Ik moet u vertellen van een werk dat vrijwel onopgemerkt voortgang heeft gehad in ‘De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’. Het begin daarvan was in de tijd van het Oude Testament, terwijl het de vervulling is van een profetie bij monde van Ezechiël, die schreef: “Het woord des Heren kwam tot mij: Gij mensenkind, neem een stuk hout en schrijf daarop: voor Juda en de Israëlieten die daarbij behoren; neem dan een ander stuk hout en schrijf daarop: voor Jozef- het stuk hout van Efraïm – en het gehele huis Israëls dat daarbij behoort; voeg ze dan aan elkander tot één stuk hout, zodat zij in uw hand tot één worden.” (Ezechiël 37:15-17.)

De stukken hout zijn natuurlijk kronieken of boeken. In het oude Israël werden de kronieken bijgehouden op houten tafeltjes of op perkamentrollen die om stukken hout werden gerold. Volgens de profetie moesten de kroniek van Juda en van Efraïm één worden in onze handen. Twee gebeurtenissen die te maken hadden met de vervulling van de profetie vonden plaats in een drukkerij.

De eerste ving aan op de eerste verdieping van een pand in Main Street in het plaatsje Palmyra (New York). In juni 1829 legden Joseph Smith en Martin Harris een bezoek af bij de Heer Egbert B. Grandin, de eigenaar, om de publicatie van Het Boek van Mormon te bespreken. De heer Grandin had slechts drie maanden daarvoor zijn voornemen bekendgemaakt om boeken te gaan drukken, wat een uitermate onderneming was voor een dermate kleine drukkerij, met slechts één gietijzeren handbediende drukpers.

Anderen hadden al geweigerd het boek te drukken en de jeugdige heer Grandin, een godsdienstig man, was ook zeer sceptisch. Daar het contract werd gewaarborgd door een hypotheek op de boerderij van Martin Harris, begon men in augustus 1829 met het drukken.

Er was nauwelijks met het werk begonnen, of een zekere Obadiah Dogberry jr. begon stelselmatig bladzijden te stelen om deze vervolgens, vergezeld van spottend commentaar, in zijn weekblad The Reflector, af te drukken.

Het Boek van Mormon kwam in maart 1830 van de pers en werd te koop aangeboden. De reacties op het verschijnen van het boek waren zo verbitterd en vernietigend, dat het nagenoeg niet werd verkocht en Martin Harris zijn boerderij kwijtraakte.

Honderdachtenveertig jaar later, in juni 1977, en weer in een drukkerij, vond een volgende stap tot het samen komen van deze twee stukken hout plaats. James Mortimer en dr. Ellis T. Rasmussen hadden een afspraak met de heer Roger Coleman, hoofd van de afdeling religieuze uitgaven, om het publiceren te bespreken van een zeer ongewone uitgave van de King James Bijbel. Deze drukkers stonden even sceptisch tegenover dit voorstel als Egbert Grandin welhaast 150 jaar daarvoor.

Om een lang verhaal kort te maken: Het stuk hout of de kroniek van Juda – het Oude en het Nieuwe Testament – en het stuk hout of de kroniek van Efraïm – het Boek van Mormon, dat nog een getuige is aangaande Jezus Christus – zijn nu zo met elkaar verweven, dat wanneer u zich over het ene buigt, u tot het andere wordt aangetrokken; al lerende uit het ene, wordt u door het andere verlicht. Zij zijn nu inderdaad één in onze handen. De profetie van Ezechiël is vervuld. En dit is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen.