– ‘Freeeeeekie’,

‘Gast, alles wel?’

– ‘Half lam. Hoe laat spreken we af?’

‘Kwart voor 7 voor de deur?’

– ‘Prima. Ben je al zat?’

‘Ben net bezig met mijn tweede biertje.’

– ‘Dan loop je er al 8 achter. De vaart erin jochie. Zie je zo.’

‘Komt goed. Tot zo.’

Met een grijns hang ik op. Met een koud biertje stond ik onder de douche toen Bob belde. Het door  mijn vriend Joop tot zelfmoordhok gedoopte studiootje aan het Haarlemmerplein waar ik nu nog woon is een chaos. Ik sta op het punt om te gaan verhuizen en de helft van mijn huisraad zit al in diverse dufflebags, boodschappen tassen, Albert Heijn kratjes en een verdwaalde verhuisdoos.

Bob en Freek. Een pracht duo. Uit het zelfde hout gesneden. Met het aangeboren talent om van iedere middelmatige dorpsfuif een knalfeest te maken. Half februari doken we samen op in de kleine zaal van Paradiso tijdens een concert van The Thermals. Binnen twee minuten wisten we het doodse feest vol bejaarde rockers te transformeren tot een kolkende pit die de voorste vier rijen besloeg vol bier, zweet en  overjarig enthousiasme. Dit zijn wij ten voeten uit. Als Bob de benzine is ben ik de aansteker. Als ik hem vergeten ben stookt hij het boeltje vakkundig op.

Naakt en nat van de douche druip ik door de dampende huiskamer. Ik struikel half over een met elektronica gevulde  Albert Heijn tas als ik naar mijn biertje reik. Zorgvuldig formeer ik mijn hipster-waardige outfit. Soms ben ik net een wijf. Ik pak een half doorschijnend wit H&M shirtje dat net genoeg doorschijnt om mijn tattoo te laten zien. Bij de plaatselijke turk heb ik de hals laten verwijden zodat mijn ‘gespierde torso’ beter uit komt. De grijze Cheap Monday skinny jeans met opgerolde pijpen. Een beetje gel  tegen het pluizen achter in het matje dat onder mijn muts vandaan komt. Goed gematchte witte sokken. En knalrode Allstars als blikvanger. Ik ben een wijf.

Ter verdediging. Vanavond verdient extra aandacht. Vanavond treden The Courteeners op in de kleine zaal van Paradiso. En met ene beetje geluk pikken we ook nog een staartje Major Lazers mee. December vorig jaar heb ik ze al eens willen zien in de MEN Arena in Manchester en ineens kondigde ze een optreden in de kleine zaal van Paradiso aan. Hier moest ik bij zijn. Bijpassende outfit is vereist.

Het zijn rare en vooral nare weken geweest. Op het werk zat de sleet erin. Ik zocht al maanden een uitweg maar kon nog steeds nergens een vluchtroute ontwaren. Mijn beste vriendin en tevens buurmeisje belande in het ziekenhuis. De begrafenis van de vader van een vroegere vriend bracht me terug in Sassenheim waar ik opgroeide. Een terugkeer op de geboortegrond stemt me sowieso vaak al donker. Maar de begrafenis van deze man raakte me diep. Om de onrust in toom te houden trainde ik als een bezetene vijf soms zes dagen in de week. Het resultaat zag er goed uit. De rust in het hoofd was slecht tijdelijk. Alles tezamen was een ding klip en klaar. Vannacht gaat er iets gebeuren. Paradiso verlaat ik waarschijnlijk niet alleen. Wellicht met een dame aan de hand. Of door de ruwe hand van een van de uitsmijters. Maar nu opschieten. Ik sta nog 7 biertjes achter op Bob.

‘And now youre too tired to eat, and youre too hungry to sleep, Youre hooligan’s on E and were too tired to bother with any of you.’ Ik hoor de onmiskenbare gitaarriff. Shit, ze zijn al begonnen. Verdomme welk concert begint er nou exact op aanvangstijd? Snel trek ik mijn bij de Zipper gekochte vintage jasje uit en gooi hem naar Bob. ‘Hang jij hem ff op. Mijn lievelingsplaat gap!.’. De zaal is donker. Hij oogt half leeg. ‘Cavorting, and snorting your way through the band’. BAM! Hier gaan we. Ik duik de onvermijdelijke pit. Hier doen we het voor. Alleen de zwarte verschijning voor me in de pit heeft duidelijk het script niet gelezen. Nog geen twee seconde nadat ik extatisch de pit in ben gedoken heb ik al bijna een rechtse directe te pakken.

