Het is een uur of acht in de ochtend. Mijn rode bestelbusje piept en kraakt. Een weg vol met hobbels, mist en bomen die op elkaar lijken. Geen straatnaam, geen huisnummer te bekennen. Verdomme, ik krijg het warm. De as van mijn saffie valt op de grond en mijn voet verlaat voor even het gaspedaal.

Ja, een zijweg. En voordat ik het in de gaten heb rij ik op een pad. En zie een silhouet van de boerderij door mijn voorruit, wat langzaam een vaste vorm krijgt. De Maria Hoeve, staat er boven de staldeur.

Ik stap uit en zie uit mijn ooghoek, twee honden aankomen. Hoppa, deurtje weer dicht en kijk ik tegen twee paar ogen aan. Ogen die op standje: wat moet jij hier, staan.

Een deur gaat open, gevolgd door een kort bevel. De kust is veilig.

Ik loop naar de vrouw toe en geef haar een hand. Eenmaal binnen wordt ik in stilte ontvangen door drie kindjes, die de televisie vele malen belangrijker vinden. Ze kijken niet op, of om. Koffie?

Een boer die met zijn gezin getroffen is door een crisis. Ruimen was de oplossing en blijven Betalen zei de Boerenlullen Bank.

Vijf mensen die door allerlei omstandigheden ver, heel ver onder de armoedegrens proberen overeind te blijven. Eenvoudig, hardwerkende mensen die in eenzaamheid verstoken van elke hulp, in stilte lijden.

Na drie uur vertrek ik weer. Met in mijn tas, 26 hulpvragen die eindelijk gesteld zijn. Vragen die ik ga proberen te beantwoorden, in praktische antwoorden.

De terugweg maak ik niet bewust mee, omdat de ogen, de gezichten en het gevoel als drie stenen in mijn maag zitten. Armoede, verborgen armoede.

Als ik bijna thuis ben, trap ik bij de Supermarkt op de rem. Loop door de winkel heen om zonder na te denken, mijn kar vol te gooien.

Buiten aangekomen steek ik een peuk op. Mijn kop raakt maar niet leeg, het lukt niet. Ik schuif de autodeur opzij, en kijk in de kar. Ik schaam me kapot.

Terug naar de Maria Hoeve, het moet van mijzelf. Zonder teveel woorden geef ik de inhoud van de kar af, en loop terug naar de auto. Ik vloek, en voel een traan die van mijn wang wil glijden.

Armoede. Je weet wat het is, als je er mee in aanraking komt!

Het is 10 uur in de avond. Geef de honden eten, en steek mijn zoveelste peuk op. De dop van de Portfles eraf, en de stroperige meuk vult het glas. De vinger op ON.

Heel Holland bakt er wat van af. Een lullo van een jaar of twintig wil transgender zebrapaden. Gordon zoekt een maat en Alexander Pechhulp heeft natte plek in zijn onderbroek, omdat er een proefje voor legale wietteelt aan zit te komen. Ik zou zeggen Alex, maak een televisie programma van: Heel Holland stoned, moet lukken mafkees.

160 Kilometer verderop, eet een gezin zuurkool met worst. Om na de afwas een flesje wijn en een Klok biertje naar binnen de kieperen. Goed gevoel.

Ik doe mijn ijskast open. Een doos met vijf frikandellen, ook prima. Hoppa, en ik kijk mijn kamer in. 3 Honden liggen snurkend te pitten, met een volle buik.

Armoede, ik ken het niet. Vanavond heb ik niets te eten, heb toch mijn buik vol en ben stinkend rijk. Het zal toch niet: Tinder Mark verteld mij lachend voor het slapen gaan, dat het goed gaat met Nederland. Gelukkig heeft de fles Port, nog een broer op de kast staan. Heb ik nog peuken. Ik proost voor het raam naar de maan. Wij weten wel beter, veel beter. In stilte, zoals goede Armoede betaamd! Joop de blinde Beagle laat tussendoor een scheet. Een beter moment had hij niet uit kunnen kiezen!

Stem op deze column!