Tijdens mijn vrijwilligerswerk in een verpleeghuis, hoorde ik, van een geloofsgenoot van een andere stroming, die daar in de dag behandeling zit, dat hij best wel eens om zich heen kijkt hoe het eraan toegaat in andere Gereformeerde Gemeenten. Ik zei toen tegen hem dat ik van katholiek naar Hindoestaans ben gegaan, toen bij moslims terecht was gekomen, toen de Jehova getuigen had bestudeerd en dat ik nu al vijftien jaar een actief lid ben van ‘De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’.

Hij zei heel liefdevol dat hij mij maar een overloper vond. Vroeger dacht hij altijd dat alle Gereformeerde Gemeenten zo waren als waar hij bij was, en dat hij daar blij om was omdat hij zich goed thuis voelt in zijn gemeente. Maar niets blijkt minder waar, want de laatste tijd zag hij steeds meer hoe het er in andere Gereformeerde Gemeenten aan toe gaat. Hij was er behoorlijk van geschrokken toen hij zag hoeveel geloofsgenoten er tijdens de avondmaalsbediening aan gaan, in tegenstelling tot zijn eigen gemeente. Bij zijn eigen gemeente gaan er echt heel weinig aan, waardoor hij bang is dat er iets bij zijn eigen gemeente verkeerd zit, dat ze misschien te zondig of te wetmatig zijn.

Ik vertelde hem dat vrijwel iedereen die in onze kerk komt van het avondmaal neemt en dat ik mij daar op voor bereid door de afgelopen week onder de loep te nemen en mij van mijn zonden bekeer, die ik bewust zou hebben begaan. Ik hoef mij namelijk niet volmaakt te voelen om aan het avondmaal deel te nemen, maar ik moet wel een nederige en bekeerlijke houding hebben. Met andere woorden: Als ik het avondmaal benader met de eerbied en ernst die het verdient, biedt het mij wekelijks een mogelijkheid tot zelfbeschouwing, bekering en hernieuwde toewijding, ja, een bron van kracht en een constante geheugensteun aan de verzoening van de Heiland.

Hij reageerde dat hij niet kan begrijpen dat iemand die zeer onlangs in het openbaar zijn of haar geloof midden in de gemeente heeft beleden, blijft zitten als men voor het Heilig Avondmaal wordt uitgenodigd. Hij vindt dat tegen strijdig, een verloochening van zijn/haar eerder beleden persoonlijk geloof. Het gaat hem er niet om mensen iets te verwijten, maar hij kan dit bij zichzelf niet rijmen. Hij vraagt zich af of er meer dan een oprecht geloof nodig is om aan het Avondmaal plaats te nemen of dat er binnen de kerk minder dan een oprecht geloof nodig is om belijdenis te doen, of dat er iets speelt waar hij geen weet van heeft.

Ik had met hem te doen dat hij op zijn hoge leeftijd daar nog mee worstelde. Ik zei tegen hem dat ik het avondmaal heel persoonlijk beleef, dat ik niet zozeer naar andere kijk want wanneer ik aan het avondmaal deelneemt, getuigt ik tot God dat ik zijn Zoon niet alleen indachtig ben gedurende

de korte tijd van die heilige verordening, maar Hem beloof, Hem ‘altijd’ indachtig te zijn. Ik getuig dan dat ik bereid ben de naam van Jezus Christus op mij te nemen en dat ik gehoorzaam zal zijn om mij aan zijn geboden te houden, dat ik mijn doopverbond hernieuw en dat God de beloofde vergiffenis geeft voor de zonden die ik eventueel zou hebben begaan en dat ik dan altijd zijn Geest bij mij heb.

Hij zei toen dat hij mijn advies ging opvolgen, dat hij niet meer naar anderen kijkt maar het persoonlijk houdt tussen hem en zijn hemelse Vader en hij dankte mij voor het advies dat ik hem gaf.

De avondmaalsvergadering bij een andere stroming
Stem op deze column!