Het is woensdagavond, een drukke dag achter de rug. Het loopt tegen twaalven aan en ik lig, nee, ik hang op de bank. Voor me, op het scherm, een groene mat. Poppetjes rennen heen en weer. Een opgewonden voetbalcommentator roept: “Van Persie, van Persie… van Persie .. van PFERSJIE!!” In een reflex antwoord ik: “Gezondheid!” Arjen Robben heeft een tutu aan en van Persie staat naast hem met een gitaar. Het slavenkoor wordt in gezet, in de Duitse vertaling van Freddy Breck: “überal auf der welt scheint die sò-ò-nn-nee”. De Argentijnen weten zich geen raad met dit plotselinge vertier. Bijna het voltallige Nederlands elftal staat in een halve cirkel voor hun eigen doel te “sjoenkelen” en te zingen. Behalve de Keeper. In plaats van een uittrap, dribbelt hij zo langs de stomverbaasde Argentijnen en steekt moeiteloos het veld over en scoort. Ondertussen laat Louis van Gaal langs de kant een nieuwe speler warm lopen. Het hele stadion dreunt er van. Een olifant in een veel te klein Nederlands tenue. Elke keer als de olifant moet keren bij het op en neer rennen ter opwarming, stoot hij, waarschijnlijk per ongeluk, twee of drie langs de kant opgestelde fototoestellen om. Hij briest, hij snuift hij heeft er zin in. Robben wordt er uit gehaald, de olifant er in. Bij de Argentijnen slaat langzaam de paniek toe. Met 8 man tegelijk proberen ze de olifant af te dekken. Maar het heeft weinig zin. Nog sneller dan Robben, maakt de olifant ruimte in het zestien meter gebied. Messi is ondertussen, huh.. waar is Messi? Daar! Aan de andere kant van het veld staat een zesde official bij Messi en een goed gevulde Ikea Expedit Kast. De official maakt een startend gebaar waarna Messi als een gek, de inhoud van de kast in dozen begint te doen, waarna hij de kast begint af te breken. De official staat er met een stopwatch naast. Het publiek juicht en wordt uitzinnig van de spanning. Van Pfersjie (gezondheid) heeft zijn plek op de middenstip vrij gemaakt voor drie andere artiesten. Premier Rutte, Wouter Bos en Geert Wilders staan gebroederlijk in glitterpakjes én met rode clownsneuzen, uitbundige Johnny Jordaan liedjes te zingen. Wat een toppers! Inmiddels hebben de Argentijnen de handen vol aan de olifant die al zeven maal gescoord heeft. Maxima probeert ondertussen op de jolige Amsterdamse polder walsjes, Louis van Gaal een echte Argentijnse Tango te leren. Ze is streng. Bij iedere foute pas van Louis, briest en snuift ze nog harder dan de scorende olifant. Louis van Gaal breekt en als een klein kind laat hij zich door de koningin commanderen. Koning Willem komt schaterlachend en zwaaiend het veld op rijden met een loempia kar. Het hele Nederlands elftal doet zich te goed aan Willem’s Vietnamese Loempia’s. De scheidsrechter kijkt op zijn pendule klok en besluit dat het langzaam maar eens de hoogste tijd is. Uit zijn borstzakje haalt hij een piccolo en begint vernuftig en virtuoos het hele Berdien Stenberg repertoire te spelen. “Mup?” In de verte hoor ik mijn lief. Waar is ze? “Mup… Muhhupie!?!” Ik zie opeens Argentijnse spelers dolblij het veld op rennen. Geen spoor van de olifant, van de toppers, Maxima niet, geen loempia kar…”We hebben verloren”, zegt mijn lief.

Oh. Hè? Ik ben even de draad kwijt. “Ik geloof dat ik in slaap gevallen ben”, zeg ik vertwijfeld. Want ik weet het nog steeds niet helemaal zeker. “Hebben we echt verloren?” “Ja, met penalty’s”. “Och, gut.” Ik sta op en loop slaapdronken een beetje verdwaasd door de kamer. “Ach, ja,” zeg ik; “überal auf die welt scheint die sò-ò-nn-nee, la la la la laaaa……..”