Een vreugdevolle kat in een wasmand. Het was Katootje, de bijna elfjarige zwartbruin gevlekte poes. Bij het oppakken van de wasmand met de vreugdevolle kat erin, verliest ze even haar evenwicht. Misschien dat dat de trigger was om twee seconden later een poging te doen tot het drukken in de mand, maar helaas. Volgens Google heeft ze dementie. Ja dat is mogelijk bij katten en dat houdt in: haar behoefte doen op elke plek waar het baasje niet wil (dus ook in een wasmand, op een hoopje kleren, eventueel in je schoen), ’s nachts klagend miauwen, waarbij het idee van een ‘waakkat’ totaal nutteloos is geworden – met het monotone gemiauw merk je immers geen verschil tussen ‘inbreker!’ en ‘niks aan de hand maar ik klaag toch!’ – minder aandacht naar het baasje toe (alsof dat stinkende Wiskasvlees zo uit de lucht is komen vallen en het baasje er totaal geen geld aan kwijt was) en verward, maar dat een kat opeens besluit in een wasmand haar behoefte te doen, beschrijft dat al.

Met deze conclusie ben je een opluchting rijker: je weet wat het is. En een tegenvaller rijker: binnenkort ligt er in elke hoek van de kamer een kattendrol. Een extra schep kan ik alvast inslaan om die op te ruimen, of zo’n zakje voor de hondendrollen, waarbij de geur van het uitwerpsel al genoeg zegt over het verse object dat net niet je handen aanraakt. De warmte voel je wel.

Bij het trekken van zo’n conclusie merk je ineens overal om je heen demente katten, nu je weet dat het bestaat. Zo drukt en plast een kat van een kennis ook overal in huis, maar bij die gaat de stekker er voorlopig nog niet uit. Dat is een te groot gemis. Als Katootje te ‘verward’ wordt en te vaak in de wasmand drukt, zal er wel een keuze gemaakt moeten worden. Maar nu nog niet. Elf jaar is zeventig in mensenjaren. Te vroeg voor dementie en te vroeg om te overlijden. Dan maar nog maar even drollen scheppen.