Nadat ik aan de balie mijn bos bloemen had betaald reed ik linksaf de Badhuisweg op en zag op het einde het Kurhaus in Scheveningen. Op de hoogte van het Circustheater ging ik rechtsaf en parkeerde mijn auto in de schaars verlichte eerste straat links. Nummer zes en veertig was in een portiek met een trap waar vier deuren op uit kwamen. Kort nadat ik aangebeld had ging met een klik de voordeur vanzelf open en zag ik in de schaars verlichte ruimte boven aan de gestoffeerde binnen trap een jonge dame die haar haren in een klein slordig staartje had zitten.

“Ben ik hier bij Rita?”vroeg ik en ik voegde er aan toe. “Ik ben Jan van de advertentie.” Het hoofd van de vrouw verdween uit het zicht en ik hoorde haar zeggen “kom maar boven”. Met ingehouden voetstappen beklom ik de trap en boven in de gang zag ik een kamerdeur open staan. De gang werd door het licht uit de kamer plaatselijk verlicht en omdat ik niet het lef had om zomaar door te lopen bleef ik in de gang wachten. De vrouw kwam de kamer uit lopen om kennelijk te kijken waar ik was gebleven en kwam toen naar mij toe om de bloemen in ontvangst te nemen.

We gaven elkaar een hand en we stelde ons aan elkaar voor. Ze had een spijkerbroek aan en een rood geruit flanel overhemd. Aan haar grote blote voeten zag ik dat haar grote teen wel heel erg groot was. Haar bleke onopgemaakte lange gezicht was uitdrukkingsloos waardoor het leek als of zij ongeïnteresseerd of onverschillig was. “Koffie?” vroeg ze en maakte een uitnodigend gebaar die mij de kamer in liet lopen.

Het eerste wat mij opviel was de verlichting in de kamer wat niet meer was dan een draadje uit het midden van het plafon met een lichtbol in een fitting. Toen mijn ogen aan het licht gewend raakte kon ik de kamer rond kijken. De vloer was van bruin geverfd vuren hout en ongeveer in het midden van de kamer stond tegen de rechter muur een, in een haakse hoek opgesteld, beige leren bankstel van een zeer goede kwaliteit. De rest van de kamer was rommelig door dozen die op elkaar gestapeld stonden waarvan er een gedeeltelijk uitgepakt was, waar aan te zien was dat uit deze rommeligheid een nieuw glad zijdeglans grijs wandbergmeubel moest ontstaan die aan de andere kant van de kamer tegen de linker wand moest worden opgesteld.

Tussen het bankstel en de dozen stond het onderstel van een messing salontafel die voorzien was van ronde bollen aan de poten waardoor het leek als of er messing ballen in de pootlengte waren opgenomen. In de linker hoek van de kamer die zo`n acht bij vier en een halve meter groot was stond voor het raam een nieuwe messing staande schemerlamp die kennelijk nog niet aangesloten was. Net als bij mij thuis had dit huis ook tussen de voor en achterkamer een schuifdeur separatie alleen was deze veel groter.

In de voorkamer was geen licht en omdat het buiten donker was, was er in die kamer niets te zien. De kamerdeur ging open en zij kwam binnen met een dienblad in haar handen waar twee kopjes koffie, een suikerpot met suikerklontjes waar ook een klontentangetje bij lag en een kannetje kokkiemelk op stonden. Omdat het geheel bij elkaar paste moest het een deel van een compleet servies zijn in een bolronde vorm met een kleur in gebroken wit. “Mag ik mijn jas uit doen?” “Maar natuurlijk”was haar antwoord en ze zette het dienblad op de grond.

Ik trok mijn zwarte jack, waar links een embleem van het automerk B.M.W. op bevestigd zat, uit en deed de kamerdeur open om naar de gang te gaan waar ik bij binnenkomst een kapstok tegen de muur had gezien. De rest van mijn kleding bestond uit een donker blauwe pantalon met zwarte schoenen en een bruine wollen kabeltrui over een wit overhemd met een beige stopdas.

Bij terugkomst in de kamer zag ik dat ze op de bank was gaan zitten en ik ging naast haar zitten. Het dienblad stond nog op een zeer onhandige plaats op de grond en ik zag tegen de muur in de kamer het rookglazen bovenblad van de salontafel staan. Ik stond op en legde het bovenblad op het onderstel en zij pakte het dienblad van de grond en zette dat op de salontafel. “Zo te zien ben je hier pas komen wonen” “Ja. Ik heb altijd in Rotterdam gewoond maar daar kon ik het niet meer uithouden.” “Waarom niet?” Ze gaf geen antwoord. “Had je in Rotterdam geen inboedel?” Ze keek me aan maar zei verder niets. “Zo te zien ben je jezelf in de nieuwe spullen aan het steken”. Ze pakte haar kopje koffie om er van te drinken. Ik volgde haar voorbeeld en dacht, ‘weer zo een waar je geen gesprek mee kan voeren’.

