Koninginnenacht 2013.  Om twaalf uur ’s middags stallen de eersten hun waar al uit. Dozen vol spullen komen uit kofferbakken en van achterbanken. Hier en daar een bolderkar afgeladen vol met kinderspeelgoed en oude kleding. Alles is te koop.
Het wordt al snel druk. Bezoekers schuifelen stapvoets langs de kleedjes, speurend naar dat ene bijzondere item. Wie zijn slag wil slaan, moet er op tijd bij zijn.

Ik ben te laat. Als ik om half acht het winkelcentrum in loop, schrik ik  van de hoeveelheid troep die nu nog over is en voor een habbekrats te koop wordt aangeboden. Groezelige knuffelbeesten verkleurd met of zonder neus, rijen video banden, afgetrapte voetbalschoenen, incomplete legpuzzels en huisraad dat vergeeld en gedateerd is. Zelfs een frituurpan wordt te koop aangeboden. Het aangekoekte vet rondom de deksel krijg je er gratis bij.  Wat een zooi!
Na twee uur heb ik nog geen euro uitgegeven. Mijn zoon, die normaal nogal hebberig wordt van tweedehands spullen, houdt ook de hand op de knip en haalt zelfs afkeurend zijn kleine neus op als een jongetje van zijn eigen leeftijd hem een gratis knuffelbeer wil aanbieden. Het beest heeft maar één oog en er hangen kleine gele klontjes in zijn vacht. Ik moet er ook niet aan denken dat dit smerige mormel ook maar één nacht in mijn zoons bed bivakkeert. Al kreeg ik geld toe.
Langzaamaan lopen weer terug naar onze fietsen.
“Alles vijftig eurocent!” schreeuwt een jochie van een jaar of twaalf. Mijn zoon blijft staan, hurkt bij een stapeltje Suske & Wiskes en begint erin te bladeren. Ongeduldig graai ik in mijn jaszak naar mijn fietssleutel. Net als ik wil vragen of we alsjeblieft kunnen gaan, valt mijn oog op een boekje met een zandkleurige kaft en een tekening van een zeeslang voorop.
“De Stoorworm,”fluister ik opgewonden. Ik kan het bijna niet geloven.  Hèt verhaal uit mijn jeugd, over twee kinderen die na een overstroming samen zijn achtergebleven in hun huis en een hels avontuur beleven, ligt hier tussen oude grammofoonplaten en ander puin.

We fietsen naar huis. Mijn zoon met zijn strip en ik met mijn Stoorworm. Ik heb het boek in al die jaren  niet bewust gemist, maar nu het in een tasje aan mijn stuur bungelt, maakt mijn lezershart een sprong en kan ik niet wachten totdat ik het weer kan inzien. Ietje Wit, Piekevet, de mopperende koffiepot en de Stoorworm, de helden uit dit verhaal. De eerst keer dat ik het las was ik acht, nu achtendertig. Vijftig cent voor een beetje nostalgie en jeugdsentiment. Dat vind je alleen op de rommelmarkt.