En dan krijg je op een troosteloze november ochtend vanuit het niets te horen dat je vader kanker heeft, en dat de vooruitzichten dermate slecht zijn dat hij volgens de artsen nog slechts 6 maanden te leven heeft.

Hoe ga je om met deze boodschap, en verwerk je dit gegeven in je eigen gevoels- en belevingswereld? Niemand kan je voorbereiden op deze boodschap en kan je daarbij een handleiding aanreiken hoe nu verder te gaan. Wat zijn de juiste keuzes en welke beslissingen neem je om de voor mijn vader en het gezin te bewandelen weg zo aangenaam mogelijk te maken?

 

In het begin schakelt je gevoel naar de automatische piloot en wordt je vermalen en bedolven in het medische traject. Je krijgt niet de tijd om na te denken, maar loopt ziekenhuis in en ziekenhuis uit. De hoeveelheid ellende en informatie die er dan op iedereen afkomt is, hoe gek het ook klinkt, een zegen om de dag door te komen. Je bespreekt opties, hebt gesprekken over behandelmethoden en vooruitzichten en dit houd het spook van de naderende dood nog enigszins op de achtergrond.

 

Iedereen is in deze fase nog vol goede hoop en strijdlustig, en de rijen worden gesloten. Strubbelingen en onenigheden die voordien misschien nog speelden worden opzij gezet voor het grotere doel. In deze fase kan er sprake zijn van hernieuwde interesse in elkaar of gevoelens van genegenheid die al een tijd onder een laag van stof verscholen lagen. Het intermenselijke contact wordt verstevigd en het is op dat moment een soort verbonden gevoel van, wij tegen de rest van de wereld. Deze ziekte zal ons niet slopen maar slechts sterker maken. Op een rare manier zou je dit kunnen zien als de ideale periode van de ziekte kanker. Je bent nog grotendeels onwetend over hetgeen er allemaal bij komt kijken, hebt nog frisse moed en strijdvaardigheid om er tegenaan te gaan en staat bij wijze van spreken aan het begin van de marathon.

 

Als je dan daadwerkelijk het medische traject van behandelingen ingaat, te maken krijgt met grove fouten bij de ziekenhuizen en periodes waarin je vader echt in het ziekenhuis ligt en je dagindeling grotendeels bestaat uit het inplannen van de bezoeken, dan komt er al een soort van weemoedigheid en moedeloosheid om de hoek kijken die je moraal op de proef stelt. Trajecten van zware operaties en bestralings- en chemokuren trekken een zware wissel op iedereen, en gek genoeg was juist mijn vader hierin de sterkste.

 

Ik heb grenzeloos veel respect voor de nuchterheid en de vastbeslotenheid waarmee mijn vader deze ziekte te lijf is gegaan en het gevecht wat hij gestart is. Mijn vader is zijn hele leven lang ijzersterk geweest, vele malen sterker dan ik ooit zal worden. Hij ondergaat de operaties en kuren met een vanzelfsprekendheid of hij even een rondje gaat fietsen, en houd zich zeer sterk. Maar in dit sterk houden zit tevens zijn zwakte, want hij spreekt eigenlijk niet over zijn gevoelens en ondergaat dit grotendeels alleen, ook al zijn wij constant aan zijn zijde.

Deze “koppigheid” wordt nu toch echter een steeds grotere voedingsbodem voor de kanker om verder voet aan de grond te krijgen.

 

Ik zie mijn vader veranderen en in mijn ogen geestelijk steeds verder achteruit gaan, waardoor de lichamelijke sterkte uiteindelijk waarschijnlijk het onderspit zal delven. Hij heeft ervoor gekozen zo nuchter mogelijk met zijn ziekte om te gaan, en is absoluut niet bang voor de dood. Wat echter niemand je aan het begin van deze weg verteld is, dat kanker een ziekte is die niet alleen de patiënt maar ook de mensen eromheen sloopt. Mijn moeder loopt op de toppen van haar tenen om mijn vader zo goed mogelijk bij te staan maar, of het nu door de chemokuren komt of niet, dat wordt haar eigenlijk onmogelijk gemaakt door mijn vader zelf. Ik zie en voel hem langzaam veranderen in een persoon die egoïstischer wordt, die een steeds korter lontje krijgt en waar je in een normale situatie afstand van zou nemen.

 

Hierdoor ontstaat er een schuldgevoel dat wij daadwerkelijk voelen, maar is dit rechtvaardig? Hoe ga je om met iemand die steeds vaker in woede ontsteekt, die soms totaal onvatbaar voor reden is en zich dan afzondert en niemand wil spreken. Je eerste reactie is dus schuldgevoel omdat hij nu eenmaal kanker heeft, maar is dit wel eerlijk. Besmet deze kanker niet iedereen om de persoon heen waardoor je eigenlijk allemaal in een soort van ziektebeeld zit. Hoelang kan je een geliefd persoon de hand boven het hoofd blijven houden omdat deze persoon ziek is, maar door deze ziekte wel zijn geliefden van zich verstoot. Is het terecht dat je jezelf schuldig voelt aan natuurlijke reacties op een situatie, die je in goede gezondheid ook niet zou accepteren, enkel en alleen omdat je vader kanker heeft en hier aan gaat sterven.

 

Deze ziekte heeft niet alleen mijn vader in zijn greep maar ons hele gezin, en de beslissingen die je nu neemt zijn bepalend voor de rest van je leven. Hoe wil je de waarschijnlijk laatste fase van iemands leven ingaan en daarop terug kunnen kijken. Moet je daarbij jezelf en de rest van het gezin totaal wegcijferen, of moet je juist je vader op deze punten aanspreken waardoor hij misschien weer meer vechtlust krijgt. Dit morele dilemma wordt je niet verteld als je te horen krijgt dat je vader kanker heeft. Niemand kan je de weg wijzen die je moet nemen om dit gevecht aan te gaan en alle juiste beslissingen te nemen, en ook niemand heeft daarin de wijsheid.

 

Ik snap dat er mensen zullen zijn die zeggen: waar maak je jezelf druk om, je vader heeft nog maar kort te leven dus geniet van elkaar. Dit zou ik zelf ook zeggen als ik niet in deze situatie zou zitten, maar geloof me leven met een kankerpatiënt is zwaarder dan wie dan ook zal geloven. Natuurlijk wordt er ook altijd de kant van de patiënt belicht, wat in mijn ogen nog steeds volkomen terecht is. Maar oordeel niet te snel over de mensen om de kankerpatiënt heen, want dit is zo mogelijk nog zwaarder door de beslissingen die ze moeten nemen, de mate van zichzelf wegcijferen die ze doen, de angsten die ze voelen om hun geliefde te verliezen en het daadwerkelijk pas verwerken van het verdriet na het overlijden van hun geliefde. Bij leven moeten zij sterk zijn voor hun geliefde en niets laten blijken van hun angst, maar wie is er sterk voor hun?