Als ik van CC op haar balkon mag zitten, dan zie ik allerlei taferelen gebeuren. Dan ben ik eigenlijk een gluurder maar op een legale wijze. Daar is volgens mij ook het balkon voor ontworpen, door een gluurder voor een gluurder.

Dan zie ik de buurman buiten zijn rokertje wegblazen, omdat zijn zeer sportieve heks geen damp in huis wil hebben. Wat ik ook begluur is dat de kakelverse schoonzoon een wel heel groot rokertje wegblaast in de deuropening, als de heks even op haar bezem uit gevlogen is. En schoonpa staat erbij en zegt lekker niets.

Of de personal trainer (staat op z’n auto geplakt) die, voordat hij in z’n Italiaanse bolide stapt, een rondje eromheen loopt en aandachtig tegen de banden schopt. Nu heb ik nagenoeg geen verstand van auto’s, maar volgens mij dondert mijn oude bus om als ik wegrij en een band is foetsie. Maar ja een personal trainer is een personal trainer nietwaar, en alles wat deze meneer heeft is erg personal. Het moet allemaal dik voor elkaar zijn, inclusief de blonde lok die volgens mij ook vastgeplakt zit maar dan op z’n nepbruine voorhoofd.

Zo zijn wij als mens dus gek op onze mythe. We zijn er zuinig op.

Toen de kinderen klein waren en de paashaas weer een langs kwam, verstopte ik de eieren. Wisten die ukkepukken veel, gewoon zoeken, vinden, verven om ze vervolgens onaangeroerd te laten. Mede omdat het aan tafel zitten, geen favoriete bezigheid van ze was.

Om ze nu te vertellen dat het paashaas verhaal zijn oorsprong heeft, verzonnen door een Germaanse stam met de prachtige naam: de Teutonen, zou ze waarschijnlijk niet boeien. En dat een klein meiske een gewond vogeltje vond en de godin Ostara om hulp vroeg, al helemaal niet. Om het verhaal compleet te maken zou ik dan ook vertellen dat dezelfde Ostara het vogeltje omtoverde in een Haas met de belofte dat het beest elk jaar terug zou komen en gekleurde eieren achter zou laten. Wat ik dus gelukkig niet heb verteld, omdat mijn kinderen een periode in hun leven de neiging hadden om alles wat geen mens was mee te nemen naar huis. En er was al genoeg beestenspul aanwezig, en ik zat zeker niet te wachten op een paar gewonde, gevederde vrienden in huis.

Wat ik zie is wellicht niet de mythe maar de, wat heet, Tics. Heeft niets te maken met angsten, ingewikkeld zijn of uitgevoerd worden volgens een patroon van vaste regels. Maar het zijn gewoontes die niet bedwongen kunnen worden.

Als ik de hondjes uitlaat kom ik meestal een vrouw tegen die ook probeert een baasje te zijn over haar enorme hond. En ja, de Pluis is een kletsmajoor eerste klas, dus ook met deze dame knoop ik bij tijd en wijle een kort Hondenpraatje aan. Zo kom je wat over elkaar te weten nietwaar?

Deze mevrouw heeft het syndroom van Gilles de la Tourette. En dat is voor de dame heel lastig maar soms lijkt mij ook heerlijk om midden in gesprek tegen de ander te roepen: klootzak of godverdomme. Om vervolgens te verontschuldigen vanwege je syndroom. Schelden en vieze woorden roepen terwijl niemand het je kwalijk neemt, hoe heerlijk is dat om af en toe te moeten doen!

Nu moet ik wel oppassen dat ik mijn “kennis” van syndromen niet overal in denk te herkennen. En dat ik onschuldige verschijnselen plotseling als symptomen, van een syndroom ga zien. Ieder mens heeft recht op een beperking en ik moet niet de wijsneus uit gaan hangen, daar hebben we tenslotte de experts en managers voor!

Maar een mythe kan ook dwangmatig handelen veroorzaken.

 

Want volgens mij  is een afsluiting van het mensenjaar, voor menigeen aanleiding om zenuwachtiger zijn dan alle andere maanden van het jaar. Er moet geknald worden waardoor Bumper de hele avond zeer gezellig en intiem, zichzelf vastzet onder de radiator in de huiskamer. En tic is hem niet geheel vreemd weet ik.

Tja, dwangmatig is van alle tijden en de mythe ook.

Zo denk ik dat Zwarte Piet echt bestaat. Ik geloof niet dat een man uit Afrika paars of wit kan zijn. Dat de Kerstman hagelwit is geloof ik ook. Want een andere kleur valt veel te veel op in de sneeuw en dat het een man moet zijn ook, want hij moet met die enorme slee ook kunnen fileparkeren.

Dat een stap hoger op een professionele ladder meer zou zeggen over kennis, is een mythe. Maar gaat in de meeste gevallen wel gepaard met allerlei vormen van dwangmatig handelen.

En dat van de paashaas en eieren geloof ik als geen ander. Want toen ik als klein kind van het zadel afgleed en boven en op de stang terecht kwam, wist en voelde ik dat gekleurde eitjes geen mythe kon zijn.

Ik richt bij deze de stichting de mythe op. In deze barre tijden is het een houvast voor menigeen om overeind te blijven in de zotheid van wat ons overkomt. En wat is er mis mee om vast te stellen dat een mythe ook verbondenheid teweeg brengt?

Het enige wat u en ik weer moeten leren is dat de mythe, de tic en het ritueel gaan leven als we erover durven te praten en ook samen beleven. Dat een mythe dicht tegen de emotie aanstaat, en niets van doen heeft met begrijpen maar met aanvoelen.

Of ik een mythe, een tic, een ritueel heb? Een paar, niet veel maar wel een paar. Maar misschien schrijf ik daar een andere keer over, op verzoek weliswaar.

De Pluis

 

PS: Beste Zwarte Piet. Bij de glazen deur heb ik mijn schoen gezet. Ik ben soms wat vergeetachtig, vandaar dat ik iets eerder dan normaal alles voor u heb klaargezet. De brief en mijn verlanglijstjes zijn hopelijk nog leesbaar omdat Joop de vervelende neiging heeft om op schoenen te kauwen of zijn achterste poot op te tillen. Dus weest u alstublieft voorzichtig. Kunt u het niet meer lezen, belt u mij dan op. Ik geloof in U.

PS: is ook namens CC, maar die heeft alleen maar hele dure schoenen. En tja, onze Joop hé!