Toen manlief twee weken geleden thuiskwam met een nieuw aangeschafte doch ongeplande broek onder de vermelding “dan is dit is mijn vaderdagkado”, heb ik vaderdag 2012 uit mijn mentale systeem geschrapt. Morgen wordt manlief gewekt met een ontbijtje en knutselwerken van de kinderen, maar zonder verdere toevoeging van mijn kant. Om het geheel toch een beetje feestelijk te maken, nam ik gisteren het aangrijpende besluit de dag nog wat voor hem te veraangenamen met wat aanvullingen zoals biefstuk bij zijn patat morgen en genoeg bier en chips voor het hele weekend. 

Nadat alle boodschappen zijn aangeschaft, blijkt het bierpeil in de koelkast echter betreurenswaardig laag waardoor ik nogmaals koers zet naar de supermarkt. En zo sta ik om half tien s’morgens in de supermarkt om tien flesjes bier af te rekenen. 
De caissière bekijkt mij vorsend, haar ijskoude röntgenogen glijden met de blik van een barcodescanner over mijn voorkomen. In een oogwenk verplaats ik mij in haar gedachten. Wat ziet zij? Een 41-jarige vrouw met een vale spijkerbroek, een vaal vestje, een vaal kapsel en een vale glimlach. Deze vrouw heeft geen spoortje make-up op haar vermoeide gezicht (want: drukke week gehad), heeft doffe ogen (want: drukke week gehad), en ze rekent tien flesjes bier af. Ik realiseer me ineens hoe ik overkom. Ik zie de caissière denken: “staat dat verlepte mens haar ontbijt af te rekenen? Voor mijn gevoel probeert ze door de mouwen van mijn vest heen te kijken op zoek naar naaldsporen, waaruit ik kan concluderen dat ik waarschijnlijk niet zo’n verpletterende indruk achterlaat. 

Ik tover een stralende grijns op mijn gezicht. Shit, niet té stralend grijnzen! Wellicht verwart ze mijn opgewekte tronie met een alcoholdelirium. Ik trek de grijns weg uit mijn gezicht en recht mijn rug. Een onbestemd glibbertje op de grond brengt mij echter dusdanig uit mijn evenwicht dat ik struikel en tegen de loopband terecht kom. De flesjes bier op de loopband rinkelen vrolijk. 

Ik heb alle schijn tegen. De cassiére weet het nu zeker: we hebben hier met een onvervalste alcoholiste dan wel verlopen heroïnejunk te maken. Ik hervind mijn evenwicht en hou mijn adem in. Met een gezonde dosis fantasie en vooroordelen kun je mijn slok mondwater van vanmorgen moeiteloos omtoveren in een drankkegel, dus lijkt met mij beter om niet haar kant op te ademen.

Ineens herpak ik mijzelf. Hé! Wat kan mij het eigenlijk schelen. Mensen vinden me toch al raar, of ik nou nuchter ben of niet. Even overweeg ik het spelletje mee te spelen door haar met dubbele tong te bedanken, drie keer mis te grijpen naar het kassabonnetje en als klap op de vuurpijl over de loopband te braken. Even vermaak ik mezelf met ingebeelde schreeuwende krantenkoppen in het plaatselijke suffertje “Aan lager geraakte vrouw schopt stennis in supermarkt!”, maar houd me in. Wel trakteer ik de caissière op een flinke ademstoot midden in haar gezicht. Ik gun iemand graag een bloedstollend verhaal voor in de pauze.