Woedende Joden verdreven de zendelingen uit Tessalonica. (Handelingen 15:5, 10.) Paulus ging van daar naar Berea, vervolgens naar Athene en van daar door naar Korinte waar Silas en Timoteüs zich bij hem voegden. Paulus zond vervolgens Timoteüs terug naar Tessalonica om na te gaan hoe het er in de gemeente voorstond.

Terwijl Timoteüs bij de heiligen in Tessalonica was en de toestanden in deze nieuwe gemeente in ogenschouw nam, gaf hij waarschijnlijk de leden van de kerk daar raad en troost en herinnerde hij hun aan hun verplichtingen ten aanzien van het evangelie. Daarna keerde hij naar Korinte terug en bracht aan Paulus verslag uit. Aan de hand van het rapport van Timoteüs en zijn eigen vroegere ervaringen te Tessalonica was de apostel in staat aan de heiligen te schrijven en hen te prijzen voor hun christelijk gedrag.

Hij schreef hun een boodschap van troost en bemoediging, opdat zij in staat zouden zijn te volharden in het verdragen van vervolging en beproeving en standvastig in hun geloof in de Heer Jezus Christus zouden blijven. Daar de brief geschreven is aan leden van wie het meer en deel van vóór hun doop niet-Joods schijnt te zijn geweest, vraagt hij de aandacht voor problemen die waarschijnlijk aan niet-Joodse bekeerlingen eigen waren. Vragen over maatschappelijke solidariteit, seksuele reinheid en eerlijk werk waren drie problemen waarmee de bekeerlingen te Tessalonica te kampen hadden. Als de meesten van de Tessalonicenzen Joodse bekeerlingen waren geweest, zouden zij waarschijnlijk niet in zulke en mate met de zelfde problemen te kampen hebben gehad. Waarom? Omdat de Joden in de wet van Mozes waren opgevoed die maatschappelijke banden en in het bijzonder de gezinsband bevorderde, seksuele zonden ontraadde en de nadruk legde op de deugd van zes dagen werken.

De brieven aan de Tessalonicenzen werden voor zover kan worden vastgesteld, een aantal maanden nadat Paulus Macedonië verlaten had, waarschijnlijk tegen het eind van 52 n. Chr. vanuit Korinte geschreven.

Een ding is duidelijk, dat Paulus het evangelie alleen kon prediken door veel tegenstand te verduren zowel van vijandige Joden als van niet-Joden, door hevig te worstelen met geestelijke beproevingen en door geweldige ontberingen te ondergaan. Even als Paulus moeten de zendelingen in deze tijd veel ontberingen en tegenstand verduren. Dat kan zich uiten in vijandingezinde niet-leden, door zichzelf of door de duivel opgelegde twijfel en verleidingen en zelfs lichamelijke en financiële ontberingen. En evenals Paulus overwinnen en verduren de hedendaagse zendelingen hun ontberingen op de zelfde manier namelijk door volharding die uit geloof in Jezus Christus geboren wordt.

De profeet Joseph Smith heeft gezegd: “Wij krijgen sterk de indruk dat de ‘heiligen der laatste dagen’ aandacht moet besteden aan iedere deur die zich voor hen schijnt te willen openen, ten einde houvast op de aarde te verkrijgen, en ook dat zij alle mogelijke voorbereidingen moeten treffen in verband met de stormen die in de hemel broeien. Want de dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dichte duisternis, waarover door de profeten is gesproken, kan niet lang meer uitblijven”. (LvdpJS.) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.