Toen de koffie opgedronken was pakte ze zwijgend het dienblad van de tafel en liep de kamer uit terwijl ik tijdens haar afwezigheid maar een beetje om mij heen aan het kijken was. Toen ze met het dienblad weer in de kamer terug kwam zag ik dat het elastiekje, wat haar haren in een staartje had gehouden, weg was en dat ze het netjes had gekamd. Ze zag er nu veel leuker uit en om het gesprek weer op gang te brengen zei ik. “Je doet aan paardrijden hè?” Deze vraag maakte haar tong los en ze begon uitvoerig over Bento haar nieuwe paard. “……… en ik sprak met Frank van de Westkustruiters…..” “De westkustruiters is dat een vereniging of zo?” “Ja dat is een stichting en hun manege is op pretpark Duinrell.” “Vroeger als klein kind ben ik wel eens in dat pretpark geweest maar dat daar een manege is dat weet ik niet.” “Die manege is ook niet zo groot en de Graaf van Duinrell wil al heel lang dat die

manege daar weg gaat.” “Is er dan onenigheid tussen die twee?” “Nee dat niet. De graaf wil de ruimte die nu door de manege wordt ingenomen toevoegen aan het pretpark. De manege kan dus ook niet uitbreiden en Frank moet naar een andere plek verhuizen.” “Gaat dat snel gebeuren?” “Nou dat weet ik niet en daar maak ik me ook niet druk over. ………………”

“Frank wist waar Bento te koop stond en hij had plaats voor het paard.” “Dat is mooi en wat is het er voor een.” “Het is een heel jong paard wat ik alles nog moet leren.” “Wat betaal je nou voor zo`n paard?” “Ik heb vijfduizend gulden voor Bento betaald en dat komt omdat hij een frans voetje heeft.” “Een frans voetje? Wat is dat?” “Ja dat is heel moeilijk uit te leggen. Dat noemen ze zo omdat hij bij het draven zijn linker voorbeen niet goed optilt. Het is net alsof hij zijn hoef een beetje naar buiten zwiept maar dat kan met trainen gecorrigeerd worden.” “Dat trainen, doe je dat zelf?” “Ja ………..” Ik kreeg te horen hoe dat allemaal in zijn werk zat en ik vond het allemaal reuze interessant.

“Ik heb nog een ander paard met de naam Mister Wilbert. Dat was een echt springpaard waar ik heel veel wedstrijden mee gewonnen heb. Op een gegeven moment kreeg hij last van een spat blessure en werd voor het springen afgekeurd. Ik ben hem toen voor de dressuur gaan trainen en iedereen verklaarde mij voor gek.” “Waarom?” “Nou, Wilbert was speciaal gefokt om te springen. Dan fokken ze de bouw van het paard zó, dat hij beter geschikt is om te springen. Dat kan je dan ook zien want zo`n paard is wat korter en de achterhand staat wat meer onder het paard waardoor het makkelijker met de voorbenen omhoog kan komen en iedereen zei dat het heel erg moeilijk zou zijn om zo`n paard voor de dressuur te gebruiken. Ik heb het toch gedaan en ik ben met hem Z met winstpunten geworden.” “Waarom ga je dan een nieuw paard kopen als je al zo`n goed paard hebt?”

“Drie jaar geleden heb ik door omstandigheden niet meer voor hem kunnen zorgen. Mijn vriendin Helga had kort daarvoor haar paard verloren en zat toen zonder waardoor wij de oplossing vonden dat Wilbert voorlopig naar Helga ging. Ik heb hem als het ware aan haar uitgeleend en zij is inmiddels ook Z met hem geworden.” “Maar dan vraag je toch gewoon je páárd terug.” “Nee. Dat kan ik niet. Ik kan nu niet zomaar Wilbert terug vragen. Ze is altijd heel goed voor hem geweest en ze is van Wilbert als haar eigen paard gaan houden.” “Dus je hebt drie jaar geen paard meer gereden”.

Even keek ze mij zwijgend aan en toen zei ze dat ze een moeilijke tijd achter de rug had en nu bezig was om een nieuwe start te maken. Ik begrijp het, had ik gezegd en ik liet het onderwerp verder rusten. Ik vertelde haar over mijn muziek hobby en dat ik vroeger op bruiloftsfeestjes en partijtjes als toetsenist in een band had gespeeld.

“Nu doe ik het alleen met keyboards want die hebben een dusdanige ritmesessie dat een combo van vijf man daar niet meer tegenop kan. De onderlinge discussie over wat er wel en niet gespeeld wordt is nu gelukkig ook van de baan. Ik kan nu lekker zelf bepalen welk muziekstuk ik leuk vind en wanneer ik het ten gehore breng. Tevens heb ik met keyboards veel meer mogelijkheden om mijn eigen muziek op tape vast te leggen.” Ik vertelde over de renovatie van mijn woning waardoor ik drie jaar onder erbarmelijke omstandigheden had gewoond maar dat ik daar nu de vruchten van ging plukken. Het was gezellig geworden. Rita had namelijk na de koffie wat bier uit de keuken gehaald en in het verloop van de avond was het praten steeds makkelijker geworden. Rond de klok van half twaalf zei ik.

“Ik stap maar eens op. Zullen we een nieuwe afspraak maken?” “Oké. wat doe je morgen?” “Zeg jij het maar.” “Ik wil morgen naar Bento dus als je zin hebt dan kan je met mij mee.” “Dat lijkt mij wel leuk. Hoe laat zullen wij afspreken?” “Twaalf uur in de middag?” “Oké. Doen we”en ik gaf haar, nadat ik al pratend mijn zwarte B.M.W. jack had aangetrokken een hand en daalde de trap af naar de buiten deur.