Twee minuten later komt Bob met vier bier binnen lopen. Hij treft mij aan aan de rond van een cirkel dit zich rond de pit heeft gevormd. De zaal was niet half leeg. Vooraan heeft zich een dreigende kluwen van zwarte designer jacks, opgetrokken capuchons en zonnebrillen gevormd. Het oogt vervaarlijk. Out of place. Terwijl we de situatie in ons opnemen spannen ze langzaam een doek over vrijwel de gehele breedte van de kleine zaal van Paradiso. ‘RED ARMY; MAN UNITED’. Dan valt het kwartje. Dit is de huisband van de plaatselijke FC in Manchester. Deze heren, niet hun meest gezellige supporters is al gebleken, hebben dit optreden aangegrepen al het een ware uitwedstrijd. Ik krijg spijt van het aantrekken van mijn licht doorschijnende shirt. Hoe hip en sexy het vanmiddag thuis nog leek. Mijn rug is getooid met een tatoeage van Oasis. De huisband van hun grote rivaal, Manchester City.

Naar mate de avond vordert. En de drank rijkelijker vloeit. Groeit onze Dutch courage. We bevinden ons inmiddels midden in de kluwen Engelse hooligans. Blijken overigens prima kerels te zijn. Mits we bij de twee finaal doorgesnoven alpha reutjes van de groep vandaan blijven. Veiligheidshalve besluit ik wel netjes mijn bovenlijf bedekt te houden. ‘You’re not nineteen forever, pull yourself together I know it seems strange but things, they change.’ Schalt er door de kleine zaal. Een kolkende pit. De spandoeken. Vervaarlijk kijkende mannen. Zelfs hun big northern rival is inmiddels hartstochtelijk toegezongen ‘We all hate Leeds scum’. Paradiso is verworden tot Manchesters United’s roemrucht Stretford End. Ik geniet intens.

Zo snel als het begon is het ook weer afgelopen. Na het laatste nummer schieten de heren van het podium. Geen toegift. Security op het podium. Zal wel iets van doen hebben met de  ‘rowdy crowd’. Via de bar lopen Bob en ik het balkon van de tweede verdieping op. Vol verbazing slaan we een gigantische chaos onder ons gade. Door de vroege start van de The Courteeners en de haastige aftocht vallen we nu midden in het optreden van Major Lazers in de grote zaal. En wat een optreden. Pits. Massale sitdowns. Vuvuzela’s. Smerige dansende sletten. Confetti. Gigantische ballonen. We vallen van ene gekte in de andere. Wat een avond. Na een uur in de dampende massa te hebben gestaan geeft Major Lazers er ook de brui aan. We kijken elkaar aan. Wat een top avond. Beide veronderstellen we dat de pieken nu wel uit de avond zijn. We besluiten boven in de kleine zaal nog een biertje te gaan drinken.

De kleine zaal steekt schril af tegen de staat waarin we hem nog geen uur geleden hebben achter gelaten. Half leeg. Keurig. En de flashy band heeft plaats gemaakt voor een ietwat gezette DJ met een fikse baard. Indie hitjes worden en gedraaid. En daar weet ik wel raad mee. Net zoals Bob wel raad weet met de overal verspreid liggende ballonnen. Het voelt aan als een verjaardagsfeestje dat hoognodig wakker geschud dient te worden. Ladies and gentleman, we have arrived. Ik trek mijn fijnste danspasjes uit de kast. Waar Bob met een in alle haast losgetrokken ballon een ware voetbalwedstrijd start met drie spuuglelijke op leeftijd zijnde provinciale bakvissen. Na een half uurtje uitsloverij trek ik me vermoeid op het podium.  Ik speel wat met een ballon. Ik geniet van het rustig moment. Wat een heerlijke chaos. En dan zie ik haar staan.

Een kort spijker shortje. Prachtige  benen. Een zwart vintage shirtje diep in haar shortje gestoken. Haar lijf komt er prachtig in uit. Niet protserig. Niet ordinair. Donker, rossig haar en opvallende Rode Vans. Zijdelings staat ze. Het haar rug naar de zaal. Op een meter of 3 voor het podium. Rechts bij de muur. Ze kijkt me aan over haar rechter schouder. Met de lach die al het andere doet verbleken. Haar donkere ogen lijken licht te geven. Ze kijkt weer weg. Wat mij de gelegenheid haar ongegeneerd te observeren. Ze is knap. Ongelofelijk mooi. Ongegeneerd sexy. Maar het is die korte, onbezorgde blik die mijn aandacht als een magneet naar haar blijft trekken. Op momenten als deze vervloek ik het bij mij ontbreken van ware casanova skills. Langzaam zie ik haar hoofd weer in mijn richting draaien. Uit een reflex gooi ik haar de ballon toe die ik nog steeds in mijn handen had. Contact. Ze gooit hem terug. Jezus in frontaal zicht is ze nog mooier. Subtiele worp ook. Sexy zelfs. Niet zo’n houterige wijven worp. Het ritueel herhaalt zich een aantal malen en dan gebeurt het. Alsof het een vanzelfsprekendheid is spring ik van het podium af en loop naar haar toe. Niets voor mij. Maar achteraf denk ik dat het daar al vertrouwd voelde.

