Ik meen mijzelf eigenlijk best nog jong van geest te voelen, te noemen. Maar zo langzamerhand bekruipt me af en toe het gevoel dat dit toch minder daadwerkelijk het geval is. Een aantal jaren geleden merkte ik al op dat de stagiaires op het werk steeds jonger leken te worden. Maar in wezen zijn MBO-stagiaires nog steeds van dezelfde leeftijdscategorie, als toen ik mijn MBO-opleiding doorliep. Zo rond de 17, à 18 jaar. Net het rijbewijs, midden in het leven, een beetje lui hier en daar en de meesten nog behoorlijk groen. Nee, Mark. De stagiaires worden niet jonger.. Jij wordt ouder. De stagiaires zijn nog steeds even oud.
Terwijl ik in de auto van werkplek naar werkplek rij, hoor ik op het nieuws dat er onderzoek is gedaan naar de taalvaardigheid van de huidige generatie studenten. Het onderzoek wees uit, dat zelfs menig universiteitsstudent hier en daar wel eens een steekje laat vallen. Behoorlijke steekjes. Ik verbaas me hier totaal niet over. Ik verbaasde me wel al meerdere malen over de ingeleverde verslagen van mijn stagiaires. Met kromme zinnen, zonder alinea’s, punten, komma’s, hoofdletters… geen touw aan vast te knopen. Met grote rode letters kalkte ik dan de letters “PNZH” in zo’n verslag. Punt, Nieuwe Zin, Hoofdletter. Een stagiair wist mij destijds te vertellen dat ik de eerste was, die dit soort “hoge” eisen stelde aan zijn verslaglegging. Zijn chat-whatsapp-taalgebruik werd door zijn Nederlands leraar schijnbaar gewoon gedoogd. Eerlijk gezegd schrok ik hier wel van. Uiteindelijk zal hij toch zijn weg moeten vinden in het beroepsveld en zal hij te maken krijgen met verslaglegging, rapportage, indicatierapporten, motivaties, zorgplannen, e.d., waarbij je toch echt goed lopende, grammaticaal correcte, spelfout-loze zinnen zal moeten kunnen formuleren. En dan ben ik niet eens de grootste “taal-nazi” op aarde. 
Maar om terug te komen op de waarschijnlijk aanwezige generatiekloof, misschien ben ik ook wel een zeikerd. Misschien moet ik de hand in eigen boezem steken en mijn eigen MBO-verslagen nog eens te voorschijn halen. Misschien is het gewoon luiheid. Misschien was ik destijds ook soms te lui om een correcte zin te formuleren. Misschien komt het allemaal wel goed. Het is met mij uiteindelijk toch ook goed gekomen? Alhoewel. 
Afgelopen maandag, nog net voor het naar huis gaan, zat ik nog wat laatste dingen snel te rapporteren. Snel ja. Te snel. Een dag later stuurde een collega mij een foto van het door mij gerapporteerde: “… is opgenomen in het ziekenhuis vanwege een onrustig hard…” De mededeling bij de foto was: “Jammer dat je stagiaire nu mei-vakantie heeft, maar gelukkig hebben we de foto nog!”