Op het veldje achter het huis voetballen een aantal kinderen samen met hun vader. Als ik langs loop hoor ik de vader roepen: kom joh we winnen, schiet maar. Spelen zoals al eeuwen lang aan de gang is. Waar ook in de wereld.

Ik speel sinds een tijdje, op momenten ook weer. Ik heb kleinkinderen die ongedwongen spelen. Pas geleden heb ik met mijn kleinzoon een uurtje of twee gespeeld met klei. Vogels maken, een slak, een schoen, een huisje niets was ons te dol. En soms moesten we allebei erg goed kijken naar elkaars “kunstwerk” om te ontdekken wat het voorstelde. Maar door samen op te gaan in onze fantasie, werd het doel bereikt. Of mijn kleivogel en huisjes voldeden aan de volwassen beeldvorming, ik weet niet? Maar ik ging op in het kleien en  waar mijn kleindochter dankbaar gebruikt van maakte. Een emmer water door de huiskamer heen was ook spelletje in het kopke van Mrs. N, ik zag en merkte het.

Hoe vaak speelt de volwassene eigenlijk nog?

Eens omdenken.

Laat ik eens denken dat het leven een spel zou zijn. Dat het aannemen van een speelse houding iets bij jezelf ontvouwt. Dat je het werk, een functioneringsgesprek beleeft als een spel. Hoe leuk zou het zijn dat je nagenoeg regelloos met elkaar om zou kunnen gaan,  om vaak hetzelfde doel te bereiken.

Spelen is ook leren wat ernst is en wat het met je doet. Accepteren dat spelen de grondslag is van een culturele vorming, van taal, van manieren en een flexibele houding. Een spel omwille van zichzelf.

Als je speelt kun je invloed hebben op de afloop, je krijgt te maken met het conflict, macht en verwerking.

Maar als dit zo is waarom speel ik dan zo weinig?

 

Nu ga ik niet tot het uiterste in het omdenken, want als ik buiten op stoep de cijfers 1 tot en met 10 op de stoep ga krijten en met een kiezelsteentje ga hinkelen, dan is het hek van de dam. M’n gezicht beschilderen als een clown is vragen om problemen en CC vragen om na haar maildagen het spelletje” mens erger je niet” te spelen is niet handig.

Nee, het spelen wordt geschiedenis als het dagelijks leven overgenomen wordt door instincten, gezondheid, wetenschap en een “nutvraag.

Hondjes blijven wel tot hele late leeftijd spelen. Een bal soms ophalen, spelen met een oude sok of met een wortel die ze niet lusten. Ongedwongen spelenderwijs samen donderstralen, ik beleef het dagelijks.

 

Maar spelen zonder nut kan nu niet meer. Regels, regels en nog een regels. Voetbal is een spel maar door allerlei invloeden verheven tot een nut waar geld en wetenschap net zo vanzelfsprekend zijn geworden en nauwelijks het oprechte plezier. Een voetballer zegt niet voor de camera: voetballen doe ik voor m’n plezier want dan is het een vrijbrief voor de reservebank. Nut, nut en nog eens nut.

Spelen is goed, maar ik schrijf het zachtjes. Ook voor de niet-kinderen!

 

De Pluis