Iemand die met vijfenveertig kilometer per uur de macht over het stuur kwijtraakt, heeft aan een beetje mazzel niet genoeg. Een helm mag de renners voor door elkaar geklotste hersenen behoeden, zo’n ellepijpje of knieschijf breekt makkelijker dan een twijgje in een wervelstorm. De Ronde van Vlaanderen van 2014 werd ontsierd door valpartijen, stuurfouten en vrouwen in wapperende jassen.

Waar de krantenkoppen de afgelopen jaren werden gedomineerd door aantijgingen en dopingperikelen, glijdt er dit seizoen een nieuwe demon door het peloton. Een onzichtbare kracht die de renners aanspoort hun kopmannen van een nieuw wiel te voorzien op de plek waar de rest met het snot voor de ogen langsraast, die hun banden magnetisch aantrekt tot een plasje kiezelstenen, zodat aan een glijpartij zelfs voor de beste stuurlui niet meer te ontsnappen is. Het Spook zoeft tussen de trappers door, op zoek naar een nieuw slachtoffer.

Zelfs de kopmannen werden niet ontzien. Eerst was er Jürgen Roelandts, de nummer drie van de vorige Ronde, die op de tegels kwakte. Niet veel later gaf ook tweevoudig winnaar Stijn Devolder het asfalt een kusje. Zijn tweede valpartij zorgde ervoor dat zijn kopman Fabian Cancellara het de rest van de koers in z’n eentje moest opnemen tegen het blok van Omega Pharma-Quick-Step (en dat overigens naar behoren deed), ook omdat Jaroslav Popovitsj met zijn stuur in de wapperende rode jas van een ongetwijfeld lieve mevrouw bleef hangen en volle bak over zijn stuur hupsakeede. Het is slechts een handvol van de pagina’s aan incidenten en asfaltsmakkers.

Meest in het oog sprong toch wel het akkefietje met Johan Vansummeren, die een vrouw op een vluchtheuvel in coma reed. Natuurlijk moet ze daar niet staan, en natuurlijk moet Johan gewoon op de weg blijven in plaats van stoeprandje te springen; het maakt de beelden niet minder schokkend. Vansummeren laat Parijs-Roubaix schieten (als winnaar in 2011), niet vanwege zijn verwondingen, maar vanwege de mentale staat waarin hij verkeert.

Ex-renner en wielerkenner Thijs Zonneveld wijdde zijn wekelijkse column voor NUsport aan de Ronde. Thijs is namelijk boos. Boos op de wielerunie UCI. Nu zijn sportmensen wel vaker boos op overkoepelende bonden, maar men is zelden zo oplossingsgericht als Zonneveld. Hij heeft een heel pak aanbevelingen en tips om er in de toekomst toch in vredesnaam voor te zorgen dat de renners een zekere vorm van veiligheid gewaarborgd krijgen, afgezien van dat stukje plastic op hun knar. En wat zegt Brammetje Tankink dan doodleuk? OCH. ‘t Valt allemaal wel mee.

Dat is dus duidelijk. Renners zijn een stel exhibitionistische idioten die nog liever uitglijden over een dikke patat of een flinke snok dan een waterdagertje of twee thuis te laten. Zonneveld opperde dat een oplossing maar uit een andere hoek moet komen wanneer de UCI er niets aan doet. Maar het gaat verder. De vraag is allang niet meer wie de renners tegen de UCI beschermt. De vraag is: wie beschermt de renners tegen de renners?