een middag in vathorst

door GdeB

Op zoek naar een nieuw trekking fiets zit ik heerlijk op mijn balkon te genieten. Een beetje wijn en wifi. De wind waait verfrissend zoals het moet waaien op een na-zomerse dag. De konijnen slopen al het houtwerk van de stoelen, de lantaarn en het ijzerwerk van de Weber is ook interessant. Ik kijk op de teller: 27 graden. Zomer.

Doen de we een Koga of toch een Trek?

Ik kijk op en kijk uit op het water dat ons gebouw omarmt. De zanderige kade. Er stopt een gepimpte VW Polo, zwarte bandjes, rode remschijven. Hij stapt uit, zwart t-shirt, zonnebril. Zij stapt uit. Donker haar, zonnebril.  Beiden, schat ik, midden twintig. Naast de zwarte polo, een C1. Hij stapt hij, halflange short, t shirt, mager. Zij blijft in de oto. Het past net.
Uit de achterklep halen ze een vishengel of drie, maden, stoelen. Dit tafereel zag ik een dag eerder ook al. Twee stelletjes die ‘gezellig’ gaan vissen.
Maar vandaag is het anders. Eén van de meiden heeft geen zin. Ongesteld, chagrijnig, lusteloos, wie zal het zeggen. Zij pakt een dik boek (type Konsalik), trekt haar knieën op en gaat lezen. Haar vriend (denk ik) gooit zijn hengel uit; flirt met de vriendin van zijn buurman, gaan we wat vangen? Dan.. .rust, kijken naar de dobber.

En verdomd. Ze vangen een vissie! Dan komt de vriend van de vriend in actie. Immers, zijn vriendin heeft een zilverkleurige voorn gevangen. Hij pakt een handdoek. En ik denk, lekker voor de op BBQ.  Hij denkt daar anders over. Liefdevol peutert hij het haakje uit de bek van de vis en geeft het zijn watervrijheid terug.
Ze vangen nog wat vissies, en aangestoken door het succes komt vriendin 1 ook even vissen. Ze heeft, ook vandaag, geen geluk. Geen vis, geen glorie. Boos, verdrietig en depressief trekt ze zich terug in de Citroen C1. Het past allemaal maar net. Mokkend pakt ze haar smartfoon en watsapped met al haar exjes. Waaat, zit jij op de Zwarte Cross, ik zit hier godverdomme te vissen…
Een uur of wat later pakken ze de boel in. Hij zonder zonnebril flirt weer met de vriendin van zijn vriend. Zij laat zien hoe bruin de contouren van haar borsten zijn geworden. Ze lachen. Zal ik je straks even lekker neuken, vraagt hij dan (kan zijn dat hij wat anders zei).  Ze ruimen de maden op. De geur van vis aan zijn vingers, zij ruikt eraan. De handdoek om de vis in te pakken wordt afgespoeld in het vieze water van de Laak.
De vis-stoelen worden ingeklapt, de hengels ingeschoven.
Hij van de C1 stapt in en zegt hoe gezellig het was tegen zijn mokkende vriendin. Ik hoor haar grommen.
Zijn vriend geeft gas. Zijn gepimpte Polo geeft dat ronkende geluid dat vooral niet bij een Polo hoort. Hij met zijn C1 heeft het vertrouwde brom-mobiel geluid dat bij een  C1 hoort: je koopt een oto, je krijgt een brom-mobiel.

Later zoemt er een bootje over de Laak, zoals het hoort, met een elektro motor. Kort daarna een tjoek tjoek met een Yamaha 6pk motor.
Het leven is weer normaal in de Laak. De eenden kwaken iedereen lachend uit: de trein naar Zwolle heeft weer vertraging. Er fietsen fietsers langs: een gezin, een racefietser, een mountainbiker. Een bestelbus met een even grote caravan zoeft over de A28. De wijn smaakt heerlijk: warm, zacht en erg Frans. Ik kijk omhoog en zie wolken. Een beetje zon. Een beetje wind.

Volgende week maar een Trek aanschaffen. Lekker licht voor de vakantie en geschikt voor een beklimming van de Mont Ventoux. Ooit.