Bij mijn streven om te voldoen aan mijn heilige verantwoordelijkheid om Het herstelde evangelie van Jezus Christus te verbreiden, heb ik de volle mate van iedere zegen die zijn volk is beloofd, namelijk een overtuiging, een getuigenis, geduld, gehoorzaamheid, naastenliefde, wijsheid en geloof.

Naar mijn mening heeft onze Hemelse Vader een bijzonder ingrediënt in de geest van de mens geplant dat, als het wordt aangewend, hem tot hemelse dingen zal aanzetten. Gezinnen of mensen die zich afvragen hoe zij het herstelde evangelie beter kunnen verbreiden of beter hun oprechte belangstelling aan nieuwe leden kunnen laten blijken, of zendelingen die het verlangen hebben het hart te treffen van degenen die zij onderwijzen, kunnen over deze hemelse invloed beschikken.

Dat bijzondere ingrediënt moet net als een mosterdzaadje worden gekoesterd; de macht ervan is met geen pen te beschrijven en werd door de Heiland zelf onderwezen toen Hem werd gevraagd welke het grootste gebod was in de wet. Hij zei: “Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.” (Matteüs 22:37-40.)

Dit goddelijke ingrediënt is dus liefde. Alleen de liefde geeft aan hoe mijn houding kan zijn tot mijn Hemelse Vader, tot mijn familie en tot mijn medemensen, evenals de wijze waarop ik Zijn werk volbreng. “Hieraan,” zei Hij, “zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.” (Johannes 13:35.)

Naast God lief te hebben, word mij geboden iets te doen wat voor mij een veel moeilijker gebod is, namelijk iedereen lief te hebben, zelfs mijn vijanden, en om de grenzen van ras, stand of familiebanden te overschrijden. Natuurlijk is het gemakkelijker om aardig te zijn voor degenen die ook aardig voor mij is. Dat is de gebruikelijke norm van de wisselwerking. Maar hier word mij geboden om werkelijke vriendschap en zelfs verwantschap aan te kweken met ieder mens op aarde, om niemand uit te sluiten.

Ik ontzeg mij de voordelen van de nabijheid van de Heilige Geest en wel als gevolg van mijn vooroordelen ten aanzien van een bepaalde buurt, bezittingen of ras, een houding die Christus stellig zou veroordelen. Liefde kent geen grenzen, geen beperkingen van de welwillendheid. Ik heb dus nog heel wat te leren. De wetgeleerde die vroeg: “Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?” en vervolgens de geboden “God liefhebben en uw naaste als uzelf”, aanhaalde, ontving van Jezus het antwoord: “Doe dat en gij zult leven.” Toen de wetgeleerde aanhield en vroeg: “En wie is mijn naaste?” (zie Lucas 10:25-29) volgde Jezus met de gelijkenis die het zuivere wezen van de liefde weergeeft en vertelde toen het verhaal van de barmhartige Samaritaan. (Zie Lucas 19:30-37.)

Het essentiële verschil tussen de Samaritaan en de twee andere mannen was, dat de één een mededogend hart had terwijl de twee anderen een zelfzuchtig hart hadden. De priester en de leviet hadden de ongelukkige man te hulp moeten komen, maar bleven in gebreke. Het was de Samaritaan die, hoewel zijn volk door de joden werd geminacht, ware naastenliefde toonde. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.