de witte jas

 
Ik ben ze al vaak tegengekomen. Meer dan me lief is.

Maar helaas, in mijn geval is het dikwijls een noodzakelijk kwaad. Al heel wat specialismen en specialisten hebben zich over mij gebogen. Soms letterlijk.

 

Die onverdraaglijke onmacht

 Sommige witte jassen (allerlei dokters en specialisten) wanen zich goden. In vele gevallen gefrustreerde goden. Want hun kennis en kunde botsen regelmatig tegen grenzen en beperkingen aan. Alle dure medicatie, toestellen en onderzoeken ten spijt. En dat frustreert sommige artsen. Het zijn goden met beperkte bevoegdheid.

 Ik heb al heel wat verschillende medicatie te slikken gekregen en therapieën geprobeerd. En toegegeven, daar waren enkele ‘alternatieve’ zaken bij. Onder andere aderlating. U leest het goed. En ik had niet in de teletijdmachine gezeten. Als je chronisch ziek bent, probeer je alles. Zelfs het gekste. In elk geval, mijn neuroloog dacht daar anders over. “Dat is allemaal onzeker, niks ernstig onderzocht.” En daarna stelde hij nog maar eens andere medicatie voor. Ook het resultaat daarvan was onzeker. Maar wel onderzocht. Door beursgenoteerde farmaceutische bedrijven.

 Ik heb meer aan ‘-peuten

Voor alle duidelijkheid : ik neem al die moegestudeerde artsen niks kwalijk. Ze roeien ook maar met de riemen die ze hebben. Maar het is dus wel duidelijk dat ze maar wat graag een buitenboordmotor zouden hebben. Want die riemen zijn ontoereikend en niet meer bij de tijd. Ze komen ook uit de teletijdmachine van professor Barabas.

 Maar over het algemeen heb ik toch meer aan al wat de verschillende ‘-peuten’ (fysiotherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten) te bieden hebben. Van hun behandeling en of raadgevingen merk je vaak snel dat ze een goed effect hebben en helpen. (Met gestrekte rug in de rolstoel zitten, hoe het aantal transfers te verminderen, mondmotorische oefeningen -ik weet ook nog maar net dat dit soort oefeningen bestaat -, zoveel mogelijk het hoofd naar voren buigen om te drinken…

Mijn wil is wet 

Akkoord, de studie voor arts met een of andere specialisatie is een zeer langdurige opleiding, misschien wel de meest lang durende, maar is dat dan een reden om je op te stellen als een absolute, totalitaire vorst? En de  patiënt te benaderen als de domme en onwetende onderdaan? Aanvaard wat wij je zeggen, slik wat wij je te slikken geven en stel vooral geen vragen.

Over dat laatste kan ik spreken uit ondervinding. Recent nog schreef een neuroloog die niet de mijne is, medicatie voor die 1 van de 13 stuks, op weekbasis, volgens hem moest vervangen. Toen ik hem antwoordde dat ik dat toch eerst even met mijn vaste neuroloog wilde overleggen (die volgt me al acht jaar op, de andere had me 10 minuten gezien), viel dat duidelijk niet in goede aarde. Ik zag aan zijn verontwaardigde blik dat hij geen tegenspraak duldde. En al zeker niet van iemand zonder witte jas. Kan me niet schelen. Het is mijn lijf.

Loon naar werk. Welk werk?

Het merendeel van die artsen verdient heel goed de kost. En daar heb ik niets op tegen. Het is een lange studie en ze presteren lange uren. In een warm kabinet. En toch. Wat ik me dan afvraag: Zijn de artsen die zich inzetten voor bijvoorbeeld ‘Artsen zonder grenzen’ misschien een beetje gek? Ze ruilen het warme kabinet voor een broeierig heet land. Qua loon moeten ze met heel wat minder tevreden zijn. Misschien nemen die artsen de eed van hippocrates gewoon te letterlijk?

Nu waag ik me heel even op glad ijs. Is het een absurd idee om pas afgestudeerde artsen vriendelijk te vragen een of twee jaar hun kennis ten dienste te stellen van de maatschappij? Voor mensen die nooit een arts kunnen zien. Om de luchtwegen te onderzoeken van een man die, sinds zijn 14e jaar, in stoffige kuilen op zoek gaat naar coltan voor onze mobiele telefoons. Ik was nog enigszins voorzichtig en had het over ‘vriendelijk vragen’. ‘Verplichten’ is waarschijnlijk een woord met een nare bijklank. Nog gewaagder : laat de verstokte roker met gelijkaardige problemen dan maar even wachten.