Het is jammer dat de lange en slechte verlichte gang van de tijd zoveel van de blik op het verleden verduistert. Naarmate de eeuwen zich aaneenrijgen vervormt de druk van de verandering ‘het gelaat van het verleden’ en wat eens de levende werkelijkheid was is nu verdoezeld en vervaagd. Het nieuwe wordt afgezaagd, wat als nieuw werd ingevoerd wordt gebruikelijk, het revolutionaire wordt de praktijk en wat eerst tot verbazing leidt wordt spoedig iets wat men verwacht. En zo gaat het ook met de onpartijdigheid van God. Werd het zo rond 1970 nog als leerstelling aanvaard, heden ten dage sluiten kerken hun deuren maar het is niet altijd zo geweest.

Er kwam een engel naar een officier in de keizerlijke legioenen. Er werden boodschappers naar een nederige visser-apostel in Joppe gezonden die zelf juist bijkwam uit een visioen op klaarlichte dag. (Handelingen 10:3-6.) De apostel reisde naar het noorden. Er werd een toespraak gehouden. De heilige Geest daalde neder en er werd gedoopt. (Handelingen 10:9-33.)

Het verslag is ontwapenend simpel en de twintig eeuwen die ertussen liggen omhullen als een mantel het grote belang want er ligt een scheiding van tijd tussen, waardoor het bij ons niet meer aankomt. “Er is bij God geen aanneming des persoons” riep Petrus, met ontzag vervuld, uit terwijl heden ten dage niemand meer weet waarover het gaat.

Maar Lucas wist het. Hij bevond zich dicht genoeg bij dat moment dat tradities verpletterde om er de enorme betekenis van in te zien. Sedert de tijd van Mozes was het verbond door de beschermende handen van Israël ijverig bewaakt. De heilige wetten van God waren aan allen gegeven, verklaarden de rabbi’s, maar alleen op voorwaarde dat men de vereisten van die wetten van de wet van Mozes op zich wilde nemen. Tegen de tijd van Christus werd sterk de nadruk gelegd op de besnijdenis, de strakke regels van het in acht nemen van de sabbat, beperkingen in de voeding en een ontzaglijk ingewikkeld en precies stelsel van geboden en verboden. Op die voorwaarden was Christus van harte welkom in het Jodendom. Maar op een andere voorwaarde? Nee! Want Israël was het verbondsvolk en de Joden waren het uitverkoren volk van God waardoor al het andere onaanvaardbaar was.

En toen reisde Petrus van Joppe naar het noorden, naar de stad, die het symbool was van alles wat tegen de wetten van de heilige Thora inging. In het huis van de Romeinse hoofdman in Caesarea werden tweeduizend jaar diep ingewortelde tradities met een streek uitgewist. Er waren niet-Joden tot de kerk van Christus toegelaten terwijl men daar vóór ‘zonder uitzondering’ “proseliet” werd ofwel tot het Jodendom werd bekeerd of was geweest. ((Handelingen 10:47-48.)

De veranderingen die door God tot stand gebracht zijn in de heiden Cornelius en de apostel Petrus is in beiden de heilige Geest aan het werk geweest. En ze zijn elkaar gaan zoeken. Cornelius heeft Petrus uitgenodigd om het goede nieuws van God te vertellen. En Petrus kreeg de vrijmoedigheid om heidenen in huis uit te nodigen om later met hen mee te gaan naar Caesarea en we vernemen hoe Cornelius en de zijnen tot geloof komen en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.