De daaropvolgende momenten spelen zich af in een roes. Ik ben stukken kwijt. Ik kan geen tijdsbestek geven. Niet onze eerste woorden. Haar geur. De flirt. Het moment. Niets. Hoe alles omvattend mijn desoriëntatie ook is. Met een donderklap brengt ze me weer compleet terug in de realiteit. Met mijn rug sta ik naar het podium. Ik hang licht over haar heen. Onze lijven dicht tegen elkaar aan. Raken doen we nog net niet. Het hoofd iets naar buiten gedraaid. Mijn neus bevindt zich ergens ter hoogte van haar linker oor. Ik ruik haar. Terwijl ik ongemakkelijk de halve lege zaal in staar. Haar mond vlakbij mijn oor. Die mond was mijn doel. Maar niet om er met mijn oor te eindigen. Ik hoor haar alles bepalende woorden in stilte aan. ‘Nee, niet kussen. Niet nu. Dan onthoudt je me tenminste’.

Langzaam draait ze links om haar as richting de zaal. Elegant. Ze schrijdt in alle rust van me weg. Mij in verbazing achterlatend. Ik voel me verslagen. Maar iets in me roept dat ik verslagen wil worden. Ik wil me in haar verliezen. ‘Kom je krijgt een borrel van me. Die heb je wel verdient.’. Zonder om te kijken smijt ze die woorden achteloos de ruimte in. Met een ongeëvenaard zelfvertrouwen. Ik geef me gewonnen. Ik geef me over. Compleet door haar gebiologeerd schuifel ik volgzaam achter haar aan naar de bar achter in de zaal. Iedere vorm van grip ben ik kwijt. Ik laat me leiden. Het wegdraaien van haar hoofd is het mooiste wat er op dat moment kon gebeuren. Nooit van mijn leven zal ik dat moment nog vergeten.

Van het gesprek aan bar kan ik me slechts flarden herinneren. De fase van algemeenheden uitwisselen zijn we bij het eerste oogcontact al gepasseerd.  Mede ingegeven door de setting komt het gesprekonderwerp al snel op muziek. De eerste sneer heb ik dan al te pakken ‘natuurlijk ken ik Jake Bugg’. Ze is fel. Bijt van zich af. Durft zichzelf te zijn. Ik geniet. Van haar stem. Haar uiterlijk. Haar temperament. Maar vooral van de manier waarop ze mij zo van mijn slag maakt. Dat ik me door haar wil laten leiden.  De paradoxale mix van onrust en vertrouwdheid vormt een momentum waarvan ik hoop dat hij nooit stopt. Ik wil alles van dit meisje ontdekken. Hoe kan het dat dit nu al zo ongelofelijk vertrouwd voelt?

Mijn dierbaarste herinnering aan die avond koester ik aan het moment dat we van de bar verhuizen naar de trap. De trap richting de afgesloten derde verdieping biedt ons enige privacy. Na een kwartier of uur, ik ben inmiddels ieder tijdsbesef verloren, voelen we al de behoefte samen te zijn zonder gestoord te worden. Links van me neemt ze plaats op de derde trede van de trap. In het felle licht. Omgeven door de geur van verschraald bier. Maar het deert niet. Ik praat. Zij luistert. Ze luistert echt. Als ik links van me kijk zie ik een blik in haar ogen. Oprechte, ware, menselijke interesse. Wat is ze mooi. Ik zie iets in die ogen. Ik zie mezelf. Terug in haar ogen.

Na een bezoek aan het toilet in de kelder van Paradiso dansen we daar op een tafel. We spreken af de hele nacht te dansen. Ze belt zelfs met mijn telefoon een vriend. De atlas van Amsterdam. Die weet wel een goeie after. Samen roken we een sigaretje in het rookhok dat uitkijkt op de Weteringschans. Wat rookt ze sensueel. Wat een karakterwijf. Ik ben alle grip op de wereld kwijt. Buiten is het donker en stil op straat. Binnen begin ik vrede te hebben met het feit dat ik haar vanavond niet ga kussen. ‘dan neem ik je mee uit eten, ik wil je leren kennen’. Voor het eerst toont ze barsten in haar schild. Haar overwhelming zelfvertrouwen lijkt te vervagen. Als een klein meisje staat ze schuchter tegen me aan te stamelen. Het maakt haar alleen maar mooier. Puur en zuiver.

