Auteur: de Pluis

Protest door de Stadskinderen

De Pluis is een kind uit de jaren vijftig. De tijd van protesteren tegen van alles en nog wat, krakers, opstand door de autonomen en waarin vaders zorgden voor hun gezin.

Vakbondsleiders hadden wat te zeggen, en gingen met verheven stem en met een gebalde vuist, het gevecht aan met de politici en werkgevers. De vakbond straalde gezag en ontzag uit bij haar leden, en niet leden. Tijden zijn veranderd.

Er zijn veel verschillende vraagstukken en problemen op allerlei gebieden, die niet door één antwoord opgelost kunnen worden. De vakbond van nu kenmerkt zich door de uitstraling te hebben van een goed geoliede machine, met kundige ratio media leiders. Niks gebalde vuisten en verheven stem, maar een mailadres en achterkamertjes gedrag.  Het leiderschap is verheven naar het niveau van een baan, waarin geen ruimte meer kan zijn voor emotie en de barricade. Belangrijke beslissingen worden er nog wel genomen, immers de vakorganisatie kan met het pensioen op de loop gaan. En wie wil dit eigenlijk, niemand toch?

Maar hun ledental loopt terug. De vakorganisatie als organisatie heeft zich weliswaar aangepast aan de diverse gesprekspartners, maar blijft in gebreke bij het aanbieden van vele antwoorden op net zo veel vragen vanuit de samenleving.  Zij zijn vergeten dat er een nieuwe generatie opgestaan is die wel denkt in oplossingen, maar zich ook bewust is van de macht die de vakorganisatie nog steeds heeft. Maar de jonge generatie doet, en wil geen lid meer zijn van een verslindende hypothese organisatie.

Als ik om mij heen kijk zie ik leegstand in het Midden en Kleinbedrijf, maar zie ook kleinschaligheid ontstaan. Natuurlijk zijn er supermarkten die er een betaalde sport van hebben gemaakt om mij bij de neus te nemen. Immers, het aanprijzen van producten die zogenaamd op de juiste wijze samengesteld en productierijp gemaakt zijn, komen in enorm vervuilers als vliegtuigen en dieselschepen de supermarkten binnen. Weg milieu, weg schone gedacht en weg bewustwording. Maar kopen doen u en ik wel, want het rechtvaardigheidsgevoel moet ook zijn plek hebben, nietwaar. Als het niet te duur is tenminste!

De nieuwe generatie die ik zojuist aangehaald heb, noem ik de stadskinderen. Jonge mensen die verder kijken dan hun neus lang is en bewust keuzes maken in hun leven. Die kleinschalig, praktische oplossingen bedenken en uitvoeren op samenlevingsvraagstukken die u en mij ook aangaan. Een kledingwinkel, consumptiegoed, kringloopgedachten, etc.

Nimmer zullen zij de voorpagina’s van kranten halen en nimmer zal de economie op korte termijn daardoor aantrekken. Zij zorgen heel bewust ook goed voor zichzelf als mens, en jagen het grote geld niet na. Dat hebben ze wel gezien bij hun ouders. Nee, de weg die zij kiezen is er één van leven, en niet van continue moeten overleven. Waarin samen belangrijker is dan ikke, ikke. En lid worden van een vakbond, nee dank je. Zij protesteren door bewust te doen, en zoeken nog steeds medestanders. Tevreden zijn door gezamenlijkheid, het kan ik zie het ontstaan.

Het wordt eens tijd dat de politiek haar ogen opent en de banken niet. Gedreven jonge mensen, wellicht ook oudere maar die ken ik niet, die letterlijk door eigen energie daadwerkelijk voor zichzelf en de ander, kunnen en willen zorgen. En ik denk stiekem, ook voor de wereld als geheel.

Stadskinderen, een nieuwe laag in het stelsel van de Nederlandse mensheid is wat mij betreft een feit. Ik ben sinds lange tijd jaloers.

De Pluis