Persoonlijke hygiëne is een minimumeis die ik stel om iemand op te nemen binnen mijn kennissenkring. Het klinkt misschien ietsje verwaand, maar eigenlijk vraag ik toch niet veel ,he? Wees nou eerlijk, hoe voelt het met iemand te praten die zo een erge draken-adem heeft, dat je je neushaar voelt verschroeien? Of iemand die een zware ammoniakgeur verspreid telkens wanneer ie zijn armen opheft? Of iemand met volrijpe puisten in zijn aangezicht, zodat je al met een voet klaarstaat om weg te duiken als een van die dingen explodeert?

Laatst zat ik gezellig op een terrasje ongegeneerd naar voorbijgangers te kijken, toen er een kerel van een jaar of dertig aan het tafeltje naast me kwam zitten. Hij was erg netjes gekleed, en zijn haren leken met behulp van kam en meetlat te zijn gedaan. Hoewel ik mannen alleen maar vluchtig bekijk, ik kijk liever naar vrouwelijk schoon, vielen me die dingen toch meteen op. De man keek me even aan, en knikte vriendelijk in mijn richting. Ik knikte beleefd terug, maar ik kon het niet laten iets langer dan de beleefdheidsformule toeliet richting zijn neus te kijken. Ik kon mijn ogen niet geloven, dit paste totaal niet in het plaatje: vanuit zijn linker neusgat groeide een haar tot bijna aan zijn bovenlip. Zo een haar kweek je natuurlijk niet op een dag, had ie het zelf niet gezien of gevoeld? Ik kon het nauwelijks bevatten.

Het ding stoorde me vreselijk, en alsof mijn hersenen zich met hem associeerden, begon mijn eigen bovenlip vreselijk te jeuken. In gedachten sprong ik gewapend met een grote heggenschaar bovenop hem, en knipte het euvel onder zijn neus weg. Triomfantelijk nam ik de staande ovatie van van de andere terrasbewoners in ontvangst. Ik schrok uit mijn dagdromerij toen de man vroeg of er misschien iets op zijn gezicht zat, daar ik hem blijkbaar ongegeneerd bleef aanstaren.

¨Nee hoor, leuk kapsel heb je. Ik was zelf op zoek naar een nieuwe stijl.¨ was het eerste wat me te binnen schoot. Hij keek me even raar aan, maar haalde toen gelukkig een tijdschrift uit zijn tas, en begon te lezen.

Opgelucht dronk ik mijn koffie leeg en wandelde weg,  ondertussen afwezig aan mijn bovenlip krabbend…