Ik ben 70 en ik heb al elf jaar een nieuw huwelijk dat eeuwig is. Zij is de vierde maar tevens ook de beste. Ik ben het gewend geworden om met haar mijn intieme waarheid over bekentenissen en persoonlijke waarheden te delen. Gelukkig ben ik in een situatie gekomen de vrijheid te proeven dat ik de mogelijkheid heb gekregen om onbelemmerd alles met haar te mogen bespreken. Het lijkt net alsof we elkaar aansporen ons ongehinderd te uiten als blijk van een vrije geest. Daardoor ben ik met haar zielsgelukkig.

Maar deze geluksfactor wordt door sommige filosofen ontkend. Vaak hebben ze het dan over de geschiedenis van de seksualiteit waardoor hun mening anders is. Ook adviseren zij om niet je geheimen, lusten, verlangens en begane daden te bekennen.

Toch denk ik dat deze vlieger niet op kan gaan. Ik was bijna zestig jaar oud toen ik mijn huidige vrouw, op een alleenstaande weekeinde van de kerk, leerde kennen. Ik had al een aantal huwelijken/relaties achter de rug, maar zij was eveneens iemand met een rijk verleden waardoor ons proces van ‘elkaar leren kennen’ voor een groot deel uit het uitwisselen van ervaringen en het elkaar vertellen van herinneringen bestond. Ik wilde ook graag zo veel mogelijk van mijn nieuwe geliefde weten want nu ik haar verleden heb leren kennen, heb ik haar leren kennen. Bovendien vond ik het fijn als zij zich vrij voelde om over vroeger te vertellen.

Het is ook beter om mijn bekentenissen als het belangrijkste te beschouwen om tot het ‘ware’ vrij zijn, te komen. Ik denk hierbij aan de biecht toen ik nog katholiek was, maar ook aan de rechtspraak, medische wetenschap, psychoanalyse, en liefdesverhoudingen, ja, ik was blij om dit vrijwillig te doen want het gaf mij een gerust geweten.

Het is voor mij onbegrijpelijk dat enkele filosofen omschrijven wat hier mis mee is. Zij merken op dat er ook onderwerpen zijn waar zij liever niet al te veel over willen horen. Dat mijn huidige vrouw zich ongemakkelijk zou voelen wanneer ik haar vertel hoe ik mijn ex-vrouw leerde kennen en hoeveel romantische brieven ik haar destijds schreef, dat dergelijke verhalen haar onzeker maken en haar het gevoel zouden geven inwisselbaar te zijn. Ze denken niet aan het feit dat ik volslagen van de kook raakte te constateren dat de brieven die ik naar mijn ex-vrouw schreef nooit boven tafel zijn gekomen, alsof ze nooit zijn aangekomen en dat mijn huidige vrouw liever hoort wat er misging, hoe ik mij aan mijn ex-vrouw ergerde om daarmee te constateren hoeveel beter wij het nu hebben.

Ik denk dat mijn huidige vrouw moet weten op welke wijze mijn behoeften nu wel worden bevredigd en dat dergelijke zaken geheim te houden daar nooit een positieve bijdrage aan kan leveren. Dat ik mezelf de vrijheid aan zou meten dat vrijheid deels ook bestaat bij de gratie van het elkaar geheimen gunnen, van het ongekend laten, van het laten bestaan van raadselachtigheid en geheimzinnigheid?

Ik moet er niet aan denken. Vrijheid is in mijn opinie het vermogen hebben je juist niet bedreigd te voelen door wat je wel weet maar blij bent dat de ander zijn of haar verlangens benoemd. Door die eerlijkheid zijn wij samen gelukkig waardig bevonden dat wij vorm mogen geven aan een eeuwig huwelijk, dat we in de Tempel hebben gesloten, want in de eeuwigheid wordt alles bekend.

De eeuwigheid brengt in alles bekendheid
Stem op deze column!