Onderzoekt de geboden, want ze zijn waar en betrouwbaar, en de profetieën en beloften, die er in zijn vervat, zullen alle worden vervuld.” (Zie LV 1:37.)

Veel van de genoemde geboden voorzeggen in bijzonderheden de manier waarop degenen die zich niet bekeren zullen omkomen, In afdeling 5 van Leer en Verbonden lezen wij bijvoorbeeld dat “er wee over de inwoners der aarde zal komen, indien zij niet naar Mijn woorden willen luisteren;” “Want een verwoestende plaag zal onder de inwoners der aarde voortgaan en zal, indien zij zich niet bekeren, van tijd tot tijd worden uitgestort, totdat de aarde ledig zal zijn en de inwoners er van door – de glans van Mijn komst volslagen zullen zijn verdelgd.” “Zie, Ik deel u deze dingen mede, zoals Ik eveneens de mensen de verwoesting van Jeruzalem aankondigde; en Mijn woord zal ook deze keer worden bewaarheid, evenals het tot nu toe is bewaarheid.” (Zie LV 5:5, 19, 20.)

In afdeling 29 lezen wij, dat alvorens de grote en verschrikkelijke dag des Heren zal komen, “onder de mensenmenigten geween en geweeklaag zal zijn;” “En hevige hagelbuien zullen worden voortgezonden om de oogsten der aarde te vernielen.” “En wegens de goddeloosheid der wereld zal het geschieden, dat Ik wraak op de goddelozen zal nemen, want zij willen zich niet bekeren; want de beker Mijner gramschap is vol; want ziet, indien zij niet naar Mij luisteren, zal Mijn bloed hen niet reinigen.” “Daarom zal Ik, de Here God, vliegen over de aarde zenden, die de inwoners er van zullen aanvallen, en hun vlees eten, en maden daarin zullen doen ontstaan.”  “En hun tong zal zijn gebonden, zodat zij niets tegen Mij kunnen uitbrengen; en hun vlees zal van hun beenderen en hun ogen zullen uit hun kassen vallen;” “En het zal geschieden, dat de beesten des wouds en de vogelen des hemels hen zullen verslinden.” (Zie LV 29:15-20.)

Hoewel deze teksten, en ook talrijke andere eensluidende, de boodschap “bekeren of ten onder gaan” tenzeerste benadrukken, zijn zij niet liefdeloos, wreed of beuzelachtig. Noch zijn zij despotisch of grillig. Zij geven slechts de logische en onvermijdelijke gevolgen weer van het overtreden van de natuurlijke wet — de wet “vóór de grondlegging deze wereld onherroepelijk in de hemel vastgelegd, waarop alle zegeningen zijn gegrond.” (Zie LV 130:20.) Deze waarschuwingen zijn de wereld nu al bijna tweehonderd jaar voorgehouden. De wereld is dus zonder enige verontschuldiging.

De tekenen van deze tijd getuigen op onheilspellende wijze dat voor dit geslacht het uur der vereffening ras nadert. “Wie oren heeft om te horen, die hore.” (Mattheüs 11:15.) Als wij de genoemde passages uit de schrift in gedachten houden, zullen zij ons helpen de “tekenen” van onze tijd te begrijpen. Hoewel het beeld dat ons wordt voorgehouden erg donker lijkt, is er ook een lichtzijde. Hij die werkelijk luistert, zal tot de ontdekking komen dat alle waarschuwingen, oud en nieuw, een tegenstelling hebben die alleszins aanleiding geeft tot verheuging.

Zowel de geschiedenis als de schriften staan even vol met beloften en bewijzen dat zij die zich gaan bekeren zullen leven, als met waarschuwingen dat de goddelozen ten onder zullen gaan. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus christus. Amen.