Onmiddellijk toen Paulus lid van de kerk van Jezus Christus was geworden, kreeg hij met twee nieuwe problemen te kampen; het ene vloeide voort uit zijn vroegere relatie met de Joden, de tweede uit zijn nieuwe situatie als volgeling van Jezus. Vóór zijn bekering had hij de christenen vervolgd, een daad waarmee de Joodse leiders volledig instemden. Na zijn bekering moest hij tegenover zijn vroegere vrienden en metgezellen verklaren dat hij zich vergist had. En het geschiedde, toen Saulus enige dagen bij de discipelen te Damascus was, dat hij terstond in de synagogen verkondigde, dat Jezus de Zoon van God is. (Handelingen 9:19-20.) Let op de vrijmoedige aard van zijn getuigenis. De Joden waren zo woedend dat zij, “toen er verscheidene dagen verlopen waren, het plan beraamden hem te vermoorden, (Handelingen 9:23.)

En hoe staat het met hen die Paulus kenden als hun vervolger? Hoe ontvingen zij hun getuigenis van Jezus? Hun reactie zal ongetwijfeld gelijk geweest zijn aan die van Ananias die na zijn roeping door Christus om te voldoen aan wat Paulus nodig had, zei: “Here, ik heb van velen over deze man gehoord, hoeveel kwaad hij uw heiligen te Jeruzalem aangedaan heeft; en hier heeft hij volmacht van de overpriesters om allen, die uw naam aanroepen, gevangen te nemen. Handelingen 9: 13-14.) Was zijn bekering zogenaamd en louter een list met de bedoeling hen te vangen die waarlijk de zaak van het christendom beleden? (Handelingen 9:20-22.) Alleen de tijd kon deze vragen beantwoorden en de werkelijkheid van de bekering van Paulus aantonen.

Barnabas was, tijdens zijn eerste zending, de metgezel van Paulus. (Handelingen 9:27.) Zijn eerste dienstbetoon aan de kerk, dat is opgetekend, was het verkopen van zijn eigendommen volgens de overeenkomst die onder de eerste christenen bekend was om alle dingen samen te delen. (Handelingen 4:36.) Hij was een Levitische Jood van het eiland Cyprus, en zijn tweede naam was Joses of Jozef. In de tijd dat Paulus en hij met de Lycaoniërs in contact kwam kreeg Barnabas de naam Zeus, de machtigste van de Romeinse goden, blijkbaar als teken van zijn respect afdwingende manier van doen, zijn waardig uiterlijk en zijn dapperheid. (Handelingen 14:12.)

Hij werd een goed man genoemd, vol van de heilige Geest en van geloof (Handelingen 11:24) en werd met Paulus uitgekozen om het ingezamelde geld voor de armen in Juda mee te nemen (Handelingen 11:29) en hij was een harde werker die liever zichzelf bedroop dan bij de kerk aan te moeten kloppen om steun. (1Korintiërs 9:6.) Ofschoon hij een ernstige woordenwisseling met Paulus had over de vraag of zij op de tweede reis Johannes Marcus, de neef van Barnabas zouden meenemen, (Handelingen 15:36-39) verzoende hij zich weer later met Paulus. Hij was degene die als eerste Paulus in Tarsus opzocht na diens bekering om hem ertoe te bewegen zich bij hem te voegen in de bediening. (Handelingen 11:25-26.) Hij schijnt een apostel te zijn geweest. (Handelingen 14:4, 14.) Hij nam deel aan het Concilie van Jeruzalem en was een zeer belangrijk persoon in de Kerk van Antiochië. Hij was verwant met Marcus, op wie hij een beslissende invloed uitoefende. Teruggekeerd in zijn vaderland, evangeliseerde hij het en stierf er rond het jaar 63 de marteldood en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.