Ik heb altijd al een zekere wrok gekoesterd jegens dingen die perfectie claimen. Schoonheid schuilt hem steeds vaker in de imperfectie van zaken. Middels een aantal voorbeelden zal ik mijn liefde voor de imperfectie proberen te onderbouwen.

De eerste keer dat perfectie mij tegen de borst stootte was tijdens mijn eindexamen gala. Elke meid deed haar best om, zonder te vallen, en zo elegant mogelijk uit een van schoonheid blinkende auto te stappen. Als ze deze eerste horde zonder kleerscheuren hadden overwonnen, stond daar een fotograaf klaar om hun, met make-up en haarlak letterlijk tot in de puntjes geperfectioneerde uiterlijk voor eeuwig vast te leggen. Nu nog de smile, die ik vanmorgen 23 keer voor de spiegel heb geoefend, tevoorschijn toveren en mijn dag kan niet meer stuk. *Flits*

Ik realiseerde me dat ik meer genoot van de schoonheid van een meid die op maandag halverwege het 3e uur wiskunde gehaast het klaslokaal in kwam stormen omdat ze zich verslapen had. Haren lichtjes in de war, omdat de wet van moeder natuur helaas voorschrijft dat, altijd wanneer je te laat bent, je te maken krijgt met tegenwind op de fiets. Het verschil dat ik met deze 2 herkenbare en extreme gevallen wil aangeven is het contrast tussen enerzijds de bijna plastische en gemaakte perfectie, en anderzijds de menselijke imperfectie.

Ook in de wereld van sport voel ik meer sympathie voor het sub-optimale. Als Roberto Carlos in zijn hoogtijdagen aanlegde voor een vrije trap van 37 meter, dan deed ik tijdens zijn aanloop een schietgebedje in de hoop dat de bal op de lat uit elkaar mocht spatten. Tot mijn vreugde honoreerde de engeltjes op de lat soms mijn schietgebedjes, want wat is er nu mooier dan Roberto Carlos die door middel van een kanonskogel zijn handtekening achterlaat op de deklat.

Het is denk ik ook geen toeval dat mijn favoriete wielrenner aller tijden Fernando Escartin (foto) is. In een tijd waarin de Lance Armstrongs en Jan Ulrichs uren doorbrachten in windtunnels, opzoek naar de perfecte aërodynamische fietshouding, bleef Fernando “de krab” Escartin volhouden aan zijn hangen en wurgen manier van fietsen. Kijkend naar, hoe de op epo draaiende machine Lance armstrong uitdrukkingsloos en bijna apathisch de Pyreneeën bedwong, deed mijn sympathie voor de imperfecte stijl van Escartin alleen maar groeien. Met zijn bijna chronische van pijn vertrokken gelaat stond hij voor mij symbool voor de menselijkheid van het wielrennen. Armstrong de machine tegen Escartin, het mens. Mijn keuze was snel gemaakt.

Het laatste facet der imperfectie dat ik nog wil belichten is de muziek.

De volgende quote is van Marcus Eoin van de band Boards Of Canada:

” Onze muziek mag niet perfect zijn. We stoppen er met opzet fouten en beschadigde geluiden in om de muziek te laten ademen.”

Ondanks, of misschien moet ik juist wel zeggen, dankzij de beschadigde geluiden ben ik helemaal weg van dit Schotse mysterieuze ambient duo. Net zoals Boards Of Canada voegt de Britse artiest Burial ook met opzet oneffenheden toe aan zijn muziek. Als je goed luistert hoor bij vrijwel elke Burial track een soort lichte ruis op de achtergrond. Het lijkt alsof je zojuist een oude lp hebt opgezet waar nog een dun stoflaagje opzit dat door de krakkemikkige naald vertaald wordt als een lichte ruis. Mischien is dit wat Marcus Eoin bedoelt met de muziek laten ademen. Lichte oneffenheden toevoegen zodat de muziek mensenlijk aanvoelt. In veel moderne muziek worden namelijk al deze oneffenheden, door allerlei computer foefjes weggepoetst, met als doel het perfecte geluid te creëren. Ik val misschien in herhaling, maar in mijn oren klinkt die perfectie eerder klinisch en zielloos. Het laatste misschien wel ultieme voorbeeld van bloedmooie imperfectie dat ik hier wil delen gaat schuil in een nummer van Sufjan Stevens. In 2005 schreef Sufjan Stevens het nummer “John Wayne Gacy jr.” vernoemd naar, en handelend over, de Amerikaanse seriemoordenaar John Wayne Gacy jr. Deze man heeft in zijn leven 33 kinderen vermoord. Zijn bijnaam was Killer Clown, omdat hij zich verkleedde als een clown en in die hoedanigheid optrad op kinderfeestjes. Sufjan Stevens weet dit tragische verhaal te vertalen naar een prachtig nummer, maar als je goed luistert hoor je op het einde van het nummer, op 2:58 om precies te zijn een diepe zucht. Deze zucht staat voor mij symbool voor de prachtige imperfectie. Natuurlijk krijg je tijdens je eerste zangles te horen dat, om ervoor te zorgen dat je goed te kunt zingen, je je ademhaling onder controle moet hebben. Als je na elke couplet diep naar adem moet snakken, komt dat de kwaliteit van je zangkunsten niet ten goede. Maar het is onmenselijk om een nummer over een kindermoordenaar te zingen zonder te eindige in een slaak van verzuchting.

Ik heb erover gedacht hoe ik deze ode in een zin kan samenvatting, en ik denk dat volgende zin de rode draad goed weergeeft.

“Perfection is where humanity ends, and machinery begins”

De enige vorm van perfectie die ik vanaf nu nog in mijn leven tolereer is een perfect getapt pilsje.

MQ