Dankbaarheid is een deugd die op wijde schaal geprezen wordt en ondankbaarheid een zonde die evenzeer is veroordeeld. Iemand heeft eens gezegd dat “een ondankbaar mens als een varken is dat onder een eikenboom eikels eet, maar nooit naar boven kijkt om te zien waar ze vandaan komen.” (The New Dictionary of Thoughts, blz. 308.)

Jezus, maakte zijn gevoelens over ondankbaarheid bekend toen slechts één van de tien melaatsen die genezen waren terugkeerde om Hem te bedanken. Lucas vertelt ons het volgende: “En het geschiedde gedurende zijn reis naar Jeruzalem, dat Hij dwars door Samaria en Galilea trok. En toen Hij een zeker dorp binnenging, kwamen Hem tien melaatse mannen tegemoet, die op een afstand bleven staan. En zij verhieven hun stem en zeiden: Jezus, Meester, heb medelijden met ons! En Hij zag hen aan en zeide tot hen: Gaat heen, toont u aan de priesters. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden. En één van hen keerde terug, toen hij zag, dat hij genezen was, met luider stem God verheerlijkende, en hij wierp zich op zijn aangezicht voor zijn voeten om Hem te danken. En dit was een Samaritaan. En Jezus antwoordde en zeide: Zijn niet alle tien rein geworden? Waar zijn de negen anderen? Waren er dan geen anderen om terug te keren en God eer te geven, dan deze vreemdeling?” (Lucas 17:11-18.)

Jezus, gaf ons het voorbeeld tijdens het laatste avondmaal: “En terwijl zij aten, nam Hij brood, sprak de zegen uit, brak het, gaf het hun en zeide: Neemt, dit is mijn lichaam. En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit, en gaf hun die en zij dronken allen daaruit.” (Marcus 14:22-23.)

Zowel de oude als de nieuwe Schriftuur staat vol verwijzingen naar smeekbeden, lof en dankzegging tot de Heer. De Psalmist zong: “Erkent, dat de Here God is. Gaat met een loflied zijn poorten binnen, zijn voorhoven met lofgezang, looft Hem, prijst zijn naam.” (Zie Psalm 100:3-4.)

Koning Benjamin (zoals geschreven staat in Mosiah in het Boek van Mormon) vermaande zijn volk: “En zie ook, indien ik — die gij uw koning noemt, die zijn dagen in uw dienst heeft doorgebracht en toch in dienst van God is geweest — enige dank van u verdien, o, hoezeer behoort gij dan uw hemelse Koning te danken! Ik zeg u, mijn broeders, dat indien gij alle dank en lof die uw gehele ziel vermag te bezitten, zoudt betuigen aan die God die u heeft geschapen, en u heeft behouden en bewaard, en u blijdschap heeft gegeven en heeft toegestaan dat gij in vrede met elkaar leeft —ik zeg u dat indien gij Hem zoudt dienen die u vanaf het begin heeft geschapen, en u van dag tot dag bewaart door u adem te verlenen om te kunnen leven en bewegen en handelen naar eigen believen, en u zelfs van het ene moment op het andere onderhoudt — ik zeg u, zelfs indien gij Hem met uw gehele ziel zoudt dienen, dan nog zoudt gij onnutte dienstknechten zijn. En zie, alles wat Hij van u verlangt, is zijn geboden te onderhouden; en Hij heeft u beloofd dat indien gij zijn geboden onderhoudt, gij voorspoedig zult zijn in het land; en Hij wijkt nimmer af van hetgeen Hij heeft gezegd; indien gij dus zijn geboden onderhoudt,zegent Hij u en maakt Hij u voorspoedig.” (Mosiah 2:19-21.) Als ik dit zo lees dan geloof ik dat een van de grootste zonden van de bewoners der aarde in deze tijd de zonde is van ondankbaarheid en dit getuig ik in Jezus naam. Amen.