”Hoe gaat het met je?”
”Goed”
”Kun je vertellen wat er allemaal goed is gegaan de afgelopen weken?”.
Goed bleek dus toch niet het ideale ”hier hoef ik geen uitleg aan toe te voegen” antwoord te zijn. Of ik het mij  slechts inbeeldde, of dat het werkelijkheid was weet ik niet, maar die spiertjes rond om mijn mond (inclusief mijn tong) leken last van spierpijn te hebben. Mijn hart leek niet meer te doen dan kloppen. Al viel er niet bepaald een ritme uit te halen, dus vroeg ik me af of hij het überhaupt tot het einde van de sessie vol zou houden. Mijn halve-maanvormige-hartkleppen waren half gesloten. Maar dat was normaal, het is nooit anders geweest. Net genoeg geopend om het bloed er sierlijk doorheen te laten stromen, maar veel te gesloten om mijn gevoelens het zelfde te laten doen. Sierlijk was tenslotte niet het juiste woord wat betreft mijn gevoelens. Af en toe, af en toe zat er een mooie sierlijke slag in mijn gevoel. Maar de kleppen zouden nooit genoeg openen om ze er doorheen te kunnen laten stromen. Als ik het niet eens door mijn eigen lichaam kon doen laten stromen, hoe zou ik het dan in God zijn naam in woorden kunnen omzetten en naar buiten kunnen doen vloeien. En daarnaast, een vraag krijgen, een antwoord geven. Hoort dat niet voldoende te zijn? Of wordt daar geen genoegen meer mee genomen? Was een toevoeging iets noodzakelijks geworden? Aan de blik van de jonge mijn-leven-loopt-op-rolletjes-het-woord-vet-is-nog-nooit-in-de-buurt-van-mijn-lichaam-gekomen vrouw tegenover mij te zien wel. Terwijl ik mijn hersenen de opdracht gaf om de afgelopen weken te analyseren hadden ze samen afgesproken om niet toe te stemmen. Zo als voor de zoveelste keer bleek mijn hele lichaam de term ”koppig” te bevatten. Ook dit was normaal, en is dan ook nooit anders geweest. De spieren rondom mijn mond, inclusief mijn tong, bleken opeens geen last meer te hebben van enige pijn. ” koffie of thee?” floepte ik eruit. Mijn psycholoog keek mij verward aan, en antwoordde op een vragende toon ”uh, koffie”.  ‘Kun je vertellen welke symptomen koffie bevat waardoor je de thee liever laat staan?”. Dit bleek voldoende te zijn. Een toevoeging was niet nodig. Aan het voorspelde lange gesprek bleek snel een eind te komen. ”Ik neem aan dat dit voldoende was voor vandaag? Je kan bij de receptie een nieuwe afspraak maken. Tot ziens”. En ze gebaarde naar de deur. Dit keer stemde mijn hele lichaam toe. Met een kleine grijns liep ik haar kantoor uit, de receptioniste voorbij, en opende de deur naar het heerlijke buiten.Met mijn ogen even gesloten ademde ik de frisse buitenlucht diep in. Het liefst hield ik het zo, maar mijn longen lieten los. Pure lucht. Althans, dat leek mij het meest voor de hand liggend. Maar is dat perse ook wat het bevat? En wat als we er ons bewust van zijn, kunnen we dan zorgen dat dat wat we uitademen meer bevat dan pure lucht? Kunnen we onze gevoelens die vast zitten niet door laten stromen naar onze longen, en dan met een aantal diepe zuchten de weide wereld in blazen. Gevoelens die zich samen zullen voegen met lucht wat niks anders doet dan rondvliegen. De hele dag door. Elke dag opnieuw. Tot iemand dat inademt wat ik daarnet uitademde. Is dat hoe gevoelens ergens diep in ons terecht komen? En is dat de enige manier waarop wij onze gevoelens los kunnen laten, door het uit te blazen en een ander er enigszins mee te besmetten. Een levenscyclus bevat meer cyclussen dan we ons bewust zijn bedacht ik mij. Onder andere een gevoels-cyclus. Dat was het moment dat ik hét besefte. We zullen nooit met ze alle tegelijk zorgeloos zijn. Kunnen genieten van het pracht om ons heen wat God geschapen heeft zonder enige, vast zittende gevoelens. In tegenstelling tot dat kwam ik tot de conclusie dat het betekende dat ik op een dag los kon laten. Mijn gevoelens zouden sierlijk stromen naar mijn longen, de wijde wereld in. Althans, als mij halve-maanvormige-hartkleppen zich ooit meer zouden openen..