Buurman Doeke is éénennegentig geworden. De kamer zit vol visite. Inclusief onze lokale Wethouder Jansen die een volle achernicht is van Doeke. Het wordt even stil als Bopske binnenkomt. Niemand die Bopske niet kent hier. Bopske komt op alle verjaardagen van de buren. Ineens zit hij er dan.
Hij feliciteert Doeke en vraagt hoe oud hij is geworden.’Dit is mijn éénennegentigste verjaardag,’ krast Doeke die een beetje doof is.
‘Verjaardag???,  ‘vraagt Bopske verbaast. ‘Je kunt intussen beter spreken van een bijna-dood-ervaring.’
Iedereen klappen natuurlijk. Dat doe je gewoon in de buurt van Bopske. Dan probeer je nog harder te klappen dan een ander.

Vorig jaar gaf Bopske nog een paar hardloopschoenen aan Doeke toen hij negentig werd. Die humor van Bopske.Wij in een deuk. Dat hij toen midden in het feestgedruis naar de plee ging en Doeke dan met een verdraaide stem belde of die nog, met het oog op de toekomst, interesse had in een dertig-jarige hypotkeek. Brullen!! Bopske ten voeten uit.
In de supermarkt vraagt Bopske bijvoorbeeld gewoon aan de bedrijfsleider hoeveel doperwten er in een pot zitten. Als de bedrijfsleider dan hijgend een getal noemt, gooit Bopske de pot rustig leeg op de vloer en begint te tellen. En als het dan niet klopt, loopt hij doodgemoedereerd de winkel uit en scheurt vijf minuten later met zijn terreinwagen de draaideur binnen. Niemand die daar van opkijkt. Wij zijn die humor gewend.

Iedereen is nieuwsgierig wat Bopske nu voor cadeautje heeft verzonnen voor Doeke’s verjaardag. Wij houden onze adem in maar het valt reuze mee. Bopske geeft een pakje aan de buurman. Wij allemaal in een kring er omheen. Zit er een catalogus van doodskisten in. Met een logo erboven:”Jansen uitvaartkisten.Kwaliteit in hout”
Niemand die niet lacht. Bopske loert naar Wethouder Jansen. Er druppelt wat speeksel hier en daar maar Jansen lacht niet. En hij kijkt naar het lintje dat bij wijze van feestelijke versiering om het pakje zat. Het is een paars lintje met een tekst: “Wordt het niet eens tijd,Doeke?” Jansen lacht nog steeds niet.

Bopske springt op Jansen en begint hem in zijn oor te bijten. De gesprekken er omheen worden hervat. Ab en ik lachen om een mop van een buurvrouw. Niemand die luistert naar Jansen’s gerochel.
Wij weten niet beter..