Ik haal de laatste tijd nogal veel herinneringen op.  Zou dat een teken zijn dat ik ‘oud’ aan het worden ben?  De veertig lonkt zoals nooit tevoren.  Aan de ene kant prijs ik me gelukkig maar anderzijds ken ik mezelf en weet ik dat ik niet één van die personen ben die goed ‘omgaat’ met het ouder worden.  Hoop dat ik heel lang gezond blijf en voor de rest… 

Heb me wel voorgenomen om toch wat gezonder te gaan eten want ik kan vreten wat ik wil zonder echt veel bij te komen.  Resultaat:  frietjes, chocolade, kaas, chips, nog meer chocolade, gratin schotels, lekker steak,  gegratineerd witloof, alle soorten pasta, koekjes met chocolade, ijsjes, pannekoeken, mayonaise, kaaskroketten, lekkere wijn, bijna alles waar een goede saus over zit, snoepjes uit de kindertijd, Cola en … nog iets met chocolade staan regelmatig op het menu. Ik wil zelf niet weten hoe hoog mijn cholesterol is!  Ik besef dat indien ik ‘gezond’ ouder wil worden ik mijn eetpatroon toch wat zal moeten aanpassen.  Natuurlijke producten eten: veel groentjes en wit vlees, noten en amandelen… 

In de tijd dat de dieren nog konden spreken en ik  in het tweede studiejaar zat, gingen we op school ‘marsepein’ maken.  Ik had nog nooit marsepein gegeten en had dus geen idee hoe het smaakte, maar gewoon het feit dat we eens niet achter de schoolbanken zouden moeten zitten maar creatief konden zijn met voeding was al genoeg voor mij om helemaal opgewonden te geraken.  

Voor marsepein hadden we natuurlijk verschillende ingrediënten nodig.  De knappe blonde en vooral energieke juf Lintermans – die trouwens de beste juf was die ik ooit gehad heb – had met haar mooie geschrift op het bord in grote letters geschreven wat we daarvoor nodig hadden.  Een lijst met ‘i-n-g-r-e-d-i-ë-n-t-e-n’  zo klonk het.  Wauw!  Wat een lang en moeilijk woord.  Een ei, bloemsuiker, amandelen…  “En wie brengt er amandelen mee?”, vroeg de juf met een stem als een klok zoals alleen juffen dat kunnen.  Ik stak mijn toen al lange arm met wijsvinger naar boven hoog in de lucht.  “Iris… fijn… en dan hebben we ook nog het volgende nodig…”, vervolgde de blonde sympathieke lerares.

Mijn moeder kwam na een lange dag werken thuis iets voor 18:00 uur toen ik haar opgewonden vertelde dat we de dag nadien marsepein gingen maken op school en dat ik ‘amandelen’ nodig had.  “Potdorie… Iris…”, zuchtte mijn doodvermoeide moeder, “kon je niet zeggen dat jij de eieren of de bloemsuiker ging meebrengen?  Dat heb ik in huis. Neen, het moeilijkste ingrediënt weet jij er weer uit te pikken.  Waar moet ik nu in hemelsnaam om 18:00 uur nog amandelen gaan halen?”  Ze dacht luidop.  “Eureka… natuurlijk… bij ‘Guske’ ”,  zo klonk het.  En mijn moeder haar gezicht lichtte helemaal op.  De buurtwinkel van de familie Thiry lag op de hoek van de Vilvoordelaan en de Groenstraat en dat was dus niet ver van waar wij woonden. 

Ik ging er trouwens altijd graag langs.  Het was nog zo’n echte buurtwinkel met een grote weegschaal met wijzers, en gedecoreerde tegeltjes op de vloer en achter ‘de toog’ stonden Gust (altijd met grijze schort) en zijn lieve vrouw Hélène en vaak staken hun kids ook een handje toe.  Je kon er echtvanalles vinden en Gust en Hélène maakten ook altijd tijd voor een leuke babbel met hun klanten en kenden bijna al hun klanten bij naam.  Ik herinner me nog dat ik achter mijn moeder aanliep toen zij ietwat klagend de winkel binnenkwam en iets zei in de zin van: “… ons Iris heeft ’t me weeral gelapt hoor!  Gelukkig zijn jullie open.  Allez… Iris meisje… zeg eens wat je nodig hebt aan de lieve dame en mijnheer…” en mijn moeder porde me in de rug en duwde me wat naar voor zoals volwassenen dat wel meer neigen te doen met kinderen. 

“A-M-A-N-D-E-L-E-N”,  zei ik met een zeer opgewonden piepstem.  De volwassenen begonnen om een mij onbekende reden te lachen.  “Zozo, amandelen… “,  herhaalde Gust.  Ik verwachtte een potje met daarin een soort van kleine rode bloedende ping pong balletjes.  Dat was echt cool… amandelen.  Die zaten toch ook in de keel van mensen…? 

“Van welk dier is ’t? ”, vroeg ik ongeduldig nieuwsgierig en nog steeds met luide piepstem.  “Zijn ’t amandelen van het varkentje of van de koe?”, vervolgde ik.  En toen begonnen de volwassenen pas écht heel hard te lachen.  Tot mijn grote verwondering  duwde men mij een doosje noten in de hand.  Ik was verbolgen.  Ik had amandelen gevraagd en GEEN ordinaire noten!  De grote teleurstelling droop van mijn gezicht maar ik mocht ook een snoepje kopen en dat werkte die teleurstelling dan ook snel weg.

Ik had weer iets geleerd.  Er bestond zoiets als homoniemen.  “Een homo-wat?”, herhaalde ik verwonderd.  “Een woord kan meerdere betekenissen hebben”, had mijn moeder geduldig uitgelegd.  Amandelen was zo’n woord.  Het snoepje had mijn eerste teleurstelling weggewerkt maar de dag nadien, na een leuke schooldag en het vele harde werk aan de marsepein, kwam ik tot de verbijsterende vaststelling dat  – ondanks het feit dat ik bijna alles mocht – marsepein niet op dat lijstje stond.  Bwèèèèèèèèèèèk!