Een collega vroeg me vandaag of ik nog leuke verhaaltjes geschreven had recent. Een momentje van evaluatie met mezelf volgde. Nee, eigenlijk niet, realiseerde ik me. Het leven eist zijn tol van me en eigenlijk ben ik veel te druk met werken, reizen, koken, eten en slapen.
Het laatste schrijven dat ik heb gedaan was het bashen van iemand wie ik helemaal niet ken. Niet echt iets voor publicatie dus. Maar wil dit zeggen dat ik niets meer beleef? Verre van. Elke dag ga ik van werk naar huis met een voertuig van enkele tonnen. Nelson Sippins (Of zo vermoed ik dat hij heet) rijd me (meestal) zonder problemen het eerste stuk. Als hij geen last van seinstoringen heeft tenminste. Of van sneeuw op het spoor. Of bladeren. Of koeien, regen, fik of overgebleven ledematen. Nu ik er over nadenk, Nelson rijd vaker niet dan wel.

Na de eerste rit kom ik aan in het centrum van ons aller prachtigste stad: Rotterdamn. En hoewel de naam het suggereert, zo rot ruikt het helemaal niet. even afgezien van alle uitlaatgassen welke elke stad teisteren dan.
Vanaf het perron loop ik door het station dor de drukte heen naar de metro. Bij het uitstappen krijg ik elke dag weer pijn in mijn portemonnee. Voor het geld wat ze vragen had ik er toch allerminst een goede beurt van de zus van Nelson verwacht. Maar zo zie je maar weer: Je kan dagelijks genaaid worden zonder zoenen.

Mijn reis gaat verder in een miniatuur versie van het bakbeest waar ik net in zat. Via een marmeren trap kom ik, na weer een stel poortjes te zijn gepasseerd, onder de grond terecht. Nee, niet tussen 6 planken of onder een molshoop, maar in een soort betonnen koker. De miniatuur komt eens in de 3 a 6 minuten langs. Tenzij er een stroomstoring is. Of een festival ergens. Of een wisselstoring, Roparun, toppers feest, springer, kneus tussen de deuren, file, werkzaamheden of kapotte miniatuur.

Op Zuidplein begint het laatste stukje reis. Gelukkig ben ik vanaf hier niet langer afhankelijk van het kunnen en kennen van anderen gezien het huis op loop afstand woont. Echter, voor die 14 cent welke het nog kost om de extra grote limousine te pakken, doe ik dat toch liever. En dat doet hij. Eens in de 5 minuten. Tenzij er werkzaamheden…….. Je snapt het inmiddels vast wel.

Inmiddels zijn we 90 minuten verder. Langzaam sjok ik de straat door richting het portiek. Bij het raam van de onderbuurman zwaai ik. Meestal zwaait hij terug, waarna ik met mijn paarse sleutel het portiek open. Ik beklim de trap en gebruik daarna de groene sleutel om het huis, ofwel “thuis” binnen te gaan. De deur gaat niet open. Er staat een matras voor. Grof geweld, weer een stukje minder geduld. Mijn schoenen gaan uit. De tas tegen de kast. Even een kop koffie. Even Douwe. Even niets.

Goede ideeën beginnen met goede koffie, dus na de koffie begin ik met koken. Wanneer de bel gaat pak ik de telefoon om te zien wie het is. 2 fouten in mijn plan, door een telefoon kan je niet kijken en de telefoon is al stuk sinds ik hier kom. Ik open de deuren en zie een scheldende Undine naar binnen komen. Een kus, gescheld en daarna wat eten. Het verkeerde, maar met de juiste intentie. Al snel daarna ga ik naar bed om weer veel te veel geld uit te geven voor mijn dagelijkse bezigheden, zodat ik ‘s avonds weer ruzie kan maken aan tafel.

Een wijs man zei mij ooit “Hans, tel niet de dingen die je niet hebt, maar de dingen die je wel hebt.” Juist daarom ben ik juist blij dat ik überhaupt een baan, vervoer en een vriendin heeft wie me vroeg bij haar te komen wonen.

Wat wil een Hans nog meer?

-VLH

P.S. Een dikke Mazda 6 zonder vogelstront natuurlijk!