De eerste twee van de drie getuigen, Oliver Cowdery en David Whitmer, werden door overtreding als leden van ‘De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’ geëxcommuniceerd en van de kerk afgesneden, en dit vond plaats toen Joseph Smith nog leefde. Dit is een bewijs voor de echtheid van hun getuigenis en dat dit Gods wérk is. Als Joseph Smith die getuigen had omgekocht of beïnvloed om een vals getuigenis te geven, dan zou hij hen steeds vriendschappelijk behandeld hebben en bevreesd zijn geweest hen te excommuniceren, want zij hadden dan een goede gelegenheid gehad zich op hem te wreken en Joseph Smith als een bedrieger te brandmerken. Maar met betrekking tot de regels van de kerk werd er, ook voor deze getuigen, geen uitzondering gemaakt.

Toen Oliver Cowdery geen lid meer van de kerk was, beoefende hij de rechtsgeleerdheid. Op zekeren dag, toen hij als advocaat voor een zekere zaak pleitte, verwees de advocaat van zijn tegenstander naar het feit, dat Oliver Cowdery eenmaal getuigenis van de echtheid van het Boek van Mormon had gegeven, maar nu geen lid meer van die kerk was en dat dit feit een afdoend bewijs was voor zijn onbetrouwbaarheid. Oliver Cowdery gaf toen staande in de rechtszaal, voor de gezworenen en verdere aanwezigen, plechtig getuigenis van de echtheid van het Boek van Mormon. Neem tevens in aanmerking dat hij dit getuigenis aflegde toen de Mormonen vervolgd werden en het leven van een ‘Heiligen der laatste Dagen’ als niets werd geacht, en omdat hij tevens een staatsbetrekking bekleedde, is zijn getuigenis veel betekenend.

In 1848 keerde hij weer tot de kerk terug, wat ook veelzeggend is, en hij bleef tot aan zijn dood van de echtheid van het Boek van Mormon getuigen. Hij stierf in 1850, maar voor hij stierf, gaf hij aan zijn verwanten en allen die om zijn sterfbed geschaard waren, plechtig getuigenis van de goddelijkheid van het Boek van Mormon, van ‘De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste Dagen’ en aangaande de waarheid van zijn vorige verklaring betreffende de hemelse visioenen.

Hoewel David Whitmer nooit tot de Kerk terugkeerde, bleef hij steeds getrouw aan zijn getuigenis. In 1881 verspreidde iemand het gerucht, dat hij zijn getuigenis herroepen had, maar David Whitmer haastte zich een verklaring af te leggen, welke in verschillende kranten werd opgenomen, dat hij getrouw bleef en was gebleven aan zijn getuigenis. Drie dagen voor zijn dood riep hij zijn familie en vrienden aan zijn legerstede en verklaarde plechtig, dat het getuigenis, dat hij in 1829 van het Boek van Mormon had afgelegd, waarachtig was.

Nu wil ik iets zeggen over Martin Harris. Hoewel hij nooit zijn getuigenis van het Boek van Mormon heeft ontkend, was hij wel lange tijd ontstemd over de kerk. Gedurende de laatste jaren van zijn leven bezocht hij verschillende plaatsen in Utah en gaf daar in vergaderingen getuigenis van de echtheid van het Boek van Mormon en van het werk des Heren.

Deze drie getuigen hebben niet alleen de platen, maar ook de engel gezien. Acht getuigen hebben getuigenis gegeven, dat zij de platen hebben gezien en betast en ook zijn zij steeds daaraan getrouw gebleven. En dit is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen.