In deze column wil ik mij in het bijzonder tot de ouders richten, ten einde te wijzen op de verantwoordelijkheid die zij hebben om hun kinderen te leren hoe zij zich moeten verzekeren van een adequate opleiding. De instructies van de Heer zijn heel duidelijk: “En verder, voor zoverre er in Zion, of in één van de ringen van Zion, die georganiseerd zijn, ouders zijn, die kinderen hebben, en deze niet onderwijzen in de leer van bekering, geloof in Christus, de Zoon van de levende God, en van doop, en de gave des Heiligen Geestes door het opleggen van handen, wanneer zij acht jaar oud zijn, dan zijn de zonde op het hoofd der ouders. En zij moeten hun kinderen eveneens leren te bidden en oprecht voor de Here te wandelen.” (Zie L&V 68:25, 28.)

Oprecht voor de Heer wandelen, houdt ook in ‘een mens met verantwoordelijkheidsgevoel worden’ in alle aspecten van het leven. In de loop van hun schoolcarrière, en vooral in de jaren na de basisschool, behoren kinderen te worden aangemoedigd tot het kiezen van vakken die misschien wel moeilijker zijn dan andere, maar die hen beter voorbereiden op eventuele verdere opleiding of op een werkkring.

Afgezien van het niveau waarop onze kinderen hun formele opleiding afsluiten, moeten zij hebben geleerd hoe belangrijk het is om uit te munten bij alles wat zij doen. Bij elke onderneming is wel ruimte aan de top, terwijl het onderaan een drukte van belang is. Ongeacht het werkterrein – loodgieter, arts, onderwijzer, jurist, agrariër, boer, timmerman, of wat dan ook – als onze kinderen al vroeg in hun leven leren dat zij zich tot het uiterste in dienen te spannen, zullen zij heel veel beter voorbereid zijn op de verantwoordelijkheden van het leven.

Wij moeten onze kinderen leren hoe belangrijk onderwijs is, daar het hen helpt ontdekken hoe ze moeten denken en leren. Zij moeten weten, en wij moeten eraan herinnerd worden, dat het gevolgde onderwijs slechts het formele gedeelte van onze ontwikkeling is. Onze ontwikkeling behoort nooit te worden stopgezet, maar juist ons leven lang te worden voortgezet.

In afdeling 88 van de Leer en Verbonden geeft de Heer ons de volgende opdracht: “En Ik geef u een gebod, dat gij elkander de leer van het koninkrijk moet onderwijzen. Onderwijst ijverig, en Mijn genade zal met u zijn, opdat gij meer volmaakt moogt worden onderricht in de theorie, in de beginselen, in de leer, in de wetten van het (herstelde) evangelie, en in alle dingen, die tot het koninkrijk van God behoren, die gij dient te begrijpen; dingen, zowel in de hemel, op aarde en onder de aarde; dingen, die zijn geweest, die nu zijn, en dingen, die binnenkort moeten geschieden; dingen, die binnenslands zijn, en dingen, die buitenslands zijn; de oorlogen en verwikkelingen der natiën, en de oordelen, die op het land zijn; en eveneens een kennis van landen en van koninkrijken. Opdat gij in alle dingen moogt zijn voorbereid, wanneer Ik u wederom zal uitzenden ter verheerlijking van de roeping, waartoe Ik u heb geroepen, en van de zending, die Ik u heb opgedragen.

En omdat niet allen geloof hebben, moet gij ijverig woorden in wijsheid te zoeken en deze elkander te onderwijzen; ja, put woorden van wijsheid uit de beste boeken; zoekt wetenschap, ja, door studie alsmede door geloof.” (Zie L&V 88:77-80, 118.) En dit is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen.