In een land, hier niet zo ver vandaan, leefde eens een bijzonder man. De man bezat geen publiek ambt of officiële titel. Hij werd gewoon als ‘Broeder’ of ‘Leider’ aangesproken. Toen hij in 1969 leider werd, was het land straatarm. Maar onder zijn leiding veranderde het land vrij snel van één van de armste in één van de rijkste landen ter wereld. Het land had namelijk een enorme olievoorraad.

De man had het goed voor met zijn landgenoten. Iedereen had toegang tot gratis huisvesting, gratis zorg en gratis onderwijs. Daarbij verzekerde hij ook elke inwoner van gratis elektriciteit, renteloze leningen en werd de winst van de olie-industrie eerlijk verdeeld onder elke inwoner. De man zorgde voor gelijke rechten voor man en vrouw, wat in dat land, gelegen in het Midden-Oosten, heel ongewoon was. In 2010 had het land het hoogste BBP per hoofd van de bevolking en één van de hoogste levensverwachtingen ter wereld. Er leefden zelfs fors minder mensen in armoede dan in Nederland.

Het land was rijk geworden door de enorme olievoorraad. De man wilde deze rijkdom echter niet delen met andere landen, omdat dit ten koste zou gaan van het levensgeluk van zijn landgenoten. De VS wilde graag, maar kreeg geen toegang tot de olievoorraad en ook hield de man het IMF en de Wereldbank buiten de grenzen. Dit zorgde ervoor dat de VS 40 jaar lang probeerde om de man van zijn troon te stoten, om op die manier toch bij de olie te kunnen komen. De VS schilderde de man zelfs af als tiran, dictator of terrorist. Uiteindelijk organiseerde de VS ‘De Arabische Lente’. Zogenaamd om het Midden-Oosten te helpen bij de overgang naar democratie. In werkelijkheid ging het, net als de door de VS uitgeroepen oorlog tegen terrorisme, uitsluitend om de macht over de olievoorraad en imperialistische hegemonie. Het gevolg voor het land was dramatisch. Verschillende milities strijden om de macht, wat geresulteerd heeft in tienduizenden slachtoffers onder voornamelijk burgers. Mensenrechten worden op grote schaal geschonden, de gezondheidszorg staat op instorten en de infrastructuur is een puinhoop. Het land is weer terug in de situatie van voor 1969.

Kolonel Moammar al-Qadhafi werd op 19 oktober 2011 gedood door huurlingen uit Tsjaad, Somalië en Soedan, die zij aan zij vochten met de NAVO en de VS. Twee jaar voordat hij werd afgezet en vermoord, werd Libië gezien als één van de rijkste landen in Afrika.

Jan van Oranje
www.janvanoranje.nl