Morgen heb ik voorjaarsvakantie”, “mag ik bij jullie logeren”? Bulderde ik door de telefoon. “ja hoor lieverd, morgen haalt ome reint je wel op”! vertelt mijn tante mij.

De volgende dag sta ik veel te vroeg op, zet mijn rode weekendtas in de gang en leg mijn jas over de rugleuning van de bank. Mijn elleboog rust op de vensterbank en ik tuur door de yucca, die als ik te dichtbij kom mij in mijn wang prikt. Stiekem breek ik de bladeren van deze prikker.

Daar hoor ik een auto komen, zal het ome reint zijn?? De blauwe mitsubishi stopt naast ons tuinpad. “Hij is er al”!!!! Gil ik naar de keuken en zet een sprint naar de gang in.

” Zo zo monicaatje”, wat hest er ja ‘n gang op”!! ” Kijk, hier is mijn tas”! “Dan pak ik snel mijn jas!” “Even wachten jongedame, misschien wil ome reint wel eerst een kop koffie”? “Mijn moeder wordt getrakteerd op een vernietigende blik van mij. Gelukkig slaat mijn oom deze koffie af en brengt mijn tas naar de auto. Snel geef ik mama een kus. “Groetjes aan papa en jeroen, als je naar het ziekenhuis gaat”.

Ik loop het spoorbielzenpad af, kan nog duidelijk zien dat papa hem vorig week heeft geverfd, een aantal tegels zijn bruingevlekt van de beits. Met een klein hupje spring ik achterin de auto.

De route naar het huis van mijn oom en tante kan ik dromen. Herken elk huisje en boompje aan de n33. Zie dat uit de hoge schoorstenen van de fabriek witte wolken vluchten en als we bij de grote rotonde van gieten zijn weet ik dat het nu niet lang meer duurt. Tijdens het rijden luister ik naar ome reint, hij weet alles, hij is een grote slimmerd, ik kijk tegen hem op. Uiteindelijk draaien we het laantje achter hun huis op.

Als we uit de auto zijn helpt ome reint mij mee om mijn weekendtas te dragen want hij is zwaar, ik blijf een hele week, joepie!! In de keuken aangekomen krijg ik direkt een dikke kus van tante Antje.

De volgende dag help ik hun mee op het postkantoor die zij runnen, ik stof af, ik maak schoon, ik stempel de post, sorteer ze netjes en draai rondjes op zijn bureaustoel.

Bij het avondeten win ik van ome reint een extra gehaktbal, hebben we het over school en helpt hij mij met huiswerk en mijn zelfvertrouwen. In alles wat ik doe zijn mijn oom en tante geïnteresseerd en voel me gewenst.

Nadat ik mijn tante heb geholpen met de afwas, vragen ze mij of ik het leuk zou vinden om deze zomervakantie met hun mee te gaan naar frankrijk. Mijn gejuich is blijkbaar buiten te horen, want we zien mensen hun hoofden op ons richten.

Dit was de eerste keer dat ik in het buitenland kwam. En daar onder de franse zon vierden wij mijn 14e verjaardag met een kersencake.

Deze zomervakantie staat nog steeds in mijn top 5 van fijnste herinneringen.

Naarmate mijn leeftijd ging stijgen, werden de vakanties naar mijn oom en tante minder en van minder naar helemaal niet meer.

Ondanks dat we elkaar niet veel meer zagen bleef het contact goed.

En dan krijg je het telefoongesprek dat vertelt dat ook mijn oom net als mijn moeder is getroffen door die vreselijke ziekte.

Hij gedraagt zich dapper met een traan, vecht als een leeuw. Hij laat zijn tanden zien aan “die kanker”, maar dan wordt hij moe, kan niet meer elke dag strijden. Zijn tanden worden bot en zijn lichaam te zwak. De kanker heeft hem in zijn macht en maakt hem zieker. Uiteindelijk geeft hij zich gewonnen en verlaat zijn geest zijn lichaam met een zucht.

 

Dankbaar ben ik dat jij ‘mijn’ oompje bent, dat jij mij deels hebt voorzien van een fijne jeugd. Ben trots dat jouw bloed mijn aderen raken, ook al is het dun, waar mijn hart zich niets van aantrekt…….Dag lieve grote vriend…..tot ooit!!!