Ik wil net de eerste hap van mijn carpaccio de bœuf nemen als ik zoon aan de lijn krijg. Hij is helemaal over de rooie. Hij wil een rekening met creditcard openen bij een bank, maar omdat hij nog geen 18 is, moeten zowel vader als moeder daarbij aanwezig zijn. “Beláchelijk.” Bovendien is de bank in het weekend alleen op zaterdagochtend open. “Ze snappen toch wel dat hij in Montpellier op school zit en dus met zijn ouders niet anders dan op zaterdagmiddag of zondag langs kan komen??”

Voorzichtig begin ik uit te leggen dat dat redelijk normaal is voor een bank, maar voor ik mijn zin af kan maken moppert hij al geërgerd dat ik het ook echt áltijd voor de ander moet opnemen. Vermoeid hangt hij op, “laat maar.”

Een beetje beduusd hervat ik mijn lunch. 

Tegen het eind van de middag zwaai ik echtgenoot uit die richting de Dordogne vertrekt voor een werkbezoek de volgende ochtend. Onderweg zal hij nog even langs dochter in Toulouse rijden om bij haar een tweepersoons matras af te leveren. Samen hebben we het stugge ding opgerold tot een hanteerbaar geheel dat, gevangen in sjorbandjes, zo achter in zijn nieuwe Citroën Cactus kon worden geschoven.

Na anderhalf uur komt er een sms’je, echtgenoot staat met zijn auto met matras in de winkelstraat voor de deur van dochter, die geen thuis geeft. Hij baalt er van.  “Ga lekker een hapje eten,” stel ik voor, wetende dat lekker eten vaak een verzoenende werking heeft en als je érgens gezellig kan eten is het wel in Toulouse. Maar dat gaat helaas niet. Hij kan de auto niet in die winkelstraat achterlaten, want “hij wil niet wéér een bekeuring krijgen,” zo sms’t hij somber. Hij blijft in zijn Cactus zitten en eet een klef broodje tonijn uit de supermarkt.

Dochter is ondertussen een beetje vertraagd, omdat ze een half gevuld aquarium van scheepskist-formaat met twee Axolotls aan het verhuizen is. Axolotls zijn een soort wittige vissen die behoren tot de salamanderachtigen met hun pootjes, rode oortjes en schattige snoetjes. Maar pas op …, elke siervis die gezellig in het aquarium wordt bijgezet zal op gruwelijke wijze door deze vismonsters worden verslonden, zo ontdekte dochter tot haar grote ontsteltenis. De twee betreffende Axolotls zijn onderdeel van een boedelscheiding die wegens een gedeeltelijk op de klippen gelopen vrijzinnige relatie het huis uit moesten. Laat ik het daar maar op houden. In ieder geval zijn de Axolotls weer eens het kind van de rekening.

Zo komt het dat dochter nu samen met de wettige eigenaar van de monsters een loodzwaar aquarium door Toulouse loopt te slepen en echtgenoot ongeduldig met een foutgeparkeerde auto en een opgerolde matras voor haar deur staat te wachten. 

“Ik ben er helemaal klaar mee,” krijg ik op de sms. En na een paar minuten: “Beetje zoutloos ding, dat broodje tonijn.” Ik hou dit keer wijselijk mijn relativerende woorden voor me en mopper begripvol mee. 

Eindelijk arriveert dochter dan toch met haar aquarium en nadat echtgenoot nog even heeft geholpen het zware ding en de matras drie verdiepingen naar boven te sjouwen, kan hij zijn weg weer vervolgen. Al gauw licht mijn iPhone weer op. 

“File.”

“Nooit meer rond spitstijd naar Toulouse.”

“Wat een hel.”

De avond verloopt verder redelijk geruisloos, echtgenoot komt goed aan in zijn hotel en ik schenk mijzelf nog een lekker glaasje whiskey in voor ik naar bed ga, mijn onmisbare dagelijkse slaapmutsje bij het knapperend vuur in de houtkachel. Dan wordt toch nog de rust verstoord door dochter, die belt. De Axolotls staan op hun plek, daar gaat het niet over, maar ze is zich nu op de valreep (de laatste avond voor sluiting) aan het inschrijven voor haar eindexamens. Daar moet je nooit te vroeg mee beginnen. Ze ratelt door de telefoon alsof ze een hele liter koffie achter de kiezen heeft, maar het zou ook best kunnen dat je hyper wordt van twee Axolotls die je de hele avond zitten aan te staren. Ik ben erg blij met mijn aaibare katten op schoot en hou de telefoon een eindje van mijn oor. Ze wil graag mijn mening weten over een eventueel extra vak waar ze zich voor zou kunnen inschrijven en dus geef ik haar mijn mening. 

“Waaróóm niet??” klinkt zij helemaal verontwaardigd.

Na een heleboel ge-argumenteer en ge-ja-maar geef ik mij over. 

“Dan doe je het toch lekker wél, schat, als je dat graag wilt.”

 Stilte 

“Nou, ik zoek het zelf wel uit, doeiii.”

De whiskey is op, ik mag naar bed. Mijn apparaten gaan op stil. 

Zeiklijn gesloten. 

De zeiklijn
Stem op deze column!
Dorine

Dorine

Eigenaar van Atelier-Do, een bouwkundig ontwerpbureau. Moeder van drie (bijna) volwassen kinderen. Tien jaar geleden met het hele gezin naar Frankrijk verhuisd. Plezierschrijver.

Meer Columns van mij - Website