Kijk, die apen houden me nog steeds bezig. Laatst had ik er een discussie over. De stelling was iets in de zin van: misschien zouden mensenmannetjes hetzelfde moeten mogen doen als apenmannetjes. Dat zou wellicht een boel problemen doen verdwijnen. U begrijpt wat ik bedoel? Uiteraard werd deze stelling geponeerd door een mensenman. Dat begrijpt u aan de hand van de stelling vast al wel. Als mensenmannetjes niet gedwongen zouden worden zich te beperken tot één mensenvrouwtje, zou dat – aldus de stellige steller –  betekenen dat de mannetjesmens meer tevreden en minder gefrustreerd zou kunnen leven. Fluitend fladderend van bloem naar bloem. (Oh wacht, dat doen bijen. We waren bij de apen.)

Ik kon het niet laten deze stelling te weerleggen met een tégenstelling: mensenvrouwtjes zouden zich niet moeten beperken tot één mensenman. Maar dát gaat dan toch te ver. Dan is het mensenvrouwtje geen onschuldig ding meer. Dan verwordt het mensenvrouwtje al gauw tot een dame van lager allooij, die met rood kanten ondergoed de mannen verleidt tot het overspel.

Een mensenmannetje dat vrouwtjes najaagt en er plezier in schept een verzameling aan te leggen, daar wordt eventueel nog besmuikt om gelachen. Hij kan misschien zelfs rekenen op jaloerse blikken van medemensenmannen (twee keer lezen, dat woord). Want de mensenman die krampachtig zijn best doet zich te beperken tot een monogame relatie, droomt waarschijnlijk om de andere nacht van andere vrouwen. En dat is beslist niet steeds dezelfde. Ik heb voorbeelden gezien van dergelijke mensenmannen, in levenden lijve. Een publiek geheim, gedragen door de gemeenschap die smiespelend toekeek maar nooit en te nimmer ingreep. Dat bewijst weer dat het niet hypothetisch is, maar harde werkelijkheid.

Als mensenvrouwtjes een dergelijk gedrag vertonen, worden ze tegenwoordig niet meer naar de brandstapel gesleurd. We doen niet meer aan heksenvervolging, nee dat stadium zijn we ver voorbij. Maar geaccepteerd is het zeker ook niet. Modern als we zijn sturen we de vrouwen zelfs uit werken, in een mannenmaatschappij. Maar zelfs als ze het niet bewust doen, koketteren ze (zonder dat zo te bedoelen) rond de bureaus van mannelijke collega’s – althans, zo wordt dat uitgelegd. Want áls er iets voorvalt, zal ZIJ er wel om gevraagd hebben. Nietwaar? En ja, we zien het gebeuren. Het moderne feminisme resulteert in echtscheidingen en overspel. Of andersom. Tenminste, de beschuldigende vinger richt zich vaak op de vrouwelijke helft. De mannelijke helft treft geen blaam, aangezien zij nou eenmaal bepaalde behoeftes heeft. Zo lijkt het toch in de meeste gevallen te worden uitgelegd, of rechtgesproken.

Het monogamisme is ons vanuit de geschiedenis opgelegd, door kerk en staat. De geschiedenisboeken verhalen over heksenjachten op vrouwen waarvan vermoed werd, niet eens bewezen, dat ze overspelig zouden zijn geweest. De brandstapel was nog te goed voor dergelijke slechte wijven. We worstelen er blijkbaar al eeuwen mee, dus waarom laten we het dan niet los? Mijn stellige steller werd even stil van mijn tegenstelling. Stel dat zijn mensenvrouw dezelfde frivole neigingen zou krijgen, zou hij het dan nog zo verantwoord vinden? Dat was een moeilijke, zelfs bijna pijnlijke vraag. En dat blijft het.