Breed lachend zat hij daar, midden in de winkelstraat van Arnhem. Van het kaliber Ritsma, Drees en Hazes. Net als deze drie vaderlandse legendes wist hij zijn lelijke vakgebied op te vijzelen tot een pure schoonheid. Het kijken naar hem bevredigde mijn hele wezen.  Zijn aangezicht vergrootte mijn pupillen, kweekte blosjes op mijn wangen en deed speeksel uit mijn mondhoeken druipen. Fluisterend bad ik tot God of hij deze man een verheerlijkt lichaam wilde schenken. Deze man verdiende het niet te sterven.  Net zo min als de mensen waar hij voor collecteerde.

Eigenlijk heb ik een hekel aan collectes. Een afgunst zelfs. Ik waardeer de goedbedoelde initiatieven en ik wil graag mijn steentje bijdragen aan het verbeteren van deze wereld, maar kom alsjeblieft niet aan mijn deur. Deze afgunst wordt verergerd wanneer de collectanten in de wintermaanden in mijn straat neerstrijken. Huismoeders met rooddoorlopen ogen, blauwe lippen en ijs in de haren; het ontneemt me mijn passie me ooit voort te planten. Helemaal wanneer de moeders hun kinderen meenemen en hen zoetsappige zinnetjes inprenten, die er nooit vloeiend uitkomen. Ze komen altijd tijdens een spannende film of tijdens het avondeten. Na aangebeld te hebben blijven ze minimaal een minuut staan, zodat je geweten je aan gaat klagen. Wanneer je dan toch even gaat kijken om je geweten te sussen, is het te laat. Oogcontact is funest. Vanaf dat moment ben je in hun val gelopen en ben je kansloos. Smoesjes als “ik kan de sleutel niet vinden” of “ik heb geen kleingeld” helpen niet meer. Het goede doel heeft je in zijn greep.

Met deze man was het echter anders. Oogcontact met hem bleek ook fataal, maar allerminst vervelend. Het was een waarlijk genot om iets in zijn collectebus te stoppen. Zijn hele ziel en zaligheid lag in die bus. Hij rammelde alsof zijn leven er vanaf hing, en misschien was dat ook wel het geval. Het goede doel waar hij voor collecteerde is mij volstrekt ontgaan, maar dat deed er ook niet toe. Zijn aanpak deed mensen naar de portemonnee grijpen en bewerkte bij velen een genotslach op het gezicht. Dat is nog eens een goed doel.