De Heer heeft ons beloofd dat wij, indien wij weten hoe wij moeten bidden en weten en beseffen wát wij aanbidden, in Christus naam tot de Vader kunnen komen om te zijner tijd van zijn volheid te ontvangen. Ons is beloofd dat wij, indien wij zijn geboden onderhouden van zijn volheid zullen ontvangen en in Hem verheerlijkt zullen worden gelijk Christus in de Vader verheerlijkt is. (Zie LV 93:11-20, 26-28.)

Dit is een leerstelling in ‘De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’ waar alle heiligen der laatste dagen erg verrukt en zielsgelukkig over zijn. Om met de woorden van de profeet Joseph Smith te spreken: is God geweest zoals wij nu zijn. Hij is een verheven man en zit in gindse hemelen op de troon! Gij moet leren hoe gij zelf Goden moet worden zoals alle Goden vóór ons hebben gedaan. (LvdpJS, blz. 366-367.)

Nadat deze leerstelling door de profeet Joseph Smith onderwezen was, nam president Lorenzo Snow de vrijheid deze leerstelling ook te onderwijzen en hij vatte het samen in twee regels, die tot de bekendste in genoemde kerk kan worden gerekend: “Zoals de mens nu is, was God eenmaal. Zoals God nu is, zal de mens eens zijn”.

Paulus schreef: “Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht,…..”. (Filippenzen 2:5-6.)

De geliefde discipel Johannes heeft geschreven: “Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het (ook). Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; (maar) wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. En een ieder, die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, gelijk Hij rein is. (1 Joh. 3:1-3.)

President Snow schreef, terwijl hij zich tot Paulus richtte en op de woorden doelde die door Johannes geschreven waren:

“Was u niet veel te stoutmoedig,

en uw uitspraak niet te overvloedig,

toen u ’s mensen bestemming aldus ontvouwde,

en op zulke hoge aspiraties bouwde?

Neen, wij dragen geen droombeeld na.

Maar wij streven ernaar, gesta.

Het pad te gaan dat van het begin is betreên.

Door goden nu, eens rechtvaardige mannen beneên.

Gelijk aan Abraham, Izaäk en Jakob, die uitgroeide tot goden.

Wordt ons ook de gelegenheid geboden.

Daar God eens was zoals nu is de mens.

Hem gelijk worden is logischerwijs ons iedere wens.”

 

“Ik geef u deze heerlijke verwachting, als het doel waarnaar alle leden van genoemde kerk moeten streven. Ons hele leven moeten wij ernaar streven die dingen te doen die ons in staat zullen stellen het eeuwige celestiale leven te verwerven, en dat eeuwig leven is de naam van het soort leven dat de Vader en de Zoon leiden; het is de verhoging in de eeuwige rijken”. (Joseph Fielding Smith, toespraak gehouden aan het Snow College, 14 mei 1971.) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.