Breken om te leren, moet je eens proberen

Een goeie maand geleden werd ik op een vreemde manier herinnerd aan een lang vergeten periode uit mijn leven,namelijk mijn bescheiden en eerder geld slokkende dan winstgevende voetbalcarrière.
Dat deze herbeleving mijn kijk op het leven voorgoed zou veranderen, wist ik nog niet.
Op een ochtend toen ik met de wagen wilde vertrekken en de koppeling intrapte, merkte ik meteen dat er iets niet in orde was.
Het intrappen ging keer op keer gepaard met een oheilspellend, krakende sensatie die zich over mijn ganse voet leek te verspreiden.
Hoe bizar het ook klinkt, dit potentiele defect katapulteerde me terug in de tijd. Het eigenaardige gevoel leek een perfecte kopie van hetgeen ik lange tijd als hinder in een knie ondervond.
Deze pijn was het gevolg van een overtreding buiten categorie tijdens een van de voetbalpartijen die ik mocht spelen voor Romershoven VV. Dat was een zwakke ploeg die hoofdzakelijk vertegenwoordigd werd door technisch, tactisch en conditioneel beperkte atleten. Strijders die liefst zo vlug mogelijk gewisseld werden om aan de toog moeiteloos te demonstreren wat op het slagveld nooit lukte, namelijk een respectabele voorsprong nemen.We waren een uniek soort soldaten omdat we er een erezaak van maakte om reeds in de eerste seconden van de tweede helft precies het tegenovergestelde te doen van hetgeen een immer wanhopige bevelhebber tijdens de rust noodzakelijk achtte. Dit waren bijna uitsluitend tactische strategieën tevergeefs uitgedacht met als enige doel een totale vernedering te verhinderen.
Maar het ging er vaak onnodig hard aan toe op het veld.
Ik vergeet nooit de pijn die ik voelde nadat  een tegenstrever met enkele vijzen los de modder als lanceerbasis gebruikte en al schuivend op zijn rug de stalen noppen van zijn voetbalschoenen ongenadig in mijn knieschijf plantte. Minstens tot een maand na de aanslag voelde ik identiek hetzelfde krakende gevoel telkens als ik mijn been plooide.
Uiteindelijk was het de herinnering aan mezelf die de overhand nam. Ik besefte plots dat ik in die tijd volledig anders leefde.Meestal onnodige zorgen, irritaties en ontevredenheden waren me toen vreemd. Ongemakken die mijn pad kruisten schonk ik even weinig aandacht als een tegendoelpunt. Wat is dan nu veranderd, vroeg ik me af. Nadat ik hier even bij stilstond, was het antwoord eenvoudig en verontrustend. Het lag gewoon aan mezelf. Aan het feit dat ik onbewust veranderde en hier nooit bij stilstond. Maar ik was nog niet totaal verloren. Het was nog niet te laat om de eerste symptomen van beginnende oude zak om te keren. Om dat te bereiken was het in de eerste plaats noodzakelijk om anders in het leven te staan. Positiever, minder lang stilstaan bij en niet meer zeuren om wat toch niet verholpen kon worden.
Jammer, maar dit voornemen vergat ik even vlug als dat van de feestvierder die op één januari, net voor de middag, zijn kater met enkele stevige aperitieven bestrijdt en hierbij de ene na de andere sigaret opsteekt.
Ook de symptomen die mijn koppeling vertoonde, vergat ik voor het gemak.

Maar dat was buiten de kosmos gerekend.

Toen ik op een avond naar huis reed, verspreidde een misselijkmakende stank van verbrand rubber zich in mijn wagen. straks toch maar eens naar de garage bellen was het plan. Maar dat werd me niet meer gegund. Ik parkeerde mijn geblesseerde wagen naast de kant van de weg omdat een dikke, zwarte rook met een angstwekkende snelheid vanonder de motorkap werd uitgebraakt iedere keer als ik de koppeling intrapte. Dit werd een oproep voor de takeldienst via de verzekering.
‘Over een goed uur is er iemand ter plaatse, gelieve ondertussen je wagen uit te zetten en je brandblusser in de aanslag te houden’ werd me opgedragen. Na twee uur wachten kwam eindelijk de medewerker van de takeldienst. Ik legde hem uit wat er gebeurd was. ‘Indien er niet al te veel schade is binnenin je motorkap, zal je dit een negenhonderd euro kosten’ sprak de medewerker alsof hij het over de prijs van een pak friet had. Ik was moe, geirriteerd en boos op de wereld om zoveel onrecht. Maar het leek of ik door een onzichtbare coach terecht werd gewezen. Ik zag in dat dit volledig mijn eigen fout was en dat het zinloos was me verder te irriteren en alle goden te vervloeken en met wraakacties te bedreigen. Het was niet eerlijk dit ongemak aan te grijpen om nogmaals in mijn hoofd een zwarte lijst met namen en bijhorende moordplannen af te spelen.
Alsof de takeldienstmedewerker mijn gedachten kon lezen en mij in mijn zelfverbetering wilde aanmoedigen, sprak hij de magische woorden ‘ach, een maand of twee Cara pils drinken en alles is weer vergeten’.
Niemand met enige kennis van bier, zal betwisten  dat Cara Pils zowat de smerigste vloeistof is waar ooit geld voor aangerekend werd, maar daar gaat het niet om. De uitspraak verschafte me een helder inzicht omdat er zoveel waarheid in zat. Het was alsof ik  bevoorrecht was een inkijk te nemen in de handleiding van het leven. En daarin stond te lezen dat het hoog tijd was om terug te gaan leven zoals ik dat deed in de periode dat ik nog voetbal speelde. De tijd waarin ik iedere tegenslag weglachte, negeerde  of op een ontspannen manier benaderde.
De helderheid en het mooie van het inzicht maakt dat ik, nu ongeveer een maand later, nog steeds volhoud. Dit met ‘Fuck it’ als spirituele mantra.

Om te eindigen, richt ik graag een woord tot de kosmos die ik voortaan als een wijze goeroe zal beschouwen.

Beste kosmos,
Graag laat ik je via deze weg weten dat ik oneindig dankbaar ben voor het heldere, maar toch bijzonder verpakte inzicht dat je me verschafte. Zoals je ongetwijfeld al opmerkte, houd ik nog steeds vol en ik voel me dag na dag beter. Maak je vooral geen zorgen, deze keer zal ik het niet meer vergeten.
Zonder in slechte gewoonten te willen vervallen, geef ik toch graag een punt van kritiek:
Ik heb er alle begrip voor dat in de bovennatuurlijke, voor ons mensen onzichtbare wereld, niet in euro gerekend wordt. Neem daarom gerust van me aan dat twaalfhonderd euro aan materiële schade zelden leidt tot een diepgaande zelfreflectie op spiritueel niveau. Gelukkig was ik al zo ver ontwikkeld dat ik het kon relativeren.
Alvast bedankt voor de medewerking.
Je vriend,

pauke