een spin en toen durfde ik hem niet meer te pakken eenmaal gevangen. Alleen toen was het glas een hoed en het stuk karton de vloer. Ik heb gewacht tot manlief thuis kwam en heb hem de spin naar buiten laten gooien. Ik ben nou eenmaal geen beestjes-beest! Maar goed, dat was dus geen succes. Dat zal nu ook zo zijn. Verrek, hij is hem weer gesmeerd. Die beesten springen, das waar. Waar zit-ie, waar zit-ie, waar zit-ie? Misschien als ik hem roep. Hier, sprinkie, sprinkie, sprinkie, sprink (zou hij trouwens weten dat hij een sprinkhaan is? En eet hij misschien ook vliegen? Dan wacht ik nog even met vangen, er vliegen ook wat vliegen rond hier. Voor een anti-beesten-beest is het hier eigenlijk best een flinke beestenboel, hmmm).

Ah, gelokaliseerd. Achter de radiator. Als ik nu probeer hem op de Swiffer-stick te krijgen, dan kan ie zo, floep, naar buiten en ik weer, floep, aan tafel. Ik houd de achterkant bij zijn voelsprieten (ik probeer tegelijk met telepathie: goed volk, spring er maar op, ik doe je geen kwaad, maar schiet de f*ck op, ik heb niet de hele dag de tijd). Maar het baat niks. Zijn voelsprieten gaan heen en weer en ontdekken dat het een onbekende soort is. Wegwezen hier, moet hij hebben gedacht, want binnen een tel zit ie op de stoel. De brutaliteit. Naast de tafel, nu ook de stoel innemen. Het moet niet gekker worden. Maar, hier kan ik vreemd genoeg wel wat mee. Ik gooi het raam open en de stoel er door heen. Zo. Die is buiten. Naast mijn stoel. Oeps. Snel maar even binnen halen, voordat het gaat regenen. Sprinkhaan-vrij? Ja, Sprinkie is hem alweer gevlogen. Of gesprongen. Missie… geslaagd!

Waarom vertel ik dit verhaal? Ik zag tijdens dit hele gebeuren een fantastische dubbele boodschap die ik graag met je deel: ga je angsten voor het onbekende niet uit de weg, maar doe er iets aan. Je kunt je leven niet laten bepalen door iets kleins, wat waarschijnlijk nog banger is voor jou dan andersom. En ook al gaat het gepaard met veel gegil (ja, ik heb héél hard gegild toen ik Sprinkie op de tafel zag (ik liet nog net niet Sem uit mijn handen vallen), Sprinkie op de stoel sprong en ook toen ik de stoel naar buiten gooide), niets voelt zo goed als een sprinkhaan-vrij huis. Eerlijk waar.

Nu alleen die kl*te-vliegen nog.