Ditmaal trakteer ik haar op een drankje in de kleine zaal. Ik trek haar de zaal in en we beginnen te dansen. De eerste lijfelijke aanraking voelt als vanzelfsprekend met de onderliggende spanning van een eerste date. We dansen. Wat is ze sensueel. Zonder de zweem van het ordinaire. Maar wat voel ik me klein. Een stijve hark. Jezus wat moet zij goed zijn in bed. ‘And that’s why I’m gon’ take a good girl. I know you want it. I know you want it. I know you want it. You’re a good girl’. De eerste kus op het zomernummer van 2013. Hier kusten wij. Als zelfverklaarde muziekkenners kusten wij onze eerste kus vlak naast  het mengpaneel in de kleine zaal van Paradiso. Onder begeleiding van het cliché-kus-nummer van 2013. Maar dat maakte het ergens juist zo perfect. ‘True perfection has to be imperfect. I know that that sounds foolish but it’s true’.

Hoe erg ik er op dat moment niet mee bezig was. Die eerste kus voelt als een overwinning. De buit is binnen. Mijn ogen glimmen. Ik lach mijn lachje van bravoure. Twee glim ogen vergezeld door mijn rechter opgetrokken mondhoek. Ik geniet. Van de avond. Het moment van ons. Want als ons voelt het allang. Al vanaf het moment dat ik van het podium vertrok om haar in de zaal te ontmoeten. Hand in hand lopen we richting de grote zaal. Als zij naar haar vriendinnen loopt bezoek ik het toilet. Ik ben extatisch. Euforisch. Dat het van korte duur zal zijn kan dan nog niet voorzien.  Het 70-jarige topstuk dat dienst doet bij het toilet voorzie ik van een stevige knuffel. Lachend loop ik het toilet in. In de spiegel lach ik naar mezelf. ‘goed gedaan jochie’.

Als ik mijn grijze skinny dicht rits valt mijn oog op een jonge met een aantal tatoeages. Zeker versieringen op de onderarm kunnen altijd extra aandacht rekenen. Nog steeds enthousiast draai ik zonder te vragen zijn arm om om goed zicht op het kunstwerkje te hebben. Bad move. Op zijn onderarm prijkt de cijfercombinatie ‘010’. Een rotterdammer. Een boze rotterdammer wel te verstaan. De situatie escaleert razendsnel uit de hand. Hij voelt zich bedreigt ondanks het feit dat ik er zo in mijn zorgvuldig geformuleerde hipster outfit alles behalve dreigend uit zie. En ik heb zelfs helemaal niets tegen Rotterdammers! Na de eerste duw valt er over en weer een klap. Ineens staat er een uitsmijter in de WC. Gelukkig. Denk ik nog. Nog geen twee minuten later sta ik buiten. Met een dikke lip. Zonder jas. Maar boven alles alleen.

Waar de Weteringsschans er vanuit de rookruimte vredig en rustig bijlag is het nu verworden tot  een desolate plek vol wanhoop. Typisch. Verdomde typisch weer! Ik positioneer me tegen het raam van de Bagels & Warps links van Paradiso richting het Leidse Plein. Het biedt me iets van beschutting en verschaft me goed zicht op de uitgang. In ijdele hoop wacht ik op het meisje dat mijn leven opschudde maar nu net zo snel vertrokken was als ze kwam. Om eerlijk te zijn vertrok ik. Stomme lul. Langzaam krijgt de kou vat op me. Zonder jas enkel gehuld in een dun wit shirtje met een overdreven brede hals dringt de kou via het raam mijn rug binnen. Uit wanhoop check ik mijn mobiel. Geen naam. Geen nummer. Lul! Als ik naar mijn mobiel kijk en even niet op de ingang let hoor ik stappen. En accenten. Die ik uit duizenden herken. ’s lands mooiste accent. Maar niet nu. Rotterdams. ‘Kankelul!’. Boze rotterdammers lijken nooit de ‘r’ uit te spreken. Gewone rotterdammers overigens ook niet. Een echte feyenoorder is voor ‘feyenooit’ . Net als Frank de Boer steevast praat over “voebellen’.  Het kwaaie Rotterdams is mijn signaal om de avond te eindigen. Ik trek een sprintje over het Max Eeuwenplein. Al snel ben ik ze kwijt. Aan de overkant van de Singelgrachtkering zie ik voor de ingang van het Vondelpark een TCA- taxi staan. Deze brengt me in zijn heerlijke warme bolide terug naar het Haarlemmerplein.  In de taxi lucht ik altijd graag mijn hart. Ik zou een ideale passagiers zijn geweest van Joris Linsens taxi. ‘Ik ben haar kwijt man, misschien wel de liefde van mijn leven.’