De Europese unie begon oorspronkelijk als de EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal). Dit maakte handel efficiënter en effectiever, zeker voor de wederopbouw na de 2e wereldoorlog. Dit was gebaseerd op de vrije markt economie die Adam Smith bedoelde met zijn ‘invisible hand’. Door het economische succes wat hiermee geboekt werd, werd het geleidelijk uitgebreid naar andere producten dan Kolen en staal. Dit ligt perfect in het kapitalistische systeem waar men de vrije markt z’n loop laat en zoekt naar steeds efficiëntere manieren om handel te drijven, waarbij innovatie nog altijd beloont wordt. Dit is het fundament onder de Verdragen van Schengen. De welvaart van een natie is immers niet de grondstoffen of de voorraad goud die ze bezit, maar de totale productiviteit van de bevolking. Door handel efficiënter te maken kun je de productiviteit van een natie positief beïnvloeden en stimuleren.

Doordat de vrije markt doorgevoerd werd naar elke sector, volstond de naam EGKS niet meer. Dit is waarom de naam werd aangepast naar EEG (Europese Economische Gemeenschap). De geleerde principes van handel die door de gouden jaren in Nederland, Engeland en Amerika opgedaan waren, werden optimaal benut. Dit zou beschouwd kunnen worden als Europa’s hoogtepunt van verlichting.

Hierna ontstond er een schisis met de verlichting. Door de val van de Berlijnse Muur, kwamen politici op het idee om naast de handelsunie ook een fiscale en monetaire unie op te zetten. Zo was het Verdrag van Maastricht in 1992 geboren. De gedachte erachter was dat er nooit meer een groot Europees conflict zou zijn, als je naties zowel politiek en monetair aan elkaar linkt, om zo een oorlog binnen Europese grenzen uit te sluiten. Tevens zou dit de handel tussen de leden binnen de gemeenschap nog efficiënter maken en dus meer welvaart brengen.

Echter hadden de politici een aantal punten over het hoofd gezien. Een ervan is dat de Europese bevolking zich identificeert met een natie; niet met het Europese continent.
 Er is dus in zekere mate een nationalistisch gevoel bij de bevolking, wat ook niet zo gek is. Vele naties hebben in het verleden oorlog gevoerd om juist van andere onafhankelijk te zijn, daar ze zich niet vertegenwoordigd voelde door de desbetreffende overheid. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Nederland en België.

Nederland was ten tijde van het Verdrag van Maastricht voorzitter van Europa en besefte dat als je deze plannen had, je verdere en nauwere samenwerking moest hebben. Indirect betekend dit dus het overdragen van nationale soevereiniteit. 

Het is dan ook niet gek dat het idee om soevereiniteit af te staan aan een gemeenschappelijk overkoepelend orgaan in Brussel op veel kritiek stuitte, van de landen zelf. Om toch de plannen door te zetten en verdere samenwerking af te dwingen, werd het idee van een monetaire unie doorgevoerd. 

Dit is ook waarom destijds president Wim Kok zei dat het ingegane pad onomkeerbaar moest zijn. Niet omdat het daadwerkelijk onomkeerbaar is, maar omdat anders hun verdere plannen voor meer samenwerking stil viel en het nooit tot een Europese Unie gekomen zou zijn. Het idee was dat als je eenmaal een monetaire unie geforceerd had, de landen geen optie hadden en gedwongen zouden worden om ook een politieke unie te maken. De les waarom revoluties in het verleden tegen de legitieme overheid uitbraken werd hierbij volledig gemist.

Daarbij werd er over de euro zeer slecht nagedacht. Men wist dat als er gestemd zou worden op een gemeenschappelijke Europese staatsschuld (Euro-obligaties), dat de bevolking dit zou aanzien voor een geldtransfer van economisch welvarende landen naar economisch minder welvarende landen.
Echter, als je een gemeenschappelijk monetair systeem wilt hebben, moet daar ook een gemeenschappelijke obligatie uitgifte bij. Als dat niet het geval is, krijg je dat investeerders landen en instellingen tegenover elkaar gaan uitspelen door hun obligaties tegen ze te gebruiken.
Daarbij waren de eisen die gesteld werden tot toetreding van de monetaire unie bijna non-existent. Lidstaten met een zeer discutabel fiscaal beleid maakte het hele systeem instabiel.
Kortom, er is niet goed nagedacht over het fundament van de monetaire unie. Tot op heden is dit instabiele systeem niet aangepast en dreigt de hele unie te desintegreren en door z’n fundament te zakken.
Voor welvaart is het namelijk niet alleen de productiviteit van de bevolking belangrijk, maar ook het monetaire systeem. De Nederlanders uit de Gouden Eeuw hadden dit fenomeen goed door en maakte daarom s’werelds eerste nationale bank; De Amsterdamsche Bank. Deze had het alleenrecht op het slaan van de nationale munt, zodat de welvaart van het land gewaarborgd bleef. 

Nu zijn er teveel ambtelijke banen en salarissen afhankelijk van het overleven van de Europese Unie, waardoor de overtuiging om de unie nog verder op te dwingen aan de bevolking steeds meer toeneemt. Hierdoor hebben we vandaag de dag geen democratie meer. Als de bevolking zegt of stemt wat het daadwerkelijk wil, wordt het door de Europese Unie vertrapt. De Nederlanders gaven bijvoorbeeld aan in een referendum geen Europese grondwet te willen. Toch werd dit doorgevoerd. Toen in 2010-2011 de Europese kredietcrisis in Griekenland en Italië losbarstte werd er door de Europese Unie onderleiding van de Troika (welke een vereniging is van de Eurogroep, de Europese centrale bank, het IMF) een coup gepleegd en werd de regering naar huis gestuurd. Het is daarbij belangrijk om aan te stippen dat degene die de Troika aanstelde ex-bankiers waren van Goldman Sachs, de bank die Griekenland hielp met het sjoemelen van de balansboekjes om toch tot de monetaire unie te worden toegelaten. Dus in feite werden de personen die mede verantwoordelijk waren voor het veroorzaken van de Europese kredietcrisis aangesteld om het daarna op te lossen. De ridiculiteit van de EU blijkt geen grenzen te hebben.