Het is half vier ’s nachts. Giechelend lopen de meisjes over de grote markt. “Laten we naar huis gaan,” zegt Rianne. “Waar staan jullie fietsen?”

“Hij zou hier moeten staan.. mijn fiets is weg!” roept Janine uit.

“Niet best. Dan moet je er maar een nieuwe stelen,” zegt Sarah.  “daar staat er eentje met de sleutel er nog in”

“Dat kan toch niet?” vraagt Janine ontzet.

“Tuurlijk kan dat,” antwoord Rianne. “als iemand jouw fiets steelt mag jij een andere fiets pakken. Zo gaat dat.”

Rianne’s logica is één die veel gebruikt word door studenten in Groningen. Tijdens het uitgaansleven in Groningen kan er van alles verdwijnen. Jassen, tassen, fietsen. Als je het even ergens laat liggen neemt iemand het gewoon mee. Zo gebeurt het ook heel vaak dat fietslampjes van een fiets worden afgehaald. Wie doen dat nou, vraag je je af? Criminelen? Zwervers? Mensen die over het algemeen worden beschouwd als “het tuig van de stad”? Of zijn het gewoon mensen zoals jij en ik? Vaak zijn het studenten, jonge mensen die een avondje gaan stappen. En het zijn zeker niet, zoals sommige hogeropgeleiden snel zullen roepen, uitsluitend mbo’ers.  

Voorbeeld; een groepje studenten gaat een avondje uit. Eén van hun, Nathan, is z’n jas kwijt, en neemt vervolgens maar iemand anders zijn jas mee. Rechtvaardiging? “Als iemand mijn jas steelt heb ik toch zeker het recht om een andere jas te pakken.” Nathan ziet zichzelf dan ook niet echt als een dief, maar als iemand die neemt wat hem toekomt. Later, misschien de volgende ochtend ziet hij het wel iets anders. Maar ook dan word de verantwoordelijkheid niet genomen. “We doen allemaal wel zoiets als we dronken zijn,” zegt hij tegen zijn vrienden. “Nu heb ik een nieuwe jas.”

Een andere veelvoorkomende rechtvaardiging is: “zij hebben het toch niet nodig”. Een 21 jarige student ziet twee kleine Hema fietslampjes op een fiets zitten, en oordeelt dat de eigenaar van de fiets er hooguit één nodig kan hebben. Dus neemt hij er eentje mee. “Is dat geen diefstal?” Vraagt zijn vriend. “Welnee,” antwoord de jongen. “Had ie dat lampje maar niet op z’n fiets moeten laten zitten.”

Zo word de verantwoordelijkheid al snel doorgeschoven naar iemand anders. Zodra er een rechtvaardiging voor te bedenken is zijn veel mensen graag bereid om iets te stelen. Op deze manier hoeven ze niet door het leven te gaan met de stempel ‘dief’. Ze hadden immers een reden om het te doen!

“Ja, verder ben ik geen dief,” zegt Rianne. “Ik bedoel, ik studeer rechten op de uni. Maar een fiets meenemen bij het uitgaan is wat anders. Dat is gewoon iets grappigs wat je doet als je dronken bent.”

Wat voor onderscheid is er eigenlijk tussen deze ‘rechtmatige dieven’ die er verder een normaal leven op nahouden, en het zogeheten ‘tuig van de stad’. Is de misdaad minder erg wanneer gepleegd door een ‘rechtmatig persoon?’

 

De rechtmatige dief
Stem op deze column!