Het plan had een lange denkfase maar snel geschreven. Een multifunctioneel sportcentrum voor fitness, fietsen, flaneren, seminars. Aan de rand van het dorp, een modern gebouw, met een regionale uitstraling. Ik had geen moeite om een commercieel verhaal op te schrijven. Verkopen doe je via woorden die bijblijven.

De brief van de wethouder begreep ik niet. Mijn plannen tot de bouw en exploitatie van het fitness centrum waren zo simpel dat er geen discussie over mogelijk kon zijn. De vergunningen waren rond, de bouw kon beginnen.

Een avond eerder die week in het café bracht enige twijfel toen ik vertelde dat ik bij de wethouder langs moest. Het leek wel of het stil werd. Iedereen knikte instemmend: zo, de wethouder wil je spreken.
Is dat een slecht teken, vroeg ik.
“het is maar hoe je het wil bekijken,” de kroegbaas schoof nog een pintje naar me toe,  “maar meer vertel ik niet. “
Ik sliep onrustig. Had ik iets gemist?

De vrijdagmorgen was koud en fris. De eerste kou van het jaar. Licht bevroren autoramen, de rijp op de bomen. Het dorp zag er vredig en uitnodigend uit.
Ik betrad het gemeentehuis en meldde mij bij de balie. De meid achter de balie keek mij belangstellend aan. Ik kwam voor wethouder van R. Ze knikte en of ik van het nieuwe fitness centrum was. Ik zei ja en ze zei leuk. En of ik even plaats kon nemen op de stoel tegenover haar. De wethouder had nog wat te doen.
Het gemeentehuis ademde rijkdom en historie uit. Ik voelde vertrouwen en respect. Het zacht gevooisde Limburgse accent was nog wel een puntje van gewenning. Als geboren en getogen westerling had ik soms een vertaalcomputer echt wel nodig.

De wethouder liet op zich wachten, maar drie kwartier haald hij mij persoonlijk op. De meid achter de balie knikte bemoedigend. Was dit nu het zuidelijke temperament?
Zijn kamer was groots, ouderwets, met veel mahoniehout en volledig over de top. Hij gaf me weer een hand en zijn ogen achter de handgemaakte Rodenstock stonden vriendelijk. Hij bood me koffie aan en een stoel.

Of ik begreep waarom ik bij hem moest komen? Hij leunde op zijn ellebogen en met priemende ogen keek hij mij aan.
“Ik heb een vergunning aangevraagd voor de bouw en start van een sportschool,” antwoordde ik naar eer en geweten.
“Juist, kijk dat is heel mooi voor onze stad. Een echte aanwinst, want ik heb uw plan goed doorgelezen en het zou fantastisch zijn als uw plan ook daadwerkelijk uitgevoerd zou kunnen worden,” onafgebroken bleef hij mij aankijken.
“U zegt zou kunnen worden, ik dacht dat alles in orde was en ik kon beginnen met de bouw van,” zijn antwoord gaf de sfeer een vijandige draai aan de sfeer.
De man tegenover mij knikte bevestigend.
“Wij hechten zeer aan onze gemeenschap en het welvaren, begrijpt u,” hij leunde achter in zijn stoel, “dat houdt in dat wij onze gemeenschap het voordeel geven.”
Ik keek hem aan, wat bedoelde hij? Voordeel van wat? Van twijfel?
“Wij zien graag dat u gebruik maakt van onze lokale kennis en vakmanschap.”
“Dat wil ik wel, maar uw lokale vakmanschap is drie keer zo duur dan anderen,”  antwoordde ik snel en scherp.”
Hij keek mij aan. Knikte.
“Ja, ja, maar dat zijn lui van het westen, ik geef u een naam en daar gaat u gebruik van maken,” en hij schoof mij een goedkoop vistaprint kaartje toe.
Ik pakte het op, bekeek het, “bouwbedrijf de goede geus, de beste keus” las ik en ik moest lachen. Zat ik nu echt in een slechte film?

“U kunt dit niet menen, dit is het bedrijf van uw euh neef?” mijn verbazing sloeg een octaaf aan op mijn stembanden.
“Mijn zoon, om precies te zijn,” hij glimlachte minachtend, “het is beter voor u om daar gebruik van te maken.  En het feit dat er zo’n tienduizend contant betaald dient te worden.”
Ik proefde de koffie, schudde mijn hoofd, schudde mijn hoofd. Ik was verontwaardigd.
“Ik ben geschokt, u zegt dus eigenlijk maak hier gebruik van of anders geen deal?”.
“Mijn waarde vrind, dat zijn uw woorden, maar wel de juiste gedachte.”
Langzaam stond hij op, liep om zijn bureau en ging op de rand zitten: “het werkt heel simpel, dit is heen goede partner voor u, voor mij, voor de stad, voor de toekomst van u, uw vrouw en uw kinderen.”
Hij had zelfs het lef mijn gezin erbij te betrekken.
Ik stond op:” U heeft lef, om zo ver te gaan en zo diep te vallen.”
“Ach, waarde vrind, ik doe al veertig jaar op deze manier zaken en die vullen mijn zakken heel goed.” Hij lachte om zijn eigen grapjes. Ook dat nog. Schaamteloos was hij ook nog.

Ik stond op en liep naar de deur.
“Denk goed na. Het is hier in deze stad of nergens anders, mijn netwerk bestrijkt gans Limburg.” 
“en als ik doorga zoals ik in mijn plannen beschreven heb?”
“Tja, u kunt doorgaan, maar of er toekomst is, dat is niet aan mij,” hij keek me aan, ik voelde de arrogantie van de macht.
“dus het is dit of niets, hier in uw mooie dorp?”
“Stad, stad, mijn waarde vrind, zonder mij ben je nergens.”
“U lijkt wel een capo di capi,” ik draaide me om en keek hem recht aan, hij lachte en knikte verlegen.
“Jong, doe moogs miene hondj nog neet zeen,” beet ik hem toe en verliet zijn kamer. Ik groette de meid achter de balie. Ze glimlachte: “ik zal me zeker aanmelden bij je sportclub. Ik ben dol op body-pump.”

Buiten haalde ik diep adem. Dus zo ging dat dus. Welkom in de grote